Orkaan Luís

Grootste orkanen in de geschiedenis van de Antillen

In het Atlantisch orkaanseizoen, dat meestal van ongeveer 1 juni tot 30 november duurt,  zijn de Bovenwindse eilanden – Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten – al vaker slachtoffer geweest van tropische stormen en orkanen. Het is een terugkerend fenomeen. Op 6 september 1995 raasde de allesverwoestende en bovengemiddeld krachtige orkaan Luís over de eilanden. De volgende ochtend meldde Trouw dat de orkaan, die ‘enorm heeft huis gehouden’, zeker ‘de grootste natuurramp in de geschiedenis van de Antillen’ was. 

Vernietigende kracht

Op Sint Maarten, dat net als in 2017 bij orkaan Irma door het oog van de orkaan werd getroffen, vielen negen doden en werd zestig procent van de huizen vernietigd. Er was grote materiële schade aan bedrijven, schoolgebouwen, kerken, winkelcentra en hotels. Misschien nog wel dramatischer was het lot dat de krottenwijken – de zogenaamde ‘shanty-towns’ – was beschoren: daar bleef nauwelijks iets van over. Veel jachten die in de baai lagen waren door de golven op de kade gesmeten of gezonken. De elektriciteits- en telefoonleidingen en de watervoorziening hadden het begeven. De aanwezige militairen konden niet voorkomen dat er direct na de ramp grootschalige plunderingen uitbraken.

Geschiedenis

Lange tijd bestond er geen goede apparatuur die de naderende komst van een orkaan kon voorspellen. Een barometer mat wel veranderende luchtdruk en gaf dus enige indicatie, maar het was daarmee moeilijk te zeggen hoe sterk de orkaan zou worden of wanneer hij aan land zou komen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd door de jezuïet J. E. Ramirez een seismografisch apparaat uitgevonden dat de bewegingsrichting van orkanen kon vaststellen. In de jaren ‘50 werden in de Antillen de eerste nauwkeurige radarwaarschuwingen afgegeven. Voor die tijd werden de eilandbewoners dus van tijd tot tijd opgeschrikt door het vernietigende natuurgeweld.

In 1819 werd Sint Maarten ook geteisterd door een orkaan met een vergelijkbare kracht als Luís en Irma. Het slachtofferaantal was hoog: 80 mensen vonden de dood. Van de houten huizen op het eiland bleven er slechts een paar staan. De plantages waren geruïneerd en er ontstond grote voedselschaarste in de nasleep van de ramp. De schade werd geschat op anderhalf miljoen gulden – een gigantisch bedrag voor een eiland waar de hele begroting slechts 30.000 gulden besloeg.

Nederlandse steun

In 1819 ontvingen de eilanden – toen koloniën – geen enkele financiële steun van de Nederlandse regering. De eilandbewoners en plantagehouders moesten zelf uit de puinhopen weer een bestaan opbouwen. Bij de grotere orkanen in 1924, 1928 en 1950 schoot Nederland – zij het gering – wel te hulp.

De ravage die Luís in 1995 achterliet was dusdanig groot, dat er direct een Nederlandse commissie naar de eilanden vertrok om de schade op te nemen. De verwoestingen maakten ‘grote indruk op de leden van de delegatie’, aldus het parlementair verslag. Geschat werd dat er 250 miljoen gulden nodig was om de eilanden de eerste paar maanden door de ellende heen te slepen. Hoewel de Nederlandse regering daar substantieel aan bijdroeg, wrong het in de overzeese gebiedsdelen. In plaats van het geld in beheer te geven van de lokale overheden, stelde de regering een eigen ministeriële ‘Task-Force’ op om het regeringsaandeel van de noodhulp te beheren. Leden van de Staten van de Nederlandse Antillen lieten daarom geagiteerd weten teleurgesteld te zijn in dit gebrek aan vertrouwen en betreurden de onnodige bureaucratisering die er waarschijnlijk mee gepaard zou gaan. De groeiende bemoeizucht van ‘Den Haag’ werd volgens hen ‘niet in het belang geacht van de goede verhoudingen in het Koninkrijk.’

Bronnen:

- ANP Parlementaire Monitor, Verslag: Gevolgen van de orkaan Luis voor de Bovenwindse eilanden van Nederlandse Antillen

- Trouw, 7 september 1995, ‘Orkaan Luis houdt enorm huis op de Bovenwindse eilanden’

- NRC, 11 september 1995, ‘Orkaan Luís zwaarste sinds 1819’

Afbeelding:

NASA via Wikimedia Commons

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Museum Bronbeek organiseert van 20 t/m 27 oktober 2019 in de ‘Week van de Koloniale Geschiedenis’ lezingen, films, muziek, dans, theater, talkshow en exposities rond het thema ‘Zij/hij’. Deze ‘Week’ is deel van de landelijke Maand van de Geschiedenis. Het gedetailleerde programma is vanaf 1 oktober als PDF te downloaden.