De veroveringsdrang van Hendrik VIII

Hendrik VIII staat vooral bekend als vrouwenverslinder en als de koning die de katholieke kerk de rug toekeerde door een eigen kerk te stichten. Op deze manier maakte Hendrik veel vijanden zowel buiten als binnen zijn koninkrijk. Op politiek vlak voerde hij ook veel veranderingen door waardoor de verhoudingen tussen de verschillende groepen die de Britse eilanden bevolkten op scherp werden gezet.

Nieuw geloof

Omdat Hendriks huwelijk met Catharina van Aragon, de dochter van de Spaanse koning, geen mannelijke troonopvolger had opgeleverd, wilde Hendrik van haar scheiden. De paus wilde zijn relatie met het Spaanse koningspaar echter niet op het spel zetten en deed daarom moeilijk over zijn scheidingsaanvraag. Hierop besloot Hendrik het heft in eigen hand te nemen en zichzelf tot hoofd van de Engelse kerk te benoemen. Hoewel Hendrik weinig veranderde aan de katholieke liturgie, gaf het feit dat hij zich niet meer met Rome hoefde te bemoeien hem op politiek gebied wel meer vrijheden.

Verdrag met Ierland

Nadat Hendrik de paus de rug had toegekeerd besloot hij dat er iets kon veranderen aan de verhoudingen met Ierland. De Engelse koningen meenden al sinds 1155 dat zij aanspraak konden maken op de macht op het Ierse eiland. Dit kwam voort uit beweringen van Willem de Veroveraar. Een vriendschappelijke relatie met de paus verhinderde echter dat de Engelsen inderdaad grote stappen ondernamen om daadwerkelijk tot verovering over te gaan. Ierland werd immers gezien als Pauselijk bezit, dat enkel aan leenmannen kon worden geschonken. De Paus bepaalde uiteraard wie dit waren. In 1541 claimde Hendrik de macht over heel Ierland. Met een ceremonie liet Hendrik per wet vastleggen dat hijzelf als ook al zijn opvolgers zowel koning van Engeland als Ierland zouden zijn. Aan deze gebeurtenis ging een korte Ierse opstand vooraf die gesteund werd door zowel Spanje als Frankrijk. De Ieren waren hierbij de Pale, het gebied dat de Engelse koning in Ierland als leenheer in handen had, binnengevallen. De Engelsen wisten zich echter zeer goed te verdedigen en de Ieren weer te verdrijven.

Oorlog met Schotland

Hendrik had gehoopt dat de Schotse koning Jacobus V na de breuk met de Paus ook zijn voorbeeld zou volgen. Jacobus weigerde echter op dit verzoek in te gaan en voelde zich verplicht de Engelse katholieken te steunen. Jacobus stond op goede voet met het katholieke Frankrijk en was getrouwd met de zus van Frans I. Deze vriendschappelijke relatie wilde hij niet op het spel zetten. Veel steun onder de eigen Schotse adel had Jacobus echter niet. Zij voelden zich in tegenstelling tot de koning wel aangetrokken tot het protestantisme. Bovendien was door de bestrijding van de adel door Jacobus in voorgaande jaren de verstandhouding sterk verslechterd. Toen het in 1542 nabij Solway Moss tot een treffen kwam werd het Schotse leger door de Engelsen al snel verslagen. Jacobus leger, dat vrijwel enkel uit boeren was samen gesteld, was slecht georganiseerd en wist ondanks een overmacht aan manschappen niet aan een hinderlaag te ontsnappen. De Schotten zagen zich aan het eind van de oorlog genoodzaakt een verdrag te tekenen waarin Jacobus dochter werd verplicht te trouwen met Hendriks zoon. Hiermee werd een begin gemaakt met de personele unie tussen Engeland en Schotland. Deze personele unie kwam tot stand toen de Jacobus VI in 1603 koning werd en werd definitief toen in 1707 Schotland en Engeland werden samengevoegd tot een koninkrijk.

Wales samengevoegd

Een meer vredige samenvoeging werd voltooid met behulp van de Laws in Wales Acts 1535–1542. De Rozenoorlogen die plaatsvonden tussen 1455 en 1485 hadden met Hendriks vader, Hendrik VII, het Welse geslacht der Tudors op de Engelse troon gebracht. Hendrik liet Wales opgaan in het Engelse koninkrijk. Ondanks een taalverschil hadden de Welshmen veel meer gemeen dan de Ieren en de Schotten met de Engelsen. Veel Welsmen hadden zich in tegenstelling tot de Ieren en Schotten bijvoorbeeld wel aangesloten bij de Anglicaanse Kerk. Bij de verdragen werd dan ook vastgesteld dat de inwoners van Wales gelijkwaardig waren aan de Engelsen. Ook het land werd naar Engels voorbeeld ingedeeld in twaalf graafschappen en elf boroughs, die elk een vertegenwoordiger naar het Engelse parlement mochten sturen. Onder de bevolking bestond hiertegen weinig verzet. De Welshmen, die voor het grootste deel boer waren, waren niet arm en hadden bovendien een redelijk goede verstandhouding met de Welse Gentry.   Geschiedenis Magazine heeft een Maand van de Geschiedenis-special, die vanaf 10 oktober te koop is. Kijk hier

Bronnen:

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.