Nederlandse snelweg met een maximunsnelheid van 130 kilometer per uur.

“Gebouwd voor 120”: de geschiedenis van de Nederlandse maximumsnelheid

In november 2019 kondigde het kabinet Rutte-III aan de maximumsnelheid op de Nederlandse snelwegen te verlagen tot 100 kilometer per uur. Dit werd veelal gezien als een pijnlijke maatregel voor Ruttes ministersploeg: in 2012 was de maximaal toegestane rijsnelheid immers nog met trots verhoogd tot 130 kilometer per uur. De geschiedenis van de Nederlandse maximumsnelheid gaat echter veel verder terug. Hoe ziet de historie van de snelheidslimiet op de Nederlandse wegen eruit?  

Tot 1973 hanteerde de Nederlandse overheid het freie Fahrt-principe op de Nederlandse snelwegen. Dit concept hield in dat automobilisten zo hard mochten rijden als zij zelf wilden of konden. Alhoewel de wetgever destijds ruim baan bood, gold tijdens de jaren ‘50 en ‘60 een grote “natuurlijke” beperking: de meeste auto’s konden domweg niet harder dan 150 kilometer per uur rijden. 

Ondanks de relatief lage snelheden die konden worden bereikt, vielen er al snel veel verkeersslachtoffers. Zo waren in 1964 zo’n 2500 verkeersdoden te betreuren - een aantal dat een decennium later zou oplopen naar maarliefst 3000 dodelijke slachtoffers per jaar. Onder de slachtoffers bevonden zich ook talloze kinderen. Deze bijzonder onveilige situatie ontstond vooral vanwege een gebrek aan ervaring onder verkeersdeelnemers: men was simpelweg nog niet gewend aan de aanwezigheid van auto’s op de Nederlandse wegen. In de hoop de verkeersveiligheid te verbeteren, werden in deze “donkere dagen” organisaties zoals de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), Veilig Verkeer Nederland (VVN) en de Algemene Verkeersdienst (AVD) opgericht.De oliecrisis van 1973.

De oliecrisis

Het zou echter tot 1973 duren voordat de overheid werk ging maken van een snelheidslimiet. Omdat Nederland in dat jaar werd getroffen door een olie-embargo, ontstond vanuit de politiek een sterke behoefte aan energiebesparende maatregelen. In dit kader riep de politiek op tot het vrijwillig aanhouden van een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. Omdat de nationale solidariteit tijdens de oliecrisis van 1973 bijzonder groot was, werd deze instructie wonderwel opgevolgd. Nederlanders gingen spontaan met meerdere mensen in dezelfde auto zitten, en burgers zouden zelfs op de vuist met elkaar gegaan zijn als de snelheidslimiet overschreden werd. 

Toen de oliecrisis echter minder ernstig bleek dan gedacht, verdween de maatschappelijke acceptatie van een vrijwillige maximumsnelheid als sneeuw voor de zon. De regering-Den Uyl kondigde daarop aan een verplichte snelheidslimiet in te voeren. De formele motivatie van het kabinet benadrukte het belang van een maximumsnelheid in het kader van de verkeersveiligheid.

Verplichte maximumsnelheid

De argumenten van de regering werden echter al snel gewraakt door critici. Criticasters meenden dat de overheid zich hoofdzakelijk liet leiden door de behoefte om het Nederlandse energieverbruik terug te dringen, in plaats van de veel belangrijker geachte veiligheid van verkeersdeelnemers. Dat de spanningen hoog opliepen, blijkt uit een petitie die werd ingediend door een honderdtal boze predikanten en hoogleraren, waarin zij schande spraken over het beleid van het kabinet-Den Uyl. Den Haag was, zo klaagden de wijze heren in hun protestschrift, namelijk wel bereid in te grijpen in het verkeer als dit de nationale olieconsumptie terug zou dringen, maar niet als dit in het belang was van de verkeersveiligheid. 

Ook de toonaangevende verkeerspsycholoog J.A. Michon deed een duit in het zakje. Zijn enigszins orignele betoog richtte zich op de “gevolgen” van de aanstaande snelheidslimiet. “De snelwegen zijn gemaakt voor 120 of zelfs 130 kilometer per uur,” zo meende Michon in al zijn wijsheid. “Langzamer rijden is saai, veroorzaakt dufheid, slaperigheid en uiteindelijk kan een automobilist in slaap vallen. Kortom, het maakt de Nederlandse snelwegen juist onveiliger.” 

Michon’s klare taal mocht, evenals de gewetensbezwaren van de gepikeerde predikanten, niet baten. Vanaf 4 februari 1974 gold een maximale snelheid van 100 kilometer per uur op alle snelwegen in Nederland.Bordesfoto kabinet Rutte 1.

Terug van weggeweest

Veertien jaar later werd, als gevolg van de rappe technologische ontwikkeling in de auto-industrie en verbeteringen aan het Nederlandse wegennet, de snelheidslimiet verhoogd tot 120 kilometer per uur. De grens van “120” hield stand tot 1 januari 2012, toen het kabinet-Rutte I de nieuwe maximumsnelheid van 130 kilometer per uur invoerde. 

Deze nieuwe snelheidsgrens hield het echter niet lang vol. In 2019 werd, in verband met de stikstofcrisis, besloten de maximaal toegestane rijsnelheid terug te schroeven tot 100 kilometer per uur. De “ouderwetse” maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, die tijdens de oorspronkelijke invoering van de verplichte snelheidslimiet nog voor zoveel ongenoegen had gezorgd, is daarmee terug van weggeweest. 

Bronnen:

Afbeeldingen:

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.