perpetua en felicitas

Perpetua en Felicitas sterven in de arena van Carthago

Carthago, 203 – Perpetua wordt de rumoerige arena ingeleid. Omdat ze haar christelijke geloof niet wil afzweren, is ze ter dood veroordeeld. Samen met vier andere christenen valt ze ten prooi aan wilde dieren.

Christelijk geloof bij wet verboden

in het Romeinse Rijk werden Christenen gezien als een bedreiging omdat ze de staatsgoden niet wilden aanbidden en dus niet loyaal waren aan het Keizerrijk. Bij een veroordeling werden ze gedwongen te kiezen tussen het accepteren van de staatsgoden of de dood. Tijdens de regeerperiode van keizer Septimius Severus (193-211) werden christenen echter niet actief vervolgd. Toch gold er een wet die het onderdanen verbood om zich te bekeren tot het christendom of het jodendom. De bekrachtiging van deze wet werd niet uitgevoerd door de overheid, althans niet onder Septimius Severus. In plaats daarvan namen lokale bestuurders deze verantwoordelijkheid op zich.

Perpetua en Felicitas

Perpetua en Felicitas waren twee vrouwen die zich tot het christendom hadden bekeerd. Felicitas was een slavin in dienst van Perpetua. Zij leefden in het tegenwoordige Tunesië. Perpetua was de dochter van een welvarend man. Haar vader was heidens, maar haar moeder en broers waren christenen. De reden dat Perpetua wel vervolgd werd en haar familie niet, was dat de wet tegen bekering nog vrij recent was. Toen de twee samen met nog drie christelijke mannen gevangen werden genomen, was Felicitas hoogzwanger. Omdat het vijftal weigerde afstand te doen van het christendom, werden ze ter dood veroordeeld in de arena. In de dagen voor de executie smeekte Perpetua’s vader haar om het christendom te verwerpen, maar ze bleef standvastig in haar geloof.

Niet bang voor de dood

Perpetua en Felicitas waren niet bang voor de dood. Vanwege Perpetua's visionaire dromen zagen ze juist uit naar het martelaarschap en Felicitas bad zelfs om snel te bevallen zodat deze dood haar niet ontnomen kon worden. Zwangere vrouwen mochten namelijk niet worden geëxecuteerd. In de arena werden vier dieren losgelaten om de gevangenen te doden: een luipaard, een beer, een wild zwijn en een wilde koe. De dieren slaagden er echter niet in om de gevangenen te doden. Uiteindelijk werden de martelaren met het zwaard om het leven gebracht.

Bronnen:

  • -Romeinse keizers sterven niet in bed, Fik Meijer, [Amsterdam] : Athenaeum
  • – Polak & Van Gennep, 2010, ISBN : 978-90-253-3415-4
  • -The world of ancient times, Carl Roebuck, [New York] : Charles Scribner’s Sons, 1966, ISBN : 684-13727-7

afbeelding

Nationaal Museum van Warschau [Public domain], via Wikimedia Commons

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.