Sino-Indiaase oorlog

Sino-Indiase oorlog: machtsstrijd op het dak van de wereld

In het najaar van 1962 voerden India en China de Sino-Indiaase oorlog, een korte oorlog van twee maanden. Het strijdperk was Arunachal Pradesh in het Himalaya-gebergte in het noordoosten van India. De Chinese troepen bleken oppermachtig en veroverden het omstreden gebied. Tot veler verrassing trok China zijn troepen echter al snel weer terug. Het leidde na het conflict tot een strijd om de waarheid over de aanleiding, de aanstichter en het doel van de oorlog. Spil hierin waren spanningen in Tibet, een grensverdrag uit 1914 en een geheim Indiaas document.

Einde van het Chinese keizerrijk

In februari 1912 kwam er een eind aan meer dan tweeduizend jaar keizerrijk in China. Met de afzetting van de laatste keizer ontstond de Repbliek China. De nieuwe staat was echter geen baken van rust. Machtsstrijd en intriges leidden tot chaos en instabiliteit. Het land had een zwak centraal bestuur en krijgsheren trokken lokaal de macht naar zich toe. In deze onrustige periode verklaarde Tibet zichzelf onafhankelijk, nadat Chinese troepen een aantal jaren daarvoor het land waren binnengevallen. In die tijd waren Chinese militairen ook kortstondig Arunachal Pradesh binnentrokken. Door de onrust in eigen land trokken de militairen zich echter weer terug. De internationale wereld zag Tibet ondertussen als een land dat onder de suzereiniteit van China stond. Daarmee werd bedoeld dat China de macht was die het gebied domineerde.

(On)duidelijkheid over Tibet

De Britten wilden echter meer duidelijkheid over de status van Tibet en waar precies de grens lag met het aangrenzende Brits-Indië. Tibet wilde bevestiging van zijn onafhankelijke status. In 1913 werden China en Tibet daarom uitgenodigd voor een conferentie in Shimla, in het noorden van India. De conferentie ging de geschiedenis in als de Shimla-conventie. Henry McMahon, hoofdonderhandelaar namens Brits-Indië, was voorzitter. Na negen maanden van inspannend en vaak verhit overleg kwamen de partijen in juli 1914 tot het Shimla-akkoord waarbij een gedeelte van Tibet autonomie zou krijgen. China weigerde het bereikte akkoord uiteindelijk te ondertekenen, omdat het geen afstand wilde doen van Tibet. Het werd nog steeds beschouwd als Chinees grondgebied. Ook op andere terreinen bleek het overleg niet de gewenste duidelijkheid te geven.  

Shimla-akkoord en de McMahon-linie

Naast de status van Tibet zorgde het verdrag middels een bijlage bij het Shimla-akkoord voor vaststelling van de grens tussen Tibet en Brits-Indië. Die grens zou bekend komen te staan als de McMahon-linie en loopt van Bhutan in het westen over een afstand van bijna 900 kilometer naar het oosten over de kam van het Himalaya-gebergte. China noemde deze overeenkomst echter verraad, omdat het overleg tussen McMahon en de Tibetaanse gezanten hierover, in Chinese ogen in het geheim was gevoerd. Tibet en de Britten hadden deze grenskwestie echter beschouwd als een bilaterale zaak, dus was China niet betrokken. China accepteerde nu naast de gedeeltelijke autonomie van Tibet ook de McMahon-linie niet. Deze situatie zorgde ervoor dat het akkoord van Shimla, inclusief de McMahon-linie, uiteindelijk jarenlang in een diepe la verdween. Het akkoord zou zijn betekenis echter niet verliezen. 

Sino-Indiaase oorlog

Officiële grens

Mao won na de Tweede Wereldoorlog de Chinese burgeroorlog, veroverde Tibet en plaatste het onder direct gezag van China. Ondertussen waren ook het akkoord van Shimla en de McMahon-linie weer boven tafel. De Britten hadden de linie tot de officiële grens met Tibet gemaakt. Omdat India inmiddels onafhankelijk was, waren China en India voor het eerst in de geschiedenis buurlanden van elkaar. Hoe de grens tussen beide landen precies liep, was met name in Chinese ogen nog geen uitgemaakte zaak. Nog steeds vond China dat Arunachal Pradesh tot Chinees grondgebied behoorde. Daarnaast verwierp China elk akkoord dat voor de communistische machtsovername was gesloten, dus ook de McMahon-linie. Ook werd het onrustig in Tibet, wat leidde tot de vlucht van de Dalai Lama. Omstandigheden die aanleiding gaven voor een gewelddadig conflict. 

Militaire buitenposten in Arunachal Pradesh

Voor het uitbreken van de korte oorlog tussen India en China in oktober 1962 zijn in de loop van de geschiedenis verschillende verklaringen ontstaan. In de eerste wordt India gezien als aanstichter. Als onderdeel van het streven om de grenzen te beschermen, de zogeheten Forward Policy, plaatste India verschillende militaire buitenposten langs de noordgrens in Arunachal Pradesh. Op 24 februari 1962 werd een militaire buitenpost in Dhola gevestigd, vlakblij de plek waar de grenzen van India, Buthan en China elkaar raken. Er bestonden echter nog steeds verschillen van inzicht hoe die grenzen hier precies liepen. Volgens Chinese kaarten lag de militaire post op Chinees grondgebied. Dat betekende volgens de Chinezen, dat de vestiging van een militaire post eigenlijk een poging was om een stuk van China te annexeren. Daarmee zou India de agressor zijn en de kortdurende oorlog zijn begonnen. China beschermde met zijn aanval slechts zijn eigen grenzen.  

Mao, de onbetwiste leider

Een tweede verklaring legt de rol van agressor bij China. De Grote Sprong Voorwaarts van 1958 tot 1961, bedoeld om de Chinese economie te veranderen van een agrarische in een socialistische, industriële maatschappij, had niet geleid tot de gewenste succes. De miljoenen doden als gevolg van een hongersnood, hadden de positie van Mao aangetast, zowel binnen de communistische partij als in de Chinese samenleving. Om weer de onbetwiste leider te worden, gebruikte Mao een oorlog met India. Het gaf hem de gelegenheid zijn rivalen in de partij uit te schakelen en zijn status als absolute leider te herstellen.

Een lesje leren

Daarnaast zag China, volgens deze verklaring, in India een regionale concurrent. India was na de onafhankelijkheid in 1947 de belangrijkste stem van de nieuwe, onafhankelijke landen in Azië en Afrika. Mao had de ambitie om de leider te worden van de revolutionaire krachten in deze landen. De onrust in Tibet eind jaren vijftig gaf China gelegenheid India te beschuldigen van betrokkenheid. Het land moest daarom ‘een lesje worden geleerd’ om daarmee ‘rekeningen te vereffenen’. India werd in de oorlog van 1962 uiteindelijk gedwongen hulp te zoeken van de VS, wat ertoe leidde dat het zijn positie als aanvoerder van de onafhankelijke landen verloor.

Geheim document

Het verschil in verklaringen over de aanleiding en aanstichter van de oorlog ligt onder meer in het Henderson Brooks-Bhagat Report, een analyse van twee Indiase officieren van de gebeurtenissen in aanloop naar de oorlog. Het document is nog steeds geheim, maar kwam in 2014 gedeeltelijk in de openbaarheid. Volgens de officieren speelde India slecht in op de Chinese dreiging en was het niet voorbereid op een oorlog. De Forward Policy-strategie wordt in het rapport bekritiseerd als een voorwendsel voor de Chinezen voor een invasie. De aanhangers van de verklaring die India als agressor beschouwen, baseerden zich vooral op deze laatste kritiek. Later onderzoek gaf echter voer aan tegenstanders van deze interpretatie.

Blijvende spanning

Na 49 dagen bezetting van Arunachal Pradesh trokken de Chinese troepen zich terug. Maar waarachter? Volgens India achter de ‘traditionele grens’. Volgens China de ‘grens van feitelijke controle’. De vraag waarom de oorlog ontstond en het Chinese leger zich terugtrok, is nog steeds niet beantwoord. Wel is duidelijk dat Arunachal Pradesh in de decennia daarna nog steeds voor spanningen zorgde. Nog in 2015 benadrukte China dat de Indiase staat, door China aangeduid als Zuid-Tibet, zich voor een groot deel bevindt op gebieden die horen bij ‘China’s Tibet’. De toon van het conflict is echter veranderd. China en India zijn belangrijke handelspartners geworden die geen belang hebben bij een conflict als in 1962. De patstelling over Arunachal Pradesh blijft echter voortduren zonder dat een oplossing in zicht is. In een regio waarin opkomende grootmachten politiek, economische en militair met elkaar concurreren, kan het oude conflict zomaar een lont in een kruitvat zijn.

Bronnen:

Meer lezen:

Over het conflict is veel geschreven. Een belangrijk boek is: Maxwell, N.G.A., India’s China War, Londen 1970

Afbeeldingen:

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!