Deng Xiaoping: pragmatische bouwer van het moderne China

In 2015 groeide de Chinese economie met 6,8 procent: het laagste niveau sinds 1990. Een van de oorzaken van de lagere groei is de overgang naar een economie die draait op consumptie in China in plaats van productie voor de export. Ruim 35 jaar geleden stond Deng Xiaoping aan de wieg van de huidige economie. Hij wilde China moderniseren en koos voor hoofdlijnen en pragmatisme: “Het maakt niet uit of de kat zwart of wit is, als hij maar muizen vangt.”

In 1978 kwam Deng Xiaoping in China aan de macht. Deng was toen al meer dan een halve eeuw betrokken bij het bestuur van het land. Hij speelde in 1958 ook een rol bij de Grote Sprong Voorwaarts, een plan dat de Chinese samenleving moest moderniseren. Het werd een ramp. Om critici de mond te snoeren, startte Mao in 1966 de Culturele Revolutie waardoor veel gezagsdragers, waaronder Deng, werden verbannen naar het platteland. Die tijd in afzondering bleek essentieel voor de toekomst van China.

Tijd om na te denken

Deng was afgesloten van het dagelijkse politieke rumoer in Peking. Daardoor had hij tijd om na te denken en raakte hij ervan overtuigd dat China grote veranderingen nodig had. Chinese fabrieken gebruikten nog steeds Russische technologie uit de jaren vijftig. De universiteiten functioneerden niet meer. De invloed van het politieke systeem kwam tot in de huiskamers. Dat systeem zorgde volgens Deng voor angst en gebrek aan initiatief. Het was onhoudbaar nu de Chinese economie in een erbarmelijke staat verkeerde.

Staatsbezoek aan Frankrijk

Mao wilde niet dat zijn nalatenschap hierdoor werd bepaald. Daarom riep hij in 1973 Deng terug uit zijn ballingsoord. Onder voorwaarde dat hij de economie beter zou laten functioneren, kon hij de ladder van de macht weer beklimmen. China zocht onder meer toenadering tot het Westen. Het resulteerde in een staatsbezoek van Deng aan Frankrijk. Daar zag hij hoe dit land, waar hij ruim 50 jaar eerder als jonge student een aantal jaren doorbracht, was gemoderniseerd. De moderne fabrieken lieten hem zien hoever zijn land achterliep. China moest volgens Deng aan de slag met wetenschap, technologie en industrialisatie. Hij nam Japan daarbij als voorbeeld. Dat land liet al jarenlang grote groei zien, ook omdat het buitenland bereid was technologie te delen.

Ford & Deng Deng met Amerikaanse president Ford (1975)

Officieel beleid

Deze gedachte liet Deng niet meer los. Hij baseerde zijn ideeën op plannen van voormalig premier Zhou Enlai die in 1963 had gepleit voor ‘vier moderniseringen’, in de landbouw, wetenschap en technologie, industrie en defensie. In 1978 kwam Deng zelf aan de macht en werd zijn agenda van ‘opening en hervorming’ officieel beleid. Vanaf dat moment werden technologische ontwikkelingen en wetenschap gestimuleerd en zijn investeringen en kapitaal uit het buitenland toegestaan. In 1980 stelde hij twee doelen: voor het jaar 2000 moest het bruto nationaal product van het land zijn verviervoudigd en halverwege de 21ste eeuw moest China een middeninkomstenland zijn. Deng koos voor een pragmatische benadering en startte diverse experimenten in het zuiden van het land, in de landbouw en met ondernemerschap.

Speciale Economische Zones

Toen Deng in 1977 Guangdong in het zuiden van China bezocht, hoorde hij hoe tienduizenden jonge Chinezen hun leven waagden om naar Hong Kong te kunnen ontsnappen. Volgens Deng waren de ongelijke levensstandaarden de oorzaak. In zijn ogen was de oplossing dan ook niet een hek, maar verbetering van de omstandigheden. In 1979 kreeg Guangdong samen met de provincie Fuijan, na plannen van lokale partijleden, van Deng de ruimte Speciale Economische Zones te starten. Daarin droegen buitenlandse investeringen bij aan de productie voor export. Het experiment werd later verder verspreid naar veertien andere kustplaatsen.

Particulier bezit in landbouw niet meer verboden

De collectivisatie in de landbouw die in 1955 was ingezet, leidde ertoe dat er ook in 1978 nog steeds niet genoeg graan werd geproduceerd om de bevolking van China te voeden. De dreiging van ondervoeding en uithongering gaf Deng gelegenheid dit te veranderen. Hij ging ook hier een experiment aan. Particulier bezit en initiatief waren in de landbouw nog steeds verboden. In een van de arme provincies leidde onderzoek tot een experiment met verlichting van dit regime. Na de eerste successen werd de proef in 1980 door Deng tot nieuw beleid gepromoveerd.

