drooglegging

De niet zo succesvolle geschiedenis van de Amerikaanse drooglegging

Sinds het einde van de 19e eeuw ontstond er in de Verenigde Staten een roep om geheelonthouding van alcohol. Door de verslechterde economische situatie kende het land steeds meer alcohol gerelateerde problemen. Speciale politiek partijen werden in het leven geroepen die streefden naar een totaalverbod. Het was tijdens de roaring twenties in de 20e eeuw dat er een verbod kwam op de productie en verkoop van alcohol in de Verenigde Staten: de drooglegging.

Het verbod werd vastgelegd in het achttiende amendement dat op 18 december 1917 werd voorgesteld door de Amerikaanse senaat. Toen het amendement op 16 januari 1919 door de 36e staat werd goedgekeurd, werd het geratificeerd als een onderdeel van de constitutie. Volgens de termen van het amendement, ging het land een jaar later ‘droog’ op 17 januari 1920. De toenmalige Amerikaanse president, Woodrow Wilson, probeerde met zijn veto nog het verbod tegen te gaan, maar op 28 oktober 1919 kwam de Volstead Act van het Amerikaanse congres dat het veto overstemde. Deze act verbood de productie, verkoop en levering van alcohol.

Waarom een complete drooglegging?

 De strikte, gestelde doelen van de drooglegging veranderden: er was immers de noodzaak om een coalitie van voorstanders te creëren. Dit had ook effect op de manieren waarop de effectiviteit van het verbod werd beoordeeld. De campagne van de Anti-Saloon league, een organisatie gesticht in 1893 die streed voor drooglegging, was in eerste instantie gefinancierd door evangelische protestante kerken. Veel van de ledenwaren tegen geheel gebruik van alcohol op morele gronden. De ASL deed echter een beroep op zakelijke belangen om een brede coalitie voor drooglegging te verkrijgen. Er werd gesteld dat de nationale drooglegging voor grote economische voordelen zou zorgen door het verminderen van ziekte, arbeidsverzuim en ongelukken. Ook zou het leiden tot toenemende uitgaven op consumentengoederen.

Volstead Act

De Volstead Act zorgde voor grote problemen wat betreft de handhaving van de nationale drooglegging. Ten eerste criminaliseerde het niet het persoonlijk gebruik of bezit van alcohol en stond het toe om alcohol op legale wijze te verkrijgen en te gebruiken op verschillende manieren. Voorbeelden van dergelijke manieren waren voor religieuze doeleinden, op medisch voorschrift en via de thuisproductie van bier en wijn. Ten tweede zorgde het jaar uitstel door de Volstead Act ervoor dat rijke mensen hun kelders bevoorraadden voor legaal gebruik tijdens de drooglegging. Ten derde gingen voorstanders van de drooglegging optimistisch ervan uit dat er wijdverspreide naleving van de wet zou zijn en dat er dus weinig noodzaak was voor handhaving.

Handhaving

De Volstead Act specificeerde dat drooglegging gehandhaafd moest worden door zowel de federale als statelijk overheden met bestaande middelen. Deze samenwerking zorgde ook voor grote problemen. Sommige staten zoals New Jersey faalden om de wetgeving te handhaven en andere staten trokken wetten in die voor handhaving bedoeld waren, zoals in New York in 1923. De Presidenten Harding (1921-1923) en Coolidge (1923-1925) gaven totaal geen prioriteit aan handhaving, met maar 1500 federale agenten die beschikbaar waren gesteld om de drooglegging te handhaven in het gehele land.

Al Capone

Tijdens de drooglegging werd de illegale distributie van drank een multimilion-dollar business waarbij beruchte gangsters zeer rijke mannen werden. Het meeste bekende voorbeeld hiervan is Al Capone, een meedogenloze crimineel. Vanuit Chicago had hij de leiding over een sterke organisatie die zich strekte tot aan New York. Deze organisatie domineerde de illegale drankhandel door politici en politie om te kopen en door het vermoorden van rivalen. In 1932 moest Al Capone naar de gevangenis in Atlanta toe en aantal jaar later werd hij overgeplaatst naar het beruchte Alcatraz. In 1939 werd hij vrijgelaten na acht jaar te hebben gezeten. Hij zou nog tot 1947 in leven blijven, want op 25 januari van dat jaar stierf hij aan de gevolgen van syfilis.

Einde aan de drooglegging

Vanaf 1925 werd de drooglegging steeds minder populair, doordat het steeds duidelijker werd dat de drooglegging niet het gewenste effect had. De wetten werden niet gehandhaafd en veel alcoholgebruik werd gedoogd. De mensen dronken stiekem alcohol en de georganiseerde misdaad werd rijk door de illegale handel. Veel politici en bekende industriëlen zoals John Rockefeller spraken zich uit tegen het alcoholverbod. Franklin D. Roosevelt stelde zich in 1932 verkiesbaar als president. Hij gaf aan iets te willen veranderen aan de drooglegging als hij verkozen werd. Na zijn verkiezing tot president van de VS hield hij zich hieraan. Op 5 december 1933 nam de Amerikaanse regering het 21e Amendement aan, waarmee er een einde kwam aan de drooglegging.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus