Gijzeling Amerikaanse ambassade in Iran

De VS hebben sinds 1980 al geen functionerende ambassade meer in Teheran vanwege het gijzeldrama dat zich daar sinds eind 1979 afspeelde.

In 1977 kwam een groep studenten in opstand tegen het regime van de pro-westerse sjah, die met behulp van de CIA in 1953 aan de macht was gekomen. Ze eisten een staat waarvan het islamitische karakter duidelijker naar voren kwam. De sjah probeerde aanvankelijk nog het tij te keren door de invoering van de islamitische kalender en het ongedaan maken van het eenpartijstelsel, maar zonder succes.

Iraanse Revolutie

De Iraanse Revolutie brak uit in december 1978. De maand erna, op 16 januari 1979, vertrok de sjah tijdelijk naar het buitenland, waarbij hij de macht overdroeg aan de leider van het nationale Front, Shapur Bakthiar. Toen de sjah het land was ontvlucht, keerde Khomeini op 1 februari 1979, na vijftien jaar ballingschap,  als triomfator terug. Hij zette Bakthiar af en benoemde een voorlopige regering met de geestelijke Mehdi Bazargan als premier. Hij was uitgesproken anti-Amerikaans. Op 1 april 1979 werd er een referendum gehouden waarin de bevolking zich kon uitspreken over het behoud van de monarchie of het instellen van een islamitische republiek. De meeste mensen waren tegen de pro-westerse en corrupte monarchie en de islamitische republiek werd hiermee een feit. De Verenigde Staten hadden jarenlang de dictatuur van de sjah gesteund, waardoor de revolutie een sterk anti-Amerikaans karakter kende. Demonstranten verbrandden Amerikaanse vlaggen en riepen leuzen als "Dood aan Amerika!".

Gijzeling

Verschillende Iraanse studenten bedachten een plan om de Iraanse Revolutie te steunen en besloten over te gaan tot het gijzelen van de Amerikaanse ambassade. Op 4 november 1979 was het zover. De bezetters hadden aanvankelijk verwacht dat de gijzeling slechts een paar dagen zou aanhouden, maar het pakte anders uit. Vanaf het begin heerste er namelijk grote steun voor de actie onder het Iraanse volk en ook Khomeini gaf zijn goedkeuring. De gijzelnemers eisten onder andere de uitlevering van de op dat moment in de Verenigde Staten verblijvende sjah. Op het moment van de gijzeling, wisten zes diplomaten, die zich op dat moment buiten de ambassade bevonden, te vluchten naar de Zwitserse en de Canadese ambassade. De overige 63 diplomaten en burgers die aanwezig waren in het gebouw van de ambassade werden gegijzeld. Na de bezetting lieten de gijzelnemers vrijwel meteen 13 vrouwen en donkere mensen vrij. In juli 1980 werd bovendien nog een 14e gevangene vrijgelaten, doordat hij aan de spierziekte multiple sclerose leed. De overgebleven gegijzelden bleven gedurende een periode van 444 dagen gevangen binnen de Amerikaanse ambassade.

Operatie Eagle Claw

Op 24 april 1980 ondernamen de United States Armed Forces een poging om de 52 gijzelaars te bevrijden. De operatie zou aanvankelijk twee nachten duren. De eerste fase van het plan verliep nog goed, ondanks beschietingen op een bezinetruck die een explosie veroorzaakte die mijlenver te zien was. Maar toen de helikopters richting Teheran vlogen, kwamen ze in een zandstorm terecht, waarbij twee helikopters in de problemen kwamen. Daarna waren er nog slechts vijf helikopters over om de missie uit te voeren. Zes helikopters waren nodig om alle gijzelaars te kunnen vervoeren. President Carter besloot de missie daardoor af te lassen. Toen de helikopters op hun terugtocht waren en moesten worden bijgetankt door C-130 transportvliegtuigen, ging het mis. Een C-130 en een helikopter botsten door een stofwolk boven op elkaar. Alleen de piloot van de helikopter overleefde het ongeval. Vijf helikopters werden uiteindelijk achtergelaten. Ook werden bij de aftocht geheime documenten gevonden die de identiteit van verschillende CIA-agenten onthulden die aanwezig waren in Teheran.

Akkoorden van Algiers

De reddingspoging mislukte dus en de gijzelaars zouden uiteindelijk vrijkomen door diplomatieke onderhandelingen. Op 19 januari 1981 werden de Akkoorden van Algiers gesloten die het einde betekenden van de gijzeling van de 52 personen die al 14 maanden zaten opgesloten binnen de ambassademuren. In de akkoorden werd de vrijlating van de gijzelaars geregeld en werden Iraanse banktegoeden vrijgegeven. Bovendien werd besloten tot immuniteit tegen eisen tot schadevergoeding van Amerika tegen Iran. De Amerikaanse president Carter was afgetreden en Reagen nam het stokje over. Twintig minuten na zijn aftreden werden de gijzelaars overgedragen aan de Verenigde Staten. De actie duurde van 4 november 1979 tot 20 januari 1981.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!