Geschiedenis van de gouden koets

Geschiedenis van de Gouden Koets

Komende dinsdag is het weer zo ver en zal koning Willem Alexander met de Gouden Koets naar het binnenhof rijden. Maar sinds vandaag is er discussie over de koets. Een 'foute' illustratie op de zijkant van de 19e eeuwse praalwagen ‘Hulde der Koloniën’ stuit vandaag namelijk op grote weerstand. De koets werd in 1898 aangeboden door de stad Amsterdam.

In 1898 schonk de bevolking van Amsterdam de Gouden Koets aan Koningin Wilhelmina. Het geld voor de koets was ingezameld door de Vereeniging van het Amsterdamsche Volk tot het Aanbieden van een Huldeblijk aan H.M. Koningin Wilhelmina. De koets was bedoeld als geschenk bij haar inhuldiging tot koningin op 6 september 1898. Maar Wilhelmina wilde geen geschenken aannemen ter gelegenheid van haar inhuldiging, waardoor ze het cadeau pas een dag na de plechtigheid accepteerde.

Het Huwelijk

Op 7 februari 1901, de huwelijksdag van Wilhelmina en Hendrik, zoon van groothertog Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin, reden zij voor het eerst in de Gouden Koets door Den Haag. Een maand later werd de koets in Amsterdam gebruikt bij de intocht van het Koninklijk paar. Sinds 1903 maakt het staatshoofd in de regel één keer per jaar gebruik van dit rijtuig, en wel op de derde dinsdag van September, Prinsjesdag. Als het koningshuis voor die tijd vervoerd werd, gebeurde dat in de glazen koets, die in 1826 voor Koning Willem I werd gebouwd door P. Simons uit Brussel. Met de Gouden Koets begeeft het Nederlandse staatshoofd zich ieder jaar op Prinsjesdag naar de Ridderzaal in Den Haag om de troonrede uit te spreken. Ook bij de doop van prinses Juliana(1909), het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard (1937), de doop van prinses Beatrix (1938), het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus (1966) en bij het huwelijk van prins Willem-Alexander en Máxima (2002) werd de Gouden Koets ingezet.

De Gouden Koets

De Gouden Koets is gebouwd van Javaans Teakhout en voor een groot deel bedekt met bladgoud. Het voertuig is gebouwd door de gebroeders Spijker in de Hollandse Renaissancestijl. De gebroeders hadden aanvankelijk een smederij die later, via een rijtuigenmakerij, overging in een bedrijf dat de Spijkerauto’s produceerde. Aan beide zijde van de bok is het rijkswapen opgenomen en de wielen symboliseren de zon. Op de kroonlijst van de koets zijn de wapens van de in die tijd elf provincies, dus zonder Flevoland, afgebeeld. Ook is het wapen van de stad Amsterdam te zien. Het borduurwerk binnen in de koets is deels verricht door meisjes uit weeshuizen. Het beeldhouwwerk komt uit het Atelier Van den Bossche en Crevels en de schilderingen van de hand van Nicolaas van der Waay. De zijpanelen hebben als onderwerp ‘Hulde aan Nederland en Oranje’ en ‘Hulde der Koloniën’.

Van der Waay

Nicolaas van der Waay was een Nederlandse schilder, aquarellist, tekenaar en lithograaf. Hij werd op 15 oktober 1855 geboren in Amsterdam en schilderde van 1870 tot 1939. Op 36-jarige leeftijd werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Rijksacademie van Beeldende Kunst. Hij ontwierp onder andere portretten voor munten en postzegels. Hij maakte ook de beeltenis voor het eerste Nederlandse bankbiljet van tien gulden. Maar hij werd het meest bekend door de afbeeldingen die hij maakte voor de Gouden Koets. Over één van zijn afbeeldingen is vandaag naar aanleiding van een artikel in de nrc-next discussie ontstaan.

‘Hulde der Koloniën’

Op het zijpaneel van de Gouden Koets worden namelijk halfnaakte zwarte mannen en vrouwen afgebeeld die hun rijkdommen aanbieden aan het koningshuis. Vanaf de Gouden Eeuw werden er meer dan twaalf miljoen Afrikanen getransporteerd naar de Nieuwe Wereld om daar tewerkgesteld te worden. Nederland speelde in de eerste helft van de 17e eeuw een centrale rol in de slavenhandel in het Atlantisch gebied. De kleine Republiek en haar grote vloot opereerde in de Gouden Eeuw wereldwijd. Geld verdienen met de handel was het streven. In de tijdsgeest van de Gouden Eeuw ging kolonialisme gepaard met onderdrukking, maar werd handel als iets heel anders gezien. De slaven waren aangevoerd vanuit West-Afrika en werden verkocht op de slavenmarkt op Curaçao. Al snel groeide de markt op Curaçao uit tot een van de belangrijkste regionale slavenmarkten. Door een toenemende suikerproductie op de kolonies rondom Curaçao, hadden ook Frankrijk en Engeland steeds meer slaven nodig  om op de plantages te werken en Nederland voorzag in die vraag. Onder internationale druk en druk van de Surinaamse onafhankelijkheidsstrijders werd de slavernij uiteindelijk op 1 juli 1863 opgeheven. Nederland was een van de laatste Europese landen die de slavernij afschafte.

Gebruik

Door deze rol van de Nederlanders in de Atlantisch slavenhandel ligt de afbeelding ‘Hulde der Koloniën’ gevoelig, zoals blijkt uit de ingezonden brief naar de nrc-next vandaag. "In de koloniale tijd en de nadagen van de slavernij leek een dergelijke afbeelding heel gewoon. Nu herinnert het ons aan een gruwelijke periode in de Nederlandse geschiedenis", schrijven Barryl Biekman (Landelijk Platform Slavernijverleden), Harry van Bommel (Kamerlid SP), Mariko Peters (Kamerlid GroenLinks) en Jeffrey Pondaag (Comité Nederlandse Ereschulden) vandaag op de opiniepagina’s van de papieren nrc.next. Overigens blijkt op Twitter dat niet iedereen het eens is met een eventuele verwijdering van de afbeelding en vinden veel mensen dat ook zwarte pagina’s uit het verleden tot de vaderlandse geschiedenis behoren.

Afbeelding:

De Gouden Koets tijdens prinsjesdag 1976. Fotocollectie Anefo via www.nationaalarchief.nl

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!