Memento mori, grafstenen en schijndoden: tradities rond het levenseinde

Regels en tradities rondom begraven en cremeren zijn door de jaren heen veranderd. Zo werd er in de 19e eeuw een regel ingesteld zodat men zeker wist dat de overledene ook daadwerkelijk dood was en waren smeedijzeren hekken in die tijd razend populair. Lees hier meer over de tradities rondom het levenseinde.

Waar werden de doden begraven?

In de 17e eeuw werden de doden begraven in of rondom de kerk. Begraven op deze plek werd echter steeds onhandiger gevonden, de hygiëne zou daardoor niet al te best zijn tijdens een kerkbezoek. Er werd tijdens de Franse tijd daarom vastgelegd dat de overledenen niet meer begraven mochten worden rondom de kerk, maar uitsluitend buiten de stad. Ook daarna gold deze regel, al had Willem I de Franse wet wel tijdelijk ongedaan gemaakt. Families die hun geliefden in grafkelders bijzetten, mochten dat wel blijven doen. In deze grafkelders werden voornamelijk geestelijken en andere belangrijkere mensen van de stad begraven. Hoe dichter men bij het altaar begraven werd, hoe meer bevoordeeld de doden zouden zijn in het hiernamaals. De plekken bij het altaar waren veel duurder dan een plaats achteraf.

Opbaren en schijndood

Tijdens de 18e eeuw stelden de dokters niet altijd even goed vast of iemand nog leefde of dood was. Nadat een aantal doodverklaarden toch bleken te leven, werd er een truc verzonnen om zeker te zijn dat iemand overleden was. Soms werd er in het testament vastgelegd dat het hart doorboord moest worden. In 1825 moesten alle begraafplaatsen een schijndodenhuisje hebben, daar werden de opgebaarde lichamen neergezet. Ze werden 36 uur in het huisje achtergelaten voordat ze werden begraven. De (waarschijnlijke) doden kregen belletjes om hun vingers gebonden zodat er bij een uitzonderlijke levensopstanding snel gereageerd kon worden. Het werd in 1869 wettelijk vastgelegd dat de doden binnen 6 werkdagen begraven moesten worden en dat de doodsoorzaak moest worden opgeschreven.

Crematie en de Begrafeniswet van 1869

Nederlandse medici raakten gedurende de 18e eeuw steeds meer overtuigd van het idee om de bestrijding van ziektes te beperken door de doden te cremeren. Crematie werd verboden in de Begrafeniswet van 1869, maar er werd niet voor gestraft waardoor de lijkverbranding alsnog werd uitgevoerd. In 1913 werd er zelfs het eerste crematorium in Driehuis gebouwd. Pas vanaf 1955 werd cremeren wettelijk toegestaan. De Begrafeniswet heette daarna Wet op de Lijkbezorging. Ondanks dat cremeren niet langer verboden was, mocht het lichaam pas na een tweede lijkschouwing worden verbrand. Nadat er vastgesteld werd dat er geen misdrijf plaats had gevonden, werd er een codicil opgesteld. In 1968 verviel het benodigde codicil, maar de tweede lijkschouwing werd nog steeds uitgevoerd. Pas in 1991 werd een crematie wettelijk volledig gelijkgesteld aan het proces van begraven.

Titel: Graven spreken- Perspectieven op grafcultuur in de middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden
Redactie: Peter Bitter , Viera Bonenkampová en Koen Goudriaan
ISBN: 9789087043209
Uitgever: Verloren
Prijs: €25,-

   

 

Trends in grafstenen

Grafstenen zijn, net zoals heel veel objecten in het leven, onderhevig aan de mode. Tussen 1880 en 1910 werden graven vaak omgeven door smeedijzeren hekken. Ook was het spannen van een ketting een modetrend tot de jaren ’30. De hekjes werden steeds minder vaak neergezet in de jaren ‘60. Toen werden de stenen/betonnen banden rond het graf populair. Dit werd dan vaak opgevuld met grint, bloemen of struikgewas. Naarmate de fotografie opkwam werden er ook foto’s van de doden op de graven geplakt.

Memento mori – symbolen

Memento mori is een herinnering aan de sterfelijkheid van de mens. Het betekent dan ook ‘gedenk te sterven’. Daarnaast geven symbolen soms het beroep aan van de overledene, zoals zeeman (met als symbolen een wereldbol, een sextant en streektabel) of apotheker (een schaal en een slang, de attributen van de Griekse godin van de gezondheid en hygiëne Hygieia). Sommige symbolen herinneren ons eraan dat het leven vergankelijk is. De treurwilg is het symbool van rouw en verdriet, een afgebroken wilg is het symbool voor het einde van een (vaak te jong) leven. Bloemen symboliseren de ziel. De roos belichaamt schoonheid en liefde. Een standbeeld van een engel of cherubijn wordt ook vaak bij het graf geplaatst. Engelen zijn boodschappers van God. De schedel staat voor de kortstondigheid van het leven en dat aardse bezittingen onbelangrijk zijn in het hiernamaals. De zandloper geeft dit ook aan. Vaak is het een gevleugelde variant van de zandloper, de ene vleugel staat voor de dag en de andere voor de nacht.  

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!