Heksenverbranding in Roermond 1613

Heksenvervolging in middeleeuws Europa

Op Internationale Vrouwendag 2022 heeft de Schotse premier Nicola Sturgeon excuses aangeboden voor de heksenvervolging in Schotland. Tussen de 16e en 18e eeuw werden duizenden vrouwen onterecht beschuldigd van hekserij, waardoor ze lang werden gemarteld voordat ze werden gedood op de brandstapel. In het Schotse parlement wordt er gewerkt aan een wet die de namen van de veroordeelden alsnog zuivert. Maar waar kwam deze heksenhysterie in het middeleeuws Europa eigenlijk vandaan?

De heks

Een oude vrouw die krom liep, alleen woonde en rare brouwsels bereidde: de heks. Vrijwel ieder dorp in de Middeleeuwen had wel zo’n rare oma, vreemde oude vrouw of ‘heks’. Ze speelden vaak een belangrijke rol bij ziekten en bevallingen. Maar als zich een ramp in de gemeente voltrok, werden deze zonderlinge vrouwen aangewezen als zondebokken.

Weinig belangstelling

Omstreeks 1430 ontstond het idee dat er binnen het christendom een geheime sekte zou bestaan, de heksen. Onheil zoals onweer, misoogst, hongersnood, epidemieën, dood en onvruchtbaarheid van mensen en vee werden toegeschreven aan de oude dames. Tussen 1435 en 1487 werden er traktaten afgevaardigd die waarschuwden voor deze geheime sekte, maar het onderwerp kreeg aanvankelijk nog weinig bijval.

Pest, hongersnood & pauselijke bul

Eind 1470 kwam er echter een omslag. De pest en hongersnood leidden tot ontvolking in Noord-Europa. Tegen de achtergrond van deze ellende werden mensen vatbaar voor het idee van de zondenbok die moest worden opgespoord en bestraft. Toch kreeg het opsporen en berechten van deze heksen nog niet veel bijval. De aangestelde inquisiteurs ondervonden slechts tegenstand bij de vervolgingen van zowel wereldlijke- als kerkelijke gezaghebbers. Paus Innocentius VIII vorderde hierop op 5 december 1484 de bul summis desiderantes affectibus (‘Omdat we ten zeerste verlangen’) uit. Hierin stond dat aan de inquisiteurs onvoorwaardelijke steun moest worden verleend in hun strijd tegen heksen.

Malleus Maleficarum

Heinrich Kramer (of Henricus Institoris) schreef daarop tussen 1485 en 1486 een boek: Malleus Maleficarum, de Heksenhamer. In het boek werd uitgelegd hoe heksen moesten worden ondervraagd en welke foltermethoden het meest effectief waren. Kramer voegde Jacob Sprenger toe als auteur. Spenger was een Dominicaanse priester en buitengewoon inquisiteur voor Mainz, Trier en Keulen. Sprenger had niets met het boek te maken, maar zijn naam moest het boek meer bekendheid geven.

Drie delen

Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel wilde de auteur bewijzen dat hekserij bestaat, in het tweede deel vertelde hij welke vormen hekserij aan kon nemen en in het laatste deel beschreef hij hoe heksen herkend konden worden en berecht. Het kwam eerst in Duitsland uit en werd snel een succes in de rest van Europa. De Heksenhamer bleef tot ver in de zeventiende eeuw een gezaghebbend handboek.

Ook in Schotland werd de heksenhysterie aangewakkerd door middel van een boek. Koning Jacobus VI van Schotland (1567-1625) was zo geobserdeerd door heksen, dat hij in 1597 het boek Daemonologie schreef over hoe heksen te herkennen waren. Zo raakte de hele Schotse samenleving in de ban van de heksenvervolging en ontstond er een ware heksenhysterie.

Pact met de duivel

De middeleeuwse mens geloofde dat heksen vrouwen waren die een pact met de vijand van God, de duivel, hadden gesloten. In ruil voor geld of seks kregen ze – zo was de overtuiging - magische krachten waardoor ze in staat waren het vee ziek te maken, op een bezemsteel te vliegen of plotseling hagelstormen of regens op te roepen.

Een godslasterlijke ‘sabbatsviering’

Vier keer per jaar gingen de heksen naar een ‘sabbatsviering’ toe, waar ze godslasterlijke rituelen uitvoerden. De middeleeuwse mens geloofde heilig dat op deze gezamenlijke sabbat de duivel ook aanwezig was. De heksen knielden voor hem neer en noemden hem ‘Heer’. Ze kusten de linkervoet, de anus en het geslachtsdeel van de duivel. De ceremonie eindigde in een orgie waarbij de duivel vrolijk meedeed. Althans, zo werd gedacht.

Heksenwaag

Duizenden vrouwen stierven naar aanleiding van de heksenvervolgingen op de brandstapel, vooral in de Duitstalige landen. In de Nederlanden kwam de vervolging van heksen veel minder vaak voor. Toch kun je in Nederland nog overblijfselen vinden van heksenprocessen, zoals de heksenwaag in Oudewater. Op deze weegschaal konden mensen zich laten wegen. Heksen zouden namelijk zo licht als een veertje zijn, zodat ze op hun bezem zouden kunnen vliegen. Wanneer bij weging bleek dat iemands gewicht niet overeenkwam met de ‘proportiën des lichaams’, dus met andere woorden ‘te licht was’, werd deze persoon schuldig bevonden aan hekserij.

Certificaten van weginghe

Mensen konden om eventuele verdenkingen te voorkomen, een ‘certificaten van weginghe’ aanvragen, waarmee een verdachte kon worden vrijgepleit. ‘Heksen’ uit heel Europa kwamen naar Oudewater om dit felbegeerde papiertje te bemachtigen.

Heksenvervolging in de 21e eeuw

In Europa zijn er tegenwoordig geen heksenvervolgingen meer. De laatste heksenexecutie vond plaats in 1792 in Polen. Met name het veranderende intellectuele klimaat van de Verlichting droeg bij aan de afname van de heksenvervolgingen. Buiten Europa gelooft men nog wel in hekserij. Met name in Afrika, Papoea Nieuw-Guinea en India vinden er nog regelmatig heksenvervolgingen plaats. Zo werden er in 2011 in Mozambique twee ouderen gelyncht, zijn er in delen van Zuid-Afrika sinds 1990 honderden mensen gedood en ligt het gemiddelde aantal gedode ‘heksen’ in India op 150 tot 200 per jaar.    

Bronnen

Ook interessant: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ontdek Geschiedenis Magazine!