Egyptische kalender

Van oudsher heeft de mens de behoefte gehad om een systeem te vinden in de wisseling van de jaargetijden. Met name na de opkomst van de landbouw was het essentieel om te weten in welke periode van het jaar men leefde, zodat men wist wanneer men moest zaaien en oogsten. In de loop der tijd hebben verschillende beschavingen daarom hun eigen kalenders en jaartellingen opgesteld. De Egyptische kalender liep echter niet gelijk met de seizoenen en stond daarom ook wel bekend als 'het wandelende jaar'.

De Egyptische kalender werd vermoedelijk voor het eerst gebruikt in 2782 voor Christus, maar er zijn historici die geloven dat het systeem zelfs stamt uit 4242 voor Christus. Het Egyptische jaar bestond in totaal uit twaalf maanden van ieder dertig dagen, plus vijf losse dagen aan het eind van het jaar. Gedurende het grootste deel van de Egyptische geschiedenis hadden die maanden geen eigen naam, maar werden ze aangeduid als de eerste, tweede, derde of vierde maand van een bepaald seizoen. De Egyptenaren verdeelden het jaar in drie seizoenen, grotendeels gebaseerd op de getijden van de rivier de Nijl. Het jaar begon halverwege juli met het seizoen ‘Akhet’, dat overstroming betekent. In die periode trad de Nijl buiten haar oevers en werden de akkers weer voorzien van een vruchtbare laag slib. Na het seizoen ‘Akhet’ volgde in november ‘Peret’, dat stond voor winter of periode van groei. Het laatste seizoen, dat oorspronkelijk begon in maart en duurde tot juli was ‘Shemu’, ofwel het oogstseizoen. Het jaar werd vervolgens afgesloten met vijf losse dagen, die mogelijk symbool stonden voor de geboortedagen van een aantal Egyptische goden.

Probleem van de Egyptische kalender

Het grote probleem van de Egyptische jaartelling was dat de kalender per jaar ruim een kwart dag minder telde dan het zonnejaar. Dit hield in dat de seizoenen iedere vier jaar één dag achterstand opliepen ten opzichte van de zonnewende. Zo kon het gebeuren dat in de 1e eeuw voor Christus het seizoen ‘Akhet’ pas van start ging op 29 augustus in plaats van halverwege juli. Vanwege deze opmerkelijke verschuiving van seizoenen stond de Egyptische kalender ook wel bekend als ‘het wandelende jaar’.

Pas in 25 voor Christus werd dit probleem opgelost door de Romeinse keizer Augustus, die om de vier jaar een zesde dag introduceerde aan het einde van het jaar. Vandaag de dag wordt de Egyptische kalender alleen nog gehandhaafd door de Koptische kerk en door de boeren van Egypte. Sinds de invoering van de schrikkeldag door Julius Caesar (zie Juliaanse kalender) ‘wandelt’ de kalender namelijk niet meer en vormt het dus een ideale indeling van het agrarische jaar. De data van onder andere het oogstfeest en het jaarlijkse festival ter ere van de overstroming van de Nijl worden daarom nog steeds bepaald op basis van de Egyptische kalender. Omdat de meeste Egyptenaren islamitisch zijn, is de Islamitische kalender uiteraard ook belangrijk. 

Ook interessant: 

Beschavingen: 

Landen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Deze bijzonder collectie, met bruiklenen van het Rijksmuseum, is verlengd t/m 13 september 2020.

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.