Kabinet- Van der Linden

Minderheidskabinet in crisistijd

Ondanks de druk van de coronacrisis is het een half jaar na de verkiezingen nog niet gelukt een kabinet te formeren. Inmiddels wordt er door informateur Johan Remkes gekeken naar de mogelijkheden voor een minderheidskabinet. In de periode 1913-1918, tijdens de Eerste Wereldoorlog en aan het begin van de Spaanse griep, leidde liberaal Cort van der Linden ook een minderheidskabinet in crisistijd.

Premiers in crisistijd

In de verklaring bij het aftreden van zijn derde kabinet gebruikte Mark Rutte een quote van Cort van der Linden; ‘[De Staat] dringt de overmoedigen terug, beschermt de zwakken, verdeelt de risico’s en stelt zich in het haastig gedrang aan allen tot gids.’ Daarbij verklaarde hij dat zijn kabinet hierbij tekortgeschoten was omtrent de toeslagenaffaire, maar ook dat zijn kabinet demissionair het land wel door de coronacrisis wilde helpen.

Van der Linden, de laatste liberale premier tot aan het aantreden van Mark Rutte in 2010, trad in 1913 partijloos aan als Minister-President. Met de spanningen in Europa tijdens zijn aantreden en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 kwam Van der Linden meteen in een crisissituatie terecht. Met een minderheid in zowel de Eerste- als Tweede Kamer kreeg het liberale kabinet vaak steun van de sociaal-democraten, mits zij wetsvoorstellen deden voor zaken die voor de sociaal-democraten van belang waren, zoals een staatspensioen en algemeen kiesrecht.

Van der Linden wilde koste wat het kost buiten de Eerste Wereldoorlog blijven. Maar strenge controles op de Nederlandse in- en uitvoer op zee, de Britse zeeblokkade en het torpederen van Nederlandse koopvaardijschepen maakten het lastig om neutraal te blijven. Dit leidde tot spanningen binnen het kabinet. Vooral het torpederen van de handelsschepen viel niet goed in het parlement en zij vroegen zich af wanneer de regering ‘aan deze rechtsverkrachting een einde zou maken.’ De regering liet weten dat er geen rede tot paniek was, maar inmiddels werd de import van levensmiddelen steeds schaarser.

Voedselschaarste en vluchtelingencrisis

Daarom moest er een voedseldistributiesysteem worden opgezet, om het schaarse voedsel enigszins gelijkmatig te verdelen. Dit kwam er in de vorm van de Distributiewet. Minister Posthuma van Landbouw, Nijverheid en Handel zorgde er met deze wet voor dat de voedseldistributie vanuit de regering geregeld werd en hij bepaalde de prijzen. Het wetsvoorstel kon op sterke kritiek rekenen in de Tweede Kamer. Werd er wel genoeg geld voor uit getrokken? En kreeg de minister op deze manier niet te veel macht?  Ondanks de kritiek werd de wet aangenomen. Later zou ook het volk in opstand komen vanwege slechte distributie en de schaarste van voedsel. Dit uitte zich onder andere in de aardappeloproer.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Naast de problemen met de voedselvoorziening en het stilleggen van de vloot kwamen er ook nog ongeveer een miljoen Belgische vluchtelingen het land binnen regering zag het echter niet als taak van de overheid om deze vluchtelingen op te vangen, maar legde dit voornamelijk neer bij het volk. De Nederlandse bevolking toonde zich meer dan bereid om deze taak op zich te nemen en zorgde voor onderdak, kleding en voedsel.

Einde schoolstrijd

Ondanks de oorlog werden er tijdens de regeerperiode van Cort van der Linden een aantal belangrijke wetten doorgevoerd. Door de grondwetsherziening van 1917 kwam er een einde aan de schoolstrijd door de (financiële) gelijkstelling van openbare en bijzondere scholen, het algemeen kiesrecht werd ingevoerd en het districtenstelsel maakte plaats voor het stelsel van algemene vertegenwoordiging. Het wetsvoorstel voor een staatspensioen werd geblokkeerd in de Eerste Kamer en ging dus niet door.

Zuiderzeewet & Spaanse griep

Een andere bijzondere wet die ondanks de oorlog werd ingevoerd, was de Zuiderzeewet. Deze wet hield in dat de Zuiderzee werd afgesloten door de Afsluitdijk en dat nader te bepalen delen van de Zuiderzee drooggelegd zouden worden. Deze delen zouden later voor een groot deel Flevoland vormen.

In het laatste jaar van de oorlog, in 1918, diende zich een nieuwe crisis aan. De Spaanse griep, een pandemie die twee jaar zou duren, maakte in februari dat jaar de eerste dodelijke slachtoffers. Drie maanden later zat de kabinetsperiode erop als gevolg van nieuwe verkiezingen. Het kabinet zou demissionair blijven tot het aantreden van het kabinet Ruys de Beerenbrouck.

Bronnen:

Afbeeldingen:

  • Afbeelding 1: Fotograaf Onbekend, Nationaal Archief, Fotocollectie Rijksvoorlichtingsdienst Eigen

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Ideologieën: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.