Geschiedenis ridderzaal

Geschiedenis van de Ridderzaal

Het moest een koninklijke zaal worden. Met deze gedachte in het achterhoofd gaf graaf Willem II halverwege de dertiende eeuw de opdracht tot de bouw van de zaal, nu bekend als de Ridderzaal. Het gebouw, met zijn destijds ongekende omvang, diende de nieuwe positie van Willem als rooms-koning te onderstrepen. Door de vroegtijdige dood van graaf Willem II was het echter diens zoon Floris V die de zaal liet afbouwen en in gebruik nam.

In de daaropvolgende eeuwen diende de ‘Grote Zaal’ vooral als zittingszaal tijdens speciale gelegenheden. Ook deed de ruimte in de Bourgondische tijd waarschijnlijk regelmatig dienst als rechtszaal. Toch moet  de zaal gedurende de vijftiende en zestiende eeuw doorgaans leeg hebben gestaan.

Ooievaars op het dak van de Ridderzaal

De landsheer kwam slechts zelden naar het Binnenhof en de bijeenkomsten in de zaal waren zodoende zeer incidenteel. De enige ‘bewoners’ van het gebouw waren de ooievaars, die sinds jaar en dag op het dak van de Grote Zaal nestelden. Zij waren graag geziene gasten en groeiden al snel uit tot het symbool van de stad.

Ridderzaal opengesteld

Nadat Filips II in 1581 in de Grote Zaal door de opstandige Nederlandse gewesten als landsheer was afgezet, leek het er zelfs even op dat de ooievaars als enige gebruikers van het gebouw zouden overblijven. Wat moest men immers met zo’n enorme koninklijke zaal nu er geen ‘koning’ meer was? Het antwoord op deze vraag bleek echter snel gevonden. Verschillende handelaars, marktkramers en  boekverkopers namen vanaf  het einde van de zestiende eeuw hun intrek in de zaal. Aldus veranderde de eens zo plechtige zittingszaal in een openbare ruimte, waar iedereen vrij naar binnen kon lopen. Dit publieke karakter werd versterkt toen de Staatsloterij ook de zaal betrok.

Ridderzaal in de Napoleontische tijd

Slechts een aantal keren bleef de zaal voor bezoekers gesloten. Bijvoorbeeld in de Napoleontische tijd, toen het Binnenhof een tijdje dienst deed als school en hospitaal. De boekverkopers en de Staatsloterij zouden echter nog tot diep in de negentiende eeuw blijven. Toen de onvrede daarover toe nam, moesten zij de ruimte verlaten. Men wilde de ‘Ridderzaal’, zoals het gebouw inmiddels liefkozend werd genoemd, een meer roemrijke bestemming geven. Bovendien verkeerde de zaal in een zeer slechte staat. Er moest iets gebeuren.

De vernieler van de Ridderzaal

Rijksbouwmeester Willem Nicolaas Rose (1801-1877) kreeg de verantwoordelijkheid voor de restauratie. Deze nam de Ridderzaal echter op zo’n ingrijpende wijze onder handen dat er van het historische karakter van de ruimte weinig overbleef. Zo meende Rose bijvoorbeeld dat de houten overkapping niet origineel kon zijn en liet hij het pronkstuk van middeleeuwse bouwkunst zonder pardon vervangen door een eigentijds dak van glas en gietijzer. Toen het gebouw ook nog eens de functie kreeg van archiefruimte, was de verontwaardiging compleet. Zowel publicisten als politici beklaagden zich over de nieuwe situatie en brandmerkten de rijksbouwmeester als ‘de vernieler’ van de Ridderzaal.

Architect Pierre Cuypers (1827-1921)

Een tweede restauratie volgde aan het einde van de negentiende eeuw, onder leiding van de bekende architect Pierre Cuypers (1827-1921). Het huidige karakter van de Ridderzaal is grotendeels zijn verdienste. Allereerst liet hij een exacte kopie plaatsen van het dak dat Rose eerder had afgebroken en vervolgens voorzag hij het gebouw van talloze op het verleden gebaseerde elementen, zoals de opvallende troon van het staatshoofd.

De koninklijke Ridderzaal

Sinds het begin van de twintigste eeuw kan de Ridderzaal ook weer met recht een koninklijke zaal worden genoemd. En een representatieve troonzaal waar sinds 1904 elke derde dinsdag van september de opening van de Staten-Generaal plaatsvindt. Een zwarte bladzijde uit de recente geschiedenis is het gebruik van de zaal door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tegenwoordig is de Ridderzaal echter in de eerste plaats weer ‘een feestzaal voor de democratie’.

Artikel afkomstig uit het boek

Het Binnenhof (boek)

Titel: - Het Haagse Binnenhof. Acht eeuwen centrum van de macht
Auteur: - Jaco Alberts, Eddy Habben Jansen en Diederik Smit
ISBN: - 978-90-6473-475-5
Pagina's: - 152
Prijs: - € 24,95




Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeaus!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.