Kamperen Cursus Nederland

Kamperen in Nederland? Niet zonder diploma!

Zoals elk jaar verruilen miljoenen Nederlanders deze zomer hun woning tijdelijk voor een vakantieonderkomen. Met name kamperen is populair. Nederlanders uit alle bevolkingslagen planten hun tenten en caravans neer op grasveldjes in heel Europa. Van de ongedwongenheid waarmee dit nu gebeurd, was honderd jaar geleden nog geen sprake. Toen kamperen voor het eerst haar intrede deed in Nederland, werden kampeerders met argusogen bekeken. Ze moesten zelfs een soort ‘kampeerdiploma’ halen, om hun goede trouw te bewijzen.

Kamperen ontstaan

Kamperen in een tent als toeristische ontspanning ontstond in Engeland aan het einde van de negentiende eeuw. Rond 1880 deed daar de fiets met gelijke wielen en bagagedrager haar intrede. Dit vervoermiddel maakte korte tochtjes van hotel naar hotel mogelijk. Dit leidde tot een explosie van het toerisme in Engeland. De Engelse hotels raakten overvol, waardoor sommige hoteleigenaren grote tenten op naburige grasveldjes gingen opzetten. Zo konden ze de mensenmassa’s toch ergens kwijt. Al snel begonnen gasten hun eigen tentjes mee te brengen. Het toeristisch kamperen was hiermee geboren.

Hobby voor de elite

Rond 1910 waaide het kamperen over naar Nederland. Het was in het begin voornamelijk een bezigheid van jonge mannen uit de bovenklasse. Alleen zij konden zich een fiets, tent en andere kampeerspullen veroorloven. Daarnaast kreeg de gemiddelde arbeider toch te weinig vrije dagen om op vakantie te gaan. Bovendien hadden kampeerders honderd jaar geleden grotendeels dezelfde drijfveren als nu. Juist onder de gegoede burgers leefde de sterke behoefte om te ontsnappen aan het jachtige stadsleven. Hoewel ze over de beste woningen beschikten, verlangden ze er toch naar om met de buitenlucht en natuur in aanraking te komen. In dat opzicht is er afgelopen eeuw nauwelijks iets veranderd.

Kampeerders gewantrouwd

De eerste kampeerders werden op het Nederlandse platteland niet bepaald met open armen ontvangen. Met name in het katholieke zuiden stond men wantrouwig tegenover de jonge stedelingen die op hun grasvelden neerstreken. De angst bestond dat ongetrouwde mannen en vrouwen bij elkaar zouden gaan slapen. Voor die tijd was dat ongekend losbandig. Vandaar dat sommige gemeenten kamperen als landloperij verboden. Met een tentje er op uit trekken werd aan strikte regulaties verbonden. Kampeerders moesten vooraf toestemming vragen bij de landeigenaar en een vergunning bij de gemeente aanvragen. Hiervoor was een bewijs van goed gedrag nodig. Daarnaast was het verplicht voor mannen en vrouwen om gescheiden te slapen.

Onder de hoede van de ANWB

Ondanks deze beperkingen, bleef de populariteit van het kamperen groeien. In de jaren ’20 en ’30 nam het aantal vrije dagen toe, waardoor steeds meer mensen met vakantie konden gaan. Vanaf 1925 schoten de kampeerterreinen dan ook als paddenstoelen uit de grond. Vanwege deze toenemende populariteit kwam er in 1936 een systeem van kampeerkaarten, waarmee iedereen die ging kamperen zich verplicht diende te registreren. Drie jaar later kwam de uitgifte hiervan onder het beheer van de ANWB. Vanaf dat moment zette de bond zich steeds meer in voor het kamperen. De Tweede Wereldoorlog gooide hierbij tijdelijk roet in het eten. Vanaf 1941 verbood de Duitse bezetter de Nederlanders namelijk om zich ‘s nachts in de openlucht te bevinden.

Oefenkampen

Nog tijdens de oorlog begon de ANWB zich in te zetten voor het bevorderen van het kamperen. De bond stelde regels op voor ‘fatsoenlijke’ kampeerders en gaf kampeerboekjes met instructies uit. Tevens organiseerde de ANWB in augustus 1942 een oefenkamp. Kampeerders werd hier de fijne kneepjes van de kampeersport bijgebracht. Dit was zo’n succes, dat de bond na de bevrijding oefenkampen in Ommen bleef aanbieden. In twee weken tijd leerden cursisten niet alleen praktische zaken zoals het opzetten van tenten, maar ook de ‘kampeeretiquette’. Fatsoenlijke kampeerders lieten geen afval achter, kleedden zich netjes en waren altijd beleefd tegenover mede-kampeerders. Het maken van lawaai was uit de boze, evenals ongehuwde stellen in één tent. Na twee weken cursus, legden deelnemers een kampeerexamen af. Wie dit examen met succes afrondde, kreeg een kampeerpaspoort. Houders van dit document mochten staan op plaatsen waar ‘gewone’ kaarthouders niet waren toegestaan.

In de jaren ’50 bereikte de populariteit van kamperen in Nederland ongekende hoogte. Na de oorlog kwam er een enorm overschot aan goedkope afgedankte legertenten beschikbaar. Ook begonnen grote warenhuizen steeds comfortabelere en goedkopere kampeerspullen aan te bieden. Kamperen kwam zo voor steeds meer mensen binnen handbereik.

Registratie afgeschaft

Van 1948 tot 1974 bleef de ANWB jaarlijks oefenkampen in Ommen aanbieden. Eind jaren ’60 waren ze echter over hun hoogtepunt heen. In de opstandige sfeer van deze periode, begon men zich steeds meer af te zetten tegen autoriteiten. Ook het kamperen ontsnapte hier niet aan. Daarom werden het kampeerpaspoort in 1974 afgeschaft. De ANWB bood nog een paar jaar oefenkampen aan, maar de fut was eruit. Bovendien deden ook caravans hun intrede, waardoor de noodzaak voor een cursus nog minder werd. De kampeerkaart wordt nu alleen nog bij natuurkampeerterreinen gebruikt. Inmiddels is het kamperen een stuk spontaner en vrijer geworden. Al kunnen sommige campinggasten nu nog wel een cursus manieren gebruiken.

 

Bronnen:

Afbeeldingen:

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.