Geschiedenis van het paspoort in Nederland

Je bent Nederlander of je bent het niet en als een identiteitskaart gratis is, waarom zou je het dan niet even op gaan halen bij het gemeentehuis? De Hoge Raad verklaarde vrijdag namelijk dat gemeentes geen geld meer mogen vragen voor de ID-kaart. De oorsprong van de Persoonspassen ligt in de tijd van de Franse Revolutie.

Al tijdens de middeleeuwen en de oudheid namen reizigers aanbevelingsbrieven mee als ze het land verlieten. Reisdocumenten bestaan dus al lang in verschillende vormen. Maar sinds de Franse Revolutie kwam hier meer structuur in.

Paspoortwet van 1813

In 1813 werd er in Nederland een paspoortwet ingevoerd. Daarmee was iedere inwoner van Nederland vrij om binnen de landsgrenzen te reizen, maar zodra ze naar het buitenland wilden, moesten ze een paspoort aanvragen. Het paspoort was net groter dan een A4-tje en was uit naam van de Nederlandse koning in het Frans uitgegeven. Op het document stonden de uiterlijke kenmerken van de persoon in kwestie beschreven, zoals de lengte, de haarkleur en de kleur van de ogen.

Eerste Wereldoorlog

Ondanks de wet waren aan het begin van de 20e eeuw maar weinig mensen in het bezit van een paspoort. De grenzen waren open en iedereen kon gaan en staan waar hij wilde. Slechts landlopers en zigeuners werden aangepakt door de overheid. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) veranderde dat. Het resultaat van de oorlog was dat de grenzen sloten. Langs de Belgisch-Nederlandse grens werd schrikdraad gespannen van 2000 volt. Door middel van het stroomdraad wilden de Duisters die België hadden bezet voorkomen dat de Belgen via het neutrale Nederland konden vluchten naar Engeland. De Eerste Wereldoorlog zorgde er dan ook voor dat een groot aantal Nederlanders een paspoort kreeg om toch naar het buitenland te kunnen afreizen.

Interbellum

Na de oorlog werd de Volkenbond opgericht. In Barcelona werd een conferentie gehouden om te spreken over het reizen en de reisdocumenten die binnen Europa werden gehanteerd. Er werd tevens gesproken over de afschaffing van het paspoort. Reizen binnen de Benelux moest makkelijker worden. Maar kort na de grote oorlog was het ondenkbaar om de paspoorten af te schaffen. De landen wantrouwden elkaar en de grenscontroles en de paspoortplicht werden in stand gehouden.

Indentificatieplicht

Begin 1940 wilde de Nederlandse Ambtenaar J.L. Lentz een systeem invoeren waardoor alle personen goed werden geregistreerd en de identiteit van de Nederlandse burgers onomstotelijk kon worden vastgesteld. Iedere Nederlander moest in het vervolg een deugdelijk identificatiebewijs in zijn bezit hebben. De Nederlandse regering wees dit plan in maart van de hand, omdat het zou impliceren dat iedere burger een potentiële misdadiger was. Maar grimmiger tijden braken aan.

Kennkarte tijdens de Tweede Wereldoorlog

In mei 1940 bezetten de Duitsers Nederland. Een half jaar later kregen alle Nederlanders een persoonsbewijs, de “Kennkarte”, dat ze verplicht bij zich moesten dragen. De Nederlandse ambtenaar J.L. Lentz ontwierp op verzoek van de Duitse bezetter het persoonsbewijs. Hij had vanaf 1936 leiding gegeven aan de rijksinspectie van het bevolkingsregister. In de daaropvolgende jaren was hij verantwoordelijk geweest voor de technische ontwikkeling en de invoering van het persoonsbewijs. Door de invoering van het persoonsbewijs verkreeg de Duitse bezetter een belangrijk instrument tot maatschappelijke beheersing en onderdrukking van de Nederlandse bevolking en met name van de Joden. Iedereen moest voortaan een persoonsbewijs op zak hebben. In het document stonden veel persoonlijke kenmerken, waaronder een vingerafdruk.

De perfecte boekhouder

Henk Hofland schreef in het NRC-Handelsblad van 15 april 2005 het volgende over Lentz:

In de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland ook zo'n bovenmenselijke boekhouder, een geniaal perfectionist van de administratie, J.L. Lentz, hoofd van de rijksinspectie van de bevolkingsregisters. Hij had een voor die tijd hermetisch register ontworpen, en volgens dr. L. de Jong (deel 12, eerste helft, pag. 577) 'een nauwelijks goed na te maken persoonsbewijs dat ons inziens de bezetter en speciaal de SD een groter dienst heeft bewezen dan welke Nederlander ook'. De bezetter heeft er dankbaar gebruik van gemaakt bij de arrestatie van Amsterdamse Joden. Als ik langs de Hollandsche Schouwburg loop, denk ik wel eens aan de heer Lentz. Na de oorlog heeft hij drie jaar gevangenisstraf gekregen.

 Na de oorlog

Net als na de Eerste Wereldoorlog ontstond na de Tweede Wereldoorlog wederom de vraag wat er moest gebeuren met de persoonspassen. Er kleefde een vieze nasmaak aan en daarnaast moest iedereen vrij kunnen reizen. Maar van die ideeën kwam weinig terecht. In de jaren vijftig kregen alle Nederlanders een nieuw paspoort dat vijf jaar geldig was en die voorzien moest zijn van een foto. Dit model bleef in hoofdzaak gehandhaafd tot eind jaren tachtig. Niet langer werden het beroep en de haarkleur van de desbetreffende persoon vermeld, maar het geslacht kwam erbij te staan. Uiteindelijk kwam er in 1995 een nieuw model.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!