Coöperaties en private ondernemers

Uiteindelijk werden ook de communes op het platteland afgeschaft. Daardoor konden de werkplaatsen daar zich verder ontwikkelen. Ze waren klein en konden snel inspelen op veranderingen. Ook hadden ze toegang tot lokale landbouwgoederen als grondstof voor hun producten. Als coöperaties onder toezicht van de communistische partij pastten ze binnen de ideologie. Hoewel dit niet gold voor kleine private ondernemingen, waren deze wel nodig. Door de hervormingen ontstond behoefte aan buurtwinkels, reparatiewerkplaatsen en restaurants. Deng vond een excuus in de urgentie om werkgelegenheid te vinden voor het grote aantal jongeren, in 1980 ongeveer 20 miljoen, dat naar de steden trok. Als zij geen werk vonden, leidde dat tot onrust en toenemende criminaliteit. Dat zou een bedreiging zijn voor de eenheid en stabiliteit in China en de macht van de communistische partij. Dat wilde Deng te allen tijde voorkomen.

Export verhonderdvoudigd

De experimenten bleven niet zonder resultaat. In 1984 was de export ten opzichte van 1978 met 238 procent gestegen. Drie decennia na de start van de speciale economische zones was de Chinese export verhonderdvoudigd. Een derde daarvan kwam uit Guangdong. Op het platteland steeg de hoeveelheid graan per hoofd van de bevolking van 195 naar 250 kilo. Ook nam de productie en consumptie van vlees, fruit en groente toe. Het inkomen van boeren verdubbelde. De werkgelegenheid bij de voormalige werkplaatsen groeide van 28 miljoen tot bijna 110 miljoen in 1992. Hun aandeel in de industriële productie bedroeg op dat moment 42 procent. Dengs doel om het nationaal inkomen voor het jaar te verviervoudigen, werd uiteindelijk halverwege de jaren negentig al bereikt.

Hoe Deng tegenstand pareerde

De hervormingen van Deng kwamen niet zonder slag of stoot tot stand. Conservatieve krachten binnen de communistische partij wilden trouw blijven aan Mao’s ideaal van de centraal geleide economie. Ook Deng wilde zijn beleid in lijn brengen met het gedachtengoed van Mao. Hij gebruikte vaak aforismen om gevoelige onderwerpen te omzeilen en toch essentiële veranderingen door te voeren. “Het maakt niet uit of de kat zwart of wit is, als hij maar muizen vangt”, was voor hem de manier om te zeggen dat iets dat werkte belangrijker was dan starre ideologie. Met “steen voor steen de rivier over” promootte hij experimenten om conservatief verzet in de partij te overwinnen. Met de term “socialisme met Chinese trekken” rekte hij de ideologie van Mao zover mogelijk op. Corruptie moest aangepakt worden, maar “als je deuren opent krijg je ook vliegen binnen”. De gewonnen rijkdom moest eerlijk worden verdeeld, maar in het begin “worden sommigen als eerste rijk”.

Een rondreis die het beleid redde

Eind jaren tachtig liep de spanning in China toch op. Oplopende inflatie, de tragedie op het Tiananmenplein, onrust in de Sovjet-Unie en Oost-Europa zorgden ervoor dat in China de conservatieve krachten aan invloed wonnen. Dengs beleid stond onder druk, maar hij wilde dat het werd voortgezet. In 1992 maakte hij als 87-jarige daarom een rondreis door de zuidelijke speciale economische zones van China, de basis van zijn successen. De positieve ontvangst, de media-aandacht en de uitgesproken steun van hooggeplaatste militairen zorgden ervoor dat de communistische partij koos voor voortzetting van zijn beleid. Deng probeerde er ook voor te zorgen dat zijn erfenis op de lange termijn in goede handen was.

dengdeng Een patrouilleboot in gebruik tijdens zijn tour door het zuiden

Geïnspireerde opvolgers

Tijdens het veertiende partijcongres in 1992 selecteerde Deng daarom Hu Jintao voor het dagelijks bestuur. Hu werd uiteindelijk de erfgenaam van Deng toen hij in 2002 in China aan het roer kwam te staan. Zijn opvolger en de huidige leider, Xi Jingping, kwam in 2012 aan de macht. Hij was de zoon van Xi Shongxun die in 1979 als lokale partijleider de plannen opstelde voor de speciale economische zones in Guangdong. Net als zijn vader en voorganger probeert hij nu de Chinese economie aan te passen aan de behoeftes en mogelijkheden van de moderne tijd.

<h3><u>Bronnen:</u><u> </u></h3>
Ezra F. Vogel, Deng Xiaoping and the transformation of China (2011)
Barry Naughton, Growing out of the plan. Chinese Economic Reform 1978-1993 (1995)

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!