Openbaar gebouw, Paleis op de Dam

Wie tegenwoordig het Paleis op de Dam wil bezoeken, is verplicht een kaartje te kopen. Het paleis is als museum te bezoeken, maar als de koning van het paleis gebruik wil maken, om bijvoorbeeld belangrijke gasten te ontvangen, is het gebouw gesloten. Bij de opening van dit gebouw in 1665 was dit geheel anders. Het gebouw diende toen als verlengde van het plein.

De bouw en ontwerp van een stadhuis

Omdat het Amsterdam voor de wind ging groeide de stedelijke overheid van de stad in de zeventiende eeuw snel. Het oude stadhuis bleek daarom steeds vaker ontoereikend. Daarnaast wilden de stadsbestuurders graag een gebouw dat de superieure positie die de stad had ingenomen in de internationale handel, ook ergens werd uitgedragen. In de plaats van het oude stadhuis werd daarom ook een enorm gebouw geplaatst dat zich kon meten met internationale maatstaven van vorstelijke paleisarchitectuur. De bouwmeester Jacob van Campen maakte het ontwerp voor het gebouw. Het stadhuis werd door Van Campen ontworpen met een volmaakte maatvoering. Dit betekende dat alle onderdelen van het stadhuis naar verhouding waren. Was een raam zo groot, dan was een pilaster dubbel zo groot, enzovoort. Decoraties op het gebouw moesten de centrale positie van de stad uitbeelden. Op het fronton aan de voorkant werden bijvoorbeeld alle wereldzeeën verbeeld en aan de achterkant alle werelddelen. Binnen het gebouw liet van Campen op verschillende manieren blijken dat het bij het gebouw niet ging om een vorstelijk paleis, maar om een stadhuis voor de inwoners van een republiek. De kamers van de vroedschap werden bijvoorbeeld als senaat betiteld en boven de vertrekken van de burgemeesters werd consul geschreven. Hiermee verwijzend naar het republikeinse Rome.

Het stadhuis en zijn gebruikers

De belangrijkste zaal van het stadhuis, de burgerzaal, was voor iedereen vrij toegankelijk. Het moet daar een drukte van belang zijn geweest met mensen die bij het stadsbestuur iets gedaan wilden krijgen. In het gebouw zetelden namelijk niet alleen de burgemeesters van de stad, ook de zaal van de schepenen was hier te vinden. Deze heren zijn te vergelijken met onze huidige wethouders, maar ze verzorgden ook de rechtspraak bij zittingen van het volksrecht. Bij deze zaken waren ook altijd afgevaardigden van het volk aanwezig. In de hoekdelen van het gebouw waren de financiële afdelingen van de stad te vinden. De zetel van het hoogste gerecht, de Vierschaar, bevond zich achter de drie middelste poortbogen. De doodvonnissen die hier uitgesproken werden konden door iedereen direct van de straat af gezien worden.

Van stadhuis naar paleis

In 1808 nam de broer van de Franse keizer Napoleon, Lodewijk Napoleon, zijn intrede in het stadhuis. Twee jaar daarvoor was hij door zijn broer tot koning van Holland benoemd. Alleen de stedelijke wisselbank bleef als gemeentelijke overheidsfunctie in het gebouw over. Bij deze wisselbank kon geld ingewisseld worden voor waardevaste edelmetalen. Dat Lodewijk Napoleon de wisselbank in het gebouw behield, toont aan dat hij begreep dat de handel zeer belangrijk was voor de Hollandse economie. Hoewel grote delen van het gebouw plotseling afgesloten werden voor het publiek, werd op de derde verdieping wel een ‘koninklijk museum’ gebouwd. Het gebouw bleef dus nog steeds gedeeltelijk toegankelijk. Het stadhuis was uiteraard gebouwd om in te werken en niet om in te wonen. Door het overvloedige gebruik van marmer was het dan ook vrij kil. Om het paleis bewoonbaar te maken liet Lodewijk wand en vloerkleden aanbrengen. Omdat Lodewijk het paleis liet meubileren naar de laatste Franse hofmode, de empirestijl, veranderde het uiterlijk van de inrichting rigoureus. Alle veranderingen liet hij echter zo aanbrengen dat zonder veel moeite de originele vloeren en muren weer zichtbaar gemaakt konden worden.

Het gebouw blijft een paleis

Lang heeft Lodewijk Napoleon niet kunnen genieten van de inrichting. Vanwege onenigheid met zijn broer deed hij in 1810 alweer afstand van de troon. Napoleon zou de zaken nu zelf gaan waarnemen. Ook nadat de Fransen waren vertrokken bleef de functie van paleis voor het gebouw bestaan. Na de kroning van Willem I als koning der Nederlanden, stelde het stadsbestuur van Amsterdam het paleis opnieuw ter beschikking aan de vorst. Hoewel Willem I niet in het paleis wilde wonen, begreep hij dat het nuttig was een paleis in de hoofdstad te hebben om hoogwaardigheidsbekleders te kunnen ontvangen. Meerdere keren gingen er stemmen op in de stad om van het paleis weer een stadhuis te maken. Plannen hiervoor kwamen echter nooit verder dan de tekentafel. Het laatste plan stamde uit 1934. Uiteindelijk werd ook dit plan gedeeltelijk vanwege de economische crisis en gedeeltelijk omdat de toenmalige burgemeester, Van Hall, niet bereid was om het koninklijk huis te vragen een gedeelte van het paleis te mogen gebruiken, van tafel geveegd. Op 20 december 1935 was het paleis immers verkocht aan het rijk, omdat kosten voor verbouwing een te hoge kostenpost voor de gemeente zouden zijn. Het rijk stelde het paleis permanent beschikbaar aan het koninklijk huis. Het stadhuis bleef daarom op het Prinsenhof aan de Oudezijds Voorburgwal. Het huidige Paleis bevindt zich op het Waterlooplein.

Bronnen:

Meer weten

Meer lezen over: 

Landen: 

Personen: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!