Mirakel van Amsterdam in de 14e eeuw

Amsterdam 1345 – In een huis bij de Kalverstraat krijgt een stervende man het Heilig Sacrament -een hostie- toegediend  maar braakt die enkele uren later weer uit. Een vrouw die de man verzorgt, gooit de hostie met het braaksel in het haardvuur. De volgende ochtend vindt zij de hostie echter ongeschonden in het uitgedoofde vuur terug. Er heeft zich een wonder voorgedaan in Amsterdam. 

De kracht van de miraculeuze hostie blijft de Amsterdammers vervolgens verbazen. Nadat de hostie naar de St Nicolaaskerk was gebracht, verdween hij en werd vervolgens weer gevonden in hetzelfde huis aan de Kalverstraat van de man die hem had uitgebraakt. Dit nieuwe wonder herhaalde zich een aantal malen en de Amsterdammers besloten een kapel te bouwen op de plaats waar het wonder geschiedde, De Heilige Stede.

Hostiewonderen kwamen in de Noordwest Europa regelmatig voor in de 14e eeuw en hadden naast een religieuze, waarschijnlijk ook een sociale en economische achtergrond. Zij versterkten de eenheid binnen de vaak door factiestrijd verscheurde kleine gemeenschappen uit deze periode. Als een wonder bovendien door de kerk werd erkend konden grote aantallen pelgrims veel geld in het laatje brengen. In het geval van Amsterdam verleende de bisschop van Utrecht  ongeveer een jaar na het wonder De Heilige Stede de officiële status van bedevaartsoort. Amsterdam profiteerde daar economisch van .

In 1452 brandde de kapel van De Heilige Stede af tijdens de ergste stadsbrand uit de Amsterdamse geschiedenis. De hostie werd opnieuw ongeschonden tussen de puinhopen teruggevonden. Een nieuwe en grotere kapel werd gebouwd waar pelgrims het Heilig Sacrament konden aanbidden en opspeldbare insignes konden kopen die het  bewijs van de volbrachte bedevaart vormden.

Het Mirakel van Amsterdam wordt nog altijd herdacht tijdens De stille omgang. Een katholieke processie naar het voorbeeld van de Heilige Sacramentsprocessie die in Amsterdam voor de overgang naar het calvinisme in 1578 als belangrijkste processie gold. Daarna werd ze verboden. Pas in 1881 werd de processie door zich emanciperende katholieken weer opgepakt maar ‘in stilte’ om de hervormde meerderheid en elite geen aanstoot te geven.

Nog altijd lopen gemiddeld 10.000 katholieken op de zaterdag na Gregorius dag 12 maart de tocht door de middeleeuwse binnenstad.

Bron: Carasso-Kok, M., Geschiedenis van Amsterdam tot 1578. Een stad uit het niets (Amsterdam 2004).

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!