Geschiedenis suiker

De opkomst en ondergang van suiker

In de strijd tegen suiker is een nieuwe slag gemaakt: vanaf eind 2018 is op middelbare scholen geen frisdrank met suiker meer te koop. De aversie tegen het ‘witte goud’ is, bezien vanuit de geschiedenis, relatief jong. Gulzig werd het goedje overal overheen gestrooid. Lange tijd geloofde men zelfs dat het gezond was en geneeskrachtig werkte. Hoe gingen we in de geschiedenis om met suiker?

Oorsprong

In Bengalen, waar al langer op suikerriet werd gekauwd, slaagde men er in 510 voor Christus in suiker te maken. Het product werd daar gewaardeerd om zijn smaak, maar het gold vooral als laxerend medicijn. In de 7e eeuw werd suiker, dat toen als kruid werd aangemerkt, door Arabieren meegenomen naar het Midden-Oosten. Kruisvaarders namen het recept in de 11e eeuw vervolgens mee naar West-Europa. Willlem van Tyrus, die over de kruistochten schreef, noemde suiker toen al een ‘zeer waardevol product, uiterst belangrijk voor het gebruik en de gezondheid van de mens.’ De vraag naar de zoetmaker nam rap toe in Europa. Hoewel op verschillende plaats pogingen werden ondernomen suikerriet zelf te telen, blijkt het geen geschikt gewas voor het Europese klimaat. Daardoor bleef het een schaars en luxe seizoensproduct.

Medicinale werking

In de middeleeuwen kocht je suiker bij de apotheek. De geneeskunde baseerde zich toen op de ‘humeurenleer’, waarbij men uitging van een disbalans in de ‘humeuren’ van een patiënt. Die humeuren waren bijvoorbeeld warm en koud, droog en vochtig, maar ook bitter, zout, zuur en zoet. Wie zuur gal spuwde, werd daarom voorgeschreven te compenseren met zoetigheid, bijvoorbeeld suiker. In De Borgelyke Tafel, Om Lang Gesond Sonder Ziekten te Leven (1683) schrijft Steven Blankaart dat ‘hoe witter de suiker is, hoe gesonder’ omdat die ‘alle suir (zuur) in ons lighaam’ beneemt. Maar Blankaart waarschuwt ook: in grote hoeveelheden is het goedje schadelijk. ‘Hierom sijn de kinderen, die veel suiker, syroop, en andere suiker-kost, eten, veel met wormen en dikke buiken gequelt, daar d’andere daar en tegen groyende en welvarende zyn.’

De suikerepidemie

Ondanks dat bewustzijn blijft suiker aan terrein winnen. Vanaf de 16e eeuw werd suikerriet op grote schaal verbouwd op slavenplantages in Zuid-Amerika en de Cariben.  De Europese import van de geliefde zoetmaker groeide exponentieel. Suiker werd een geliefd ingrediënt in zoete baksels en in jam. Het spul was ook handig:  konfijten en inmaken met suiker maakten het mogelijk groenten en fruit langer te bewaren. In de 18e eeuw ontdekte de Duitse apotheker Andreas Marggraf dat ook van bieten suiker gemaakt kon worden. Vanaf de 19e eeuw, toen de belastingen op suiker verlaagd werden, was de zoetmaker niet meer voorbehouden aan de rijkere klassen. Suiker werd daarmee een standaard voorradig ingrediënt in iedere keuken. Frisdranken, die ook toen al barstten van de suiker, worden ook razend populair. Zo populair zelfs, dat in de Eerste Wereldoorlog Amerikaanse burgers werden opgeroepen er minder van te drinken, zodat de schepen waar voorheen suiker voor frisdrank mee werd ingevoerd, nu ingezet konden worden om Amerikaanse soldaten te vervoeren.

Groeiende afkeer

Vanaf de 20e eeuw groeide de twijfel over de gezondheid van geraffineerde suiker. Onder de onheilspellende kop ‘Is suiker gezond?’ meldde De Noord-Ooster in 1936 dat de lage voedingswaarde niet helpt in het afbreken van zuren die mensen binnenkrijgen vanuit ander voedsel. In de volgende decennia zetten twijfels zich om in wetenschappelijke studies, die de mythe van ‘gezonde suiker’ om zeep hielpen. Daarbij komt dat het nieuwe schoonheidsideaal- een slanke lijn – suiker eveneens een slechte naam bezorgde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen er gebrek was aan vrijwel alles, adverteerde winkelketen De Gruyter nog wel: ‘vruchtenjam van versch fruit en suiker dus gezond en voedzaam’. Toch was het tij niet meer te keren. In 1965 ziet de heer Eshuis, directeur van de Centrale Suiker Maatschappij, zich genoodzaakt in De Telegraaf een betoog af te steken: ‘Het moet nog maar eens bewezen worden, dat je van suiker dik wordt’. Ook de bijgaande vermelding dat hij zelf ‘slank’ is, mag niet baten. Anno 2017 is suiker weliswaar nog alom geliefd, maar de slag om het gelijk lijkt – zo ook vandaag - op handen van de anti-suikerlobby. 

Bronnen:

Suikerwijzer, ‘De Geschiedenis van Suiker’ 
Suikerinfo, ‘Suikerhistorie: De rol van Suiker door de Eeuwen heen’ 
Steven Blankaart,  De Borgerlyke Tafel (1683)
De Noord-Ooster, 13 -06-1936, ‘Is suiker gezond?’ 
De Telegraaf, 18-12-1965, ‘De Nederlander nog steeds de zoetekauw van de E. E. G.’ 

Meer weten

In Het logboek van de zeevaarder neemt poolreiziger Huw Lewis-Jones ons mee op ontdekkingsreis aan de hand van originele logboeken, brieven en dagboeken. Kijk mee over de schouders van nautische ontdekkingsreizigers!

 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!