katknuppelen

Van Eiergaddern tot katknuppelen: 6 regionale feesten in Nederland

In elke Nederlandse regio gelden er talloze tradities en feesten. stempels-themamaanden-ig-dec3De vieringen stammen uit het christendom of uit vroegere volksspelen. Zo wordt er in het Friese Akkrum nog steeds in masten geklommen, terwijl er in Noord-Holland sinds 1899 het Kampioenschap Katknuppelen wordt georganiseerd. De redactie maakte een selectie van 6 regionale vieringen.


1. Stöppelhaene – oogstfeest


Dit oogstfeest wordt nog steeds gevierd in Raalte (Overijssel) en is een feest dat begon in de 19e eeuw, het is pas sinds 1951 een officieel feest. ‘Stöppelhaene’ komt uit het oud-Sallands dialect. Het betekent ‘stoppelige handen’, na de rogge-oogst hadden de boeren ruwe handen gekregen van het harde werk. Nadat de noeste arbeid was verricht, werd er gevierd dat de oogst voorbij was. Boeren en knechten gebruikten een drankje met elkaar op de najaarsmarkt terwijl zij werkafspraken maakten voor het volgende jaar. Er wordt echter ook beweerd dat het vroeger niet zo groots gevierd werd, maar gewoon op eigen land met een glaasje jenever. De haan staat centraal tijdens het feest. Het is een symbool van vruchtbaarheid en weert boze geesten af. Ook wordt de haan vaak als korengeest verbeeld, rond Kerst werd de korengeest geboren en gaat in het koren wonen. Tegenwoordig is de haan het logo van het Sallands oogstfeest en wordt het in juli gevierd met een corso, een oogstwedstrijd, een oogstdemonstratie en muziek.  









Titel: Nederlandse jaarfeesten en hun liederen door de eeuwen heen-
Auteurs: Marita Kruijswijk en Marian Nesse
ISBN: 9789065509338
Uitgever: Verloren
Prijs: €25,-

   



2. Allerzielen – het redden van het zielenheil


Op 2 november worden de doden herdacht, dit is van oorsprong een katholieke traditie. Het werd sinds de 13e eeuw officieel gevierd, maar de traditie is al rond de 10e eeuw ontstaan. In de praktijk betekende dit dat er gebeden werd voor het zielenheil van de overleden dierbaren. De requiemmis werd gewijd aan de doden en zou ervoor zorgen dat de geredde zielen minder lang in het vagevuur hoefden te blijven voordat ze naar de hemel gingen De rijkere katholieken betaalden destijds alvast de clerici zodat er voor hen gebeden werd na hun dood.  In de 19e eeuw concentreerden de katholieken zich niet zozeer meer op de zielenheil, maar op het bezoeken van graven en herinneringen ophalen aan de overledenen. Tegenwoordig wordt er voornamelijk in Limburg en Noord-Brabant Allerzielen ‘gevierd’. Het is nog steeds een kerkelijk gebruik met een bijpassende mis waarin alle namen van de overledenen worden opgenoemd die afgelopen jaar gestorven zijn. In de praktijk is het voor veel nabestaanden de dag om de graven van dierbaren schoon te maken en bloemen te planten bij het graf.


3. Eiergaddern – zingen op Palmzondag


In het Twentse Denekamp is het een traditie om ‘eier te gaddern’ op Palmzondag. Er worden 2 jongeren, de Judas en Iskariot (vernoemd naar de discipel die Jezus verraadde voor geld: Judas Iskariot), uitgekozen om de stoet te leiden. De ‘Iskoriat’ van het ene jaar, is het jaar daarna altijd ‘Judas’ en moet dan een nieuwe ‘Iskoriat’ zoeken. Op paaszaterdag wordt er door een trekkerstoet hout gehaald voor het grote paasvuur. 2006, Kampala, Uganda De groep trekt door Denekamp heen om eieren te verzamelen en zingen liederen. ‘Judas’ nodigt de omstanders uit om geld te geven: ‘Eier, eier, geld is ok good!’ Judas en Iskoriat zorgen ervoor dat het paasvuur ontstoken wordt en nodigen iedereen uit om te komen. Voordat het vuur begint, moeten ze nog een paasstaak kappen. De dikste takken worden van de stam gehaald en wordt naar de paasbult gesleept. De paasstaak wordt in een gat stevig vastgezet, vervolgens verkoopt Judas de paasstaak. Diegene die de stam koopt, heeft de eer om het vuur aan te steken. De bijeenkomst wordt betaald met het opgehaalde geld en de eieren worden verdeeld. Het eiergaddern stamt uit de 19e eeuw en is sindsdien niet of nauwelijks veranderd.


4. Katknuppelen - kwelspel


Het katknuppelen is van origine een zogenaamd ‘kwelspel’. Dieren worden pijn gedaan om mensen te vermaken en is dus dierenmishandeling. Andere voorbeelden dan katknuppelen zijn het ganstrekken, waarbij de kop van het lijf van een gans werd getrokken, of het palingtrekken, waarbij een paling van een touw getrokken werd terwijl men eronderdoor voer per boot. Deze kwelspelen waren razend populair in de 17e en 18e eeuw. 2312 katknuppelen gahetna.nl Aanvankelijk werd een levende kat gebruikt die opgesloten zat in een ton. De ton werd aan draden gehangen aan grote palen. De spelers probeerden met houten knuppels de ton vanaf een afstandje kapot te gooien. Als de ton eenmaal kapot viel, kon de kat ontsnappen. Dit spel werd in heel Nederland gespeeld op kermissen. In de 19e eeuw werd deze versie van het spel verboden en werd de kat vervangen door een bal. In het Noord-Hollanse Landsmeer wordt sinds 1899 het Kampioenschap Katknuppelen georganiseerd. Het spel is in deze regio nog zeer geliefd.


5. Mastklimmen - Skûtsjesmast


In het Friese Akkrum ( of zoals ze zichzelf noemen: méstklim doarp) wordt het nog elk jaar georganiseerd: het Fries kampioenschap mastklimmen. De sport bloeide op tijdens de 15e eeuw en werd toen vooral in het zuiden (wat we nu België noemen) gespeeld. De klimmer moest van de top een stuk spek of vlees pakken. Later werd het mastklimmen ook populair in de Lage Landen, met name in Friesland. Vroeger werd er nog een ingesmeerde mast (Skûtsjesmast) gebruikt, waardoor het voor de speler extra moeilijk was om naar boven te klimmen.  Sinds de jaren ’70 wordt de mast gelakt en bewerkt met een laagje talkpoeder. De klimmers mogen hars gebruiken om de handen ruwer en minder glad te maken, daarnaast worden de voeten beschermd door een stukje rubberen band. Het mastklimmen lijkt op paalklimmen, maar is veel lastiger aangezien masten een grotere diameter hebben. Er zijn daarom speciale technieken om toch omhoog te komen; de schoolslagtechniek wordt vaak toegepast. Hierbij klemt de speler de voeten rond de mast.


6. Allerkinder veur alle Kinder – het verkleedfeest


Tijdens ‘Allerkinder’, ‘Onschuldige Kinderen’ of ‘Onnozele Kinderen’ verkleden Limburgse kinderen zich als vader of moeder. Het feest wordt de laatste 60 jaar voornamelijk in Venlo gevierd op 28 december. De jongens doen een colbert aan, zetten een hoed op, nemen een wandelstok bij de hand en ‘roken’ pijp. De meisjes dragen een hoedje, een chique jas met soms een bontkraag en een handtas. Ook dragen ze een beetje make-up om nog volwassener over te komen. Daar draait het namelijk om: de kinderen mogen zich op deze dag ouder voordoen dan ze zijn. Ze lopen daarna mee in een optocht. Allerkinder komt uit de bijbel. Koning Herodes liet in het Bijbelverhaal alle kinderen in Bethlehem die jonger dan 2 jaar waren vermoorden, uit angst voor het beloofde Kind. Het zou zijn koningschap doen wankelen. De verkleedpartij zou ervoor zorgen dat de kinderen ouder leken, zodat ze niks overkwam. De kinderen gingen verkleed de deuren langs om liedjes te zingen in ruil voor snoep en geld. Het verkleedfeest stamt van een Romeins kinderfeest (festum puerorum), maar werd al snel door de kerk verboden door de heidense elementen. In Nederland ging ‘Onnozole Kinderen’ al snel samen met de sinterklaasviering, maar de oorspronkelijke viering is sinds de jaren ’50 weer populair in Venlo.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!