Desmond Tutu

De jeugd van Desmond Tutu

Desmond Tutu was de eerste donkere aartsbisschop van Zuid-Afrika. Hij zette zich zijn leven lang in voor de strijd tegen de apartheid. Daarvoor ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede. Maar waar kwam zijn strijdvaardigheid vandaan?

Desmond Tutu werd geboren op 7 oktober 1931 in Klerksdorp in de Transvaal. Hij groeide op in Ventersdorp in een ghetto, net als de meeste donkere mensen in die tijd. Later verhuisde het gezin naar Sophiatown en daarna naar Johannesburg. Zijn vader was schoolhoofd van Johannesburg Bantu High School, waar Desmond zelf ook les kreeg. Zijn moeder was kok en schoonmaakster op een school voor blinden. Desmond had twee zussen, zijn broers waren al jong gestorven. Hij was de enige jongen in het gezin en werd daardoor ook een klein beetje verwend.

Hoewel het gezin arm was en hij opgroeide tijdens de apartheid in Zuid Afrika, maakte hij het beste van zijn jeugd. Zo ging hij graag mee met zijn vader als die ging vissen. Zelf hield hij niet van vissen, want daarvoor moest je lang stilzitten, maar de fietstocht naar het water vond hij prachtig. Hij was ook het enige kind in de ghetto met een eigen fiets, die had hij van zijn vader gekregen. Samen met zijn vrienden maakte hij zelf speelgoed, bijvoorbeeld autootjes van ijzerdraad.

Boeken verslinden

Van zijn vader mocht Desmond stripboeken lezen, die hij verslond. Zelf zegt hij dat daar zijn diepe liefde voor lezen en de Engelse taal ontstond. Later las hij Tales from Shakespeare van Charles Lamb, waarin de toneelstukken van Shakespeare werden uitgelegd. Ook zijn vaders encyclopedieën werden niet gespaard, daar bladerde hij graag doorheen waardoor hij kennis opdeed. Zelf herinnerde hij dat een keer op de basisschool de leraar vroeg hoe zulke dingen die het water tegenhielden in Holland heetten. Toevallig had hij dat net in zo’n encyclopedie gelezen en kon antwoorden met ‘dijken’, waarop de leraar perplex stond.

Ongelijkheid

Maar er was ook een andere kant aan zijn jeugd. Als donkere jongen werd hij achtergesteld op de blanke kinderen. Zo leefde hij in een aparte wijk en zag hij hoe donkere kinderen door het afval van de blanke scholen zochten. Blanke kinderen kregen op school lunch die door de regering werd betaald, maar omdat ze het eten van hun eigen moeder vaak lekkerder vonden, gooiden ze het eten weg. Terwijl donkere kinderen, die het eten juist konden gebruiken, geen betaalde lunch kregen.

Een klein gebaar

Op een dag liep hij met zijn moeder over straat en een blanke man groette zijn moeder met een tikje tegen zijn hoed. Desmond had nog nooit gezien dat een blanke man respect toonde aan een donkere vrouw. De man, een priester van de Community of the Resurrection, heette Trevor Huddleston en zou later aartsbisschop worden. Dat kleine gebaar maakte diepe indruk op Desmond en leerde hem twee dingen: dat hij discriminatie niet hoefde te accepteren en dat religie een machtig middel kon zijn om voor gelijkheid te pleiten.

Ook zijn docenten speelden een rol in deze overtuiging. Ondanks dat Desmonds middelbare school minder voorzieningen had dan de scholen voor de blanken, gaven zijn docenten hem het idee dat hij kon bereiken wat hij wilde. Donkere mensen mochten in die tijd bepaalde functies niet bekleden of stemmen, maar hij leerde dat hij verder kon kijken dan die obstakels.

Tuberculose

Maar naast de segregatie moest hij ook een ander obstakel overwinnen. Desmond liep namelijk rond zijn twaalfde tuberculose op. Hij lag twintig maanden in het Rietfonteinziekenhuis. Daar zou hij regelmatig zijn bezocht door eerdergenoemde Trevor Huddleston, de ziekenhuiskosten zouden ook zijn betaald door de Community of the Resurrection. Ondanks zijn lange ziekenhuisopname haalde Desmond zijn middelbareschooldiploma. Zijn strijd met tuberculose inspireerde hem om arts te worden, zodat hij een geneesmiddel zou kunnen vinden tegen de ziekte. Hij werd aangenomen op de studie Geneeskunde, maar zijn ouders konden het lesgeld niet betalen. Omdat de regering beurzen uitgaf voor mensen die leraar wilde worden, koos hij voor een lerarenstudie.

Anti-apartheidsheld

Desmond slaagde, maar stopte na een paar jaar met doceren toen de Bantu Education Act doorgevoerd werd, waardoor het onderwijs voor donkere mensen onder controle van de regering viel. Donkere mensen konden hierdoor niet worden opgeleid tot hogere functies. Bij wijze van protest gaf Tutu zijn baan op. Hij ging Theologie studeren, dat hij met een master afrondde. Als priester had hij een podium om te pleiten voor gelijkheid en een geweldloze revolutie. In 1985 werd hij bisschop van Johannesburg. Daarmee bekleedde hij de hoogste positie in het College van St. John, dat voornamelijk blanke leden kende. De leden zagen hem aanvankelijk als bedreiging, maar hij won hun respect door zijn warmte, menselijkheid en humor. Hij was erg geliefd en gerespecteerd. In 1986 werd hij de eerste donkere aartsbisschop van Zuid-Afrika en Nobelprijswinnaar voor de Vrede voor zijn strijd tegen de apartheid. Hij bleef strijden tegen het apartheidsregime, dat in 1990 werd afgeschaft, waardoor Nelson Mandela de eerste donkere president van Zuid-Afrika kon worden. Desmond Tutu is op 26 december 2021 in Kaapstad overleden.

Bronnen

Nobelprize.org

Achievement.org

Ook interessant: 

Ideologieën: 

Landen: 

Personen: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Ontdek Geschiedenis Magazine!