Vrede van Xanten

Op 12 november 1614 - nu 400 jaar geleden - werd de ‘vrede’ van Xanten gesloten: de vorstenhuizen van Brandenburg (Pruisen) en Palts-Neuburg verdeelden de macht over de Nederrijn-vorstendommen. Met deze afspraak moest een eind komen aan de opvolgingsstrijd tussen beide vorstenhuizen over wie de hertogdommen Kleef, Gulik, Berg en de graafschappen