vierdaagse zeeslag

Vierdaagse Zeeslag: overwinning van Michiel de Ruyter op de Engelsen

De Vierdaagse Zeeslag, die woedde van 11 tot 14 juni 1666, was één van de langste zeeslagen uit de geschiedenis. Tijdens deze bloedige confrontatie in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog verloren de Nederlandse en Engelse vloten beiden meer dan 1.000 man. De Engelsen raakten echter de meeste schepen kwijt, waardoor zij tegenwoordig worden aangemerkt als de verliezers van de slag. Vroeger werd de Vierdaagse Zeeslag ook vaak gezien als ‘onbeslist’.

De Vierdaagse Zeeslag werd uitgevochten in het kader van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665-1667). Nadat beide landen al eerder met elkaar in conflict waren tijdens de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) leidden conflicten in de overzeese gebieden, de aanscherping van Engelse Scheepvaartwetten en de bemoeienis van de Engelsen bij de Nederlandse interne politiek in 1665 tot een nieuwe oorlog. De Engelsen behaalden in de Slag bij Lowestoft op 13 juni 1665 een grote overwinning, waarbij de Nederlandse admiraal Jacob van Wassenaer Obdam met zijn vlaggenschip en al de lucht in ging.

Nieuwe Nederlandse vloot

De Engelsen hadden door deze overwinning een tijd lang vrij spel op de Noordzee. Een jaar na Lowestoft was de Nederlandse vloot echter weer hersteld, waarna admiraal Michiel de Ruyter de confrontatie met de Engelsen zocht. De Nederlandse vloot, die bestond uit 84 schepen, kwam de Engelse vloot op 11 juni 1666 voor het eerst tegen voor de kust bij Duinkerken. De Engelse vloot was echter aanmerkelijk kleiner, aangezien de Engelse admiraal George Monck één derde van zijn vloot achter een, niet bestaande, Franse vloot had aangestuurd. De Engelsen moesten het daarop met 56 schepen opnemen tegen de Nederlandse overmacht.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Eerste Dag

De Engelse vloot leek in het nadeel, niet alleen was de vloot in de minderheid, het weer zat de Engelsen ook tegen: harde wind uit de verkeerde richting. Maar de Nederlandse vloot was vanwege diezelfde weersomstandigheden voor anker gegaan. Daar zag de Britse vlootcommandant een voordeel in: Met een snelle aanval zou het wellicht lukken de Nederlanders te verrassen en veel schade te veroorzaken voordat de Nederlandse vloot onder zeil was en de kanonnen in gereedheid had gebracht. Dus vielen de Engelsen rond het middaguur van 11 juni de Nederlandse achterhoede onder admiraal Cornelis Tromp aan, waarna de strijd losbarstte. Tromp reageerde snel, Er was weinig voro nodig om hem in de gaten te doen krijgen dat zijn vlooteskader niet was opgewassen tegen de Engelse overmacht, en hij liet zijn schepen hun ankerlijnen doorsnijden en probeerde zo ordelijk mogelijk terug te trekken richting de hoofdmacht van De Ruyter. Daarmee voorkwam hij dat zijn eskader totaal overvallen werd door de Engelsen, die zelf ook niet al te goed georganiseerd waren. Een vlooteskader onder leiding van Cornelis Evertsen kwam te hulp en wist met slimme manoeuvres door gaten in de Engelse linies te zeilen en veel schade aan te richten bij de Engelsen. Het Engelse schip Swifstsure werd al snel buit gemaakt door de Nederlanders, waarbij de Engelse viceadmiraal William Berkely door een kogel in zijn hals om het leven kwam. De Seven Oaks en de Loyal George die de Swifstsurete hulp schoten werden ook veroverd door de Nederlanders. Maar die gevechten kwamen met een prijs voor de Nederlanders. Twee schepen vergingen met man en muis en verschillende andere schepen werden door de Engelsen dusdanig zwaar beschadigd dat die niet meer verder konden vechten. Ook sneuvelde admiraal Cornelis Evertsen, toen hij door een kanonskogel werd getroffen.

Tweede dag, zorgen bij de Nederlandse vloot

Nadat de strijd om tien uur ’s avonds werd gestaakt waagde admiraal Monck zich in de vroege ochtend van 12 juni aan een nieuwe aanval op de Nederlandse vloot. Ook de Engelse vloot had verliezen geleden en Monck zag een agressieve opstelling als zijn grootste kans op een overwinning. Beide vloten raakten zwaar beschadigd, waarna De Ruyter na een windstilte het initiatief overnam. Aan het eind van de ochtend zag het er echter slecht uit voor de Nederlanders. In alle manoeuvres had het eskader van Tromp het contact met de hoofdmacht verloren en dreigde geïsoleerd te raken en De Ruyter moest een noodgreep uitvoeren om het eskader van Tromp te redden. Dat lukte, maar van De Ruyters plan om de Engelse formatie uiteen te slaan en de schepen te enteren bleef niks over. Daarnaast waren de verliezen groot. Van de achterhoede was nog maar een vijftal schepen over en de grote Spiegel, met viceadmiraal Abraham van der Hulst, was ook verloren gegaan. De Engelsen roken daarop de overwinning en vielen opnieuw aan, waarbij de grote mast van de Zeven Provinciën, De Ruyters vlaggenschip, brak, waardoor de admiraal zich terug moest trekken om de mast te repareren. Admiraal Van Nes nam het commando over. Aan boord van de Nederlandse schepen werd men bezorgd over de afloop van de slag. 

Echter ook de Engelsen hadden verliezen geleden, veel schepen waren er slecht aan toe. Munitie raakte op, veel bemanningsleden waren gewond of gesneuveld en de schade op veel schepen was enorm. Het schip Black Eagle was zo zwaar beschadigd dat het zonk voordat het de thuishaven kon bereiken. Tot overmaat van ramp voor de Engelsen, verschenen er tegen het vallen van de avond nieuwe zeilen aan de horizon: een Nederlands eskader van twaalf schepen. De Engelse vloot zag zich genoodzaakt terug te trekken, maar voor het zo ver was, viel de nacht. De duisternis werd door beide vloten gebruikt om buiten schootsafstand noodreparatie uit te voeren. 

Derde dag, uitputting begint een tol te eisen

De derde dag van de Vierdaagse Zeeslag kenmerkte zich vooral door de Nederlandse achtervolging van de Engelse vloot. Van Es stuurde zijn snelste schepen vooruit in een poging de Engelse vloot in te halen en in te sluiten, maar de Engelse achterhoede bestond uit de meest zwaarbewapende schepen, die met zwaar kanonvuur de Nederlanders op afstand konden houden. Voor de Engelsen kwamen er ook versterkingen in zicht en de Engelse admiraal besloot de meest directe koers naar die versterkingen te zetten. Daarbij nam hij wel een enorm risico: zijn vloot moest over een aantal zandbanken heen zien te komen. De kleinste schepen kwamen probleemloos over de zandbanken heen, maar het vlaggenschip Prince Royal liep vast en werd veroverd door de achtervolgende Nederlanders, met de Engelse admiraal George Ayscue aan boord. Dat liep echter uit op een conflict tussen Tromp en De Ruyter. Hoewel Tromp in eerste instantie toestemming kreeg om het Engelse schip als prijs naar huis te brengen, bleek het schip zo zwaar beschadigd te zijn dat het niet zelfstandig verder kon varen, waarna De Ruyter het bevel gaf om het schip in brand te steken. Tromp zou nog jarenlang proberen een vergoeding te krijgen voor de misgelopen opbrengst van het schip. 

De Engelse verstekringen zouden echter wel doorslaggevend kunnen zijn. Na drie dagen vechten waren de bemanningen van beide vloten uitgeput, maar nu kreeg de Engelse vloot er meer dan twintig schepen bij waarvan de bemanningen waren uitgerust en de munitievoorraden nog ruim waren. Dit zou een doorslag kunnen zijn en in een scheepsraad besloten de Engelse commandanten dat ze de volgende dag nog eens zouden aanvallen, ondanks dat de vloot van De Ruyter nog altijd groter was. Het verschil in omvang tussen de twee vloten werd wel steeds kleiner. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse vloot was inmiddels zo zwaar beschadigd dat veel schepen zich hadden moeten terugtrekken. 

Dag vier, kerende kansen

De vierde dag begon weer met een zoektocht van de Engelse vloot naar de Nederlandse, en passagegevechten in kiellinie. Beide vloten hadden plannen om de linie van de tegenstander uiteen te slaan en beide vloten hadden succes met die plannen. De Engelsen wisten hun vloot eerder weer bij elkaar te brengen dan De Ruyter. Twee Engelse vlooteskaders vielen het eskader van De Ruyter aan terwijl een derde het eskaders onder leiding van Tromp en Van Nes opjoeg. Alleen door slim manoeuvreren wist De Ruyter te voorkomen dat de Engelsen met hun zwaardere geschut zijn eigen eskader aan stukken schoten, terwijl hij wachtte tot Van Nes en Tromp zich weer bij hem zouden voegen. Dat lukte echter niet. Toen de twee Nederlandse eskaders de Engelse vloot aanvielen in een poging door de linie heen te zeilen en aan te sluiten bij De Ruyter, werden de beide eskaders uiteengeslagen. Verschillende schepen gingen verloren, werden door de Engelsen veroverd of sloegen op de vlucht. Het begon er serieus slecht uit te zien voor de Nederlandse vloot, 

De Ruyter deed met zijn eigen eskader nog een aanval, door bij twee Engelse eskaders achterlangs te zeilen. De Engelsen zagen die manoeuvre eerst aan voor een ontsnappingspoging en reageerden te laat. Daarbij had De Ruyter ook wat geluk: terwijl het Engelse admiraalsschip de steven wendde om De Ruyter aan te vallen, kreeg de tuigage van het schip een onverwachte treffer te verwerken. Een gelukstreffer door een van De Ruyters schepen, want in een mum van tijd verloor het Engelse schip meerdere zeilen en delen van twee masten. De Engelse admiraal Rupert was van mening dat er geen geschikte schepen in de buurt waren vanaf waar hij het bevel kon voeren, en liet zijn stuurloze schip terugslepen door andere schepen uit zijn eskader. 

De kansen leken zich nog eens te keren. De Ruyter zag hoe een belangrijk deel van de Engelse vloot zich terugtrok en gaf het signaal om definitief de aanval in te zetten. Verschillende Engelse schepen hadden vrijwel geen munitie meer en besloten de komst van De Ruyters schepen niet af te wachten. Steeds meer schepen trokken zich ook terug richting de haven. Ook De Ruyters vloot was door vrijwel de hele munitievoorraad heen en confrontaties tussen schepen leidden daardoor tot enteringen, waarbij de Nederlandse vloot nog enkele Engelse schepen veroverde. Die achtervolging werd uiteindelijk afgebroken door opkomende mist en het risico om op zandbanken te lopen. 

Wie won?

De Vierdaagse Zeeslag was een van de grootste zeeslagen ooit. Aan beide kanten kwamen ongeveer 1.500 man om. In schepen waren de Engelse verliezen echter hoger. De Engelse vloot verloor uiteindelijk tien schepen, veroverd, gezonken of onherstelbaar beschadigd. De Nederlandse vloot verloor slechts vier schepen. Daardoor werd de slag in de Republiek als een overwinning gevierd. Dat was echter maar van korte duur. Drie dagen lang had de Nederlandse vloot tegen een kleinere vloot gevochten, maar dat overwicht niet kunnen uitbuiten, waardoor het alsnog een dubbeltje op z'n kant werd. Dat werd vooral geweten aan de tactiek van het linievaren. Die was nog nieuw voor de Nederlandse schippers, terwijl de Engelse vloot daar al veel meer ervaring mee had. Het kostte de Engelsen daarnaast niet veel tijd om te herstellen van hun verliezen. Twee twee maanden later wonnen zij de Tweedaagse Zeeslag van de Nederlandse vloot. De Ruyters beroemde Tocht naar Chatham besliste de Tweede Engelse Oorlog in juni 1667 in Nederlands voordeel, waarna de Engelsen op 31 juli 1667 de Vrede van Breda ondertekenden.

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Lees het eerste jaar Geschiedenis Magazine extra voordelig én kies een welkomstcadeau!

Geschiedenis magazine 3 van 2024 nu in de winkel

Het derde nummer van 2024 is verschenen. Koop dit nummer bij een kiosk of boekhandel bij jou in de buurt

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. 

IJsbeerverhalen uit het Behouden Huys - Nova Zembla, 16de eeuw

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.

Het ‘sterrenkamp’ in Bergen-Belsen

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.

Geschiedenis Magazine 4

Het komende nummer van Geschiedenis Magazine verschijnt omstreeks 30 mei. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement om dit nummer zonder verzendkosten te ontvangen.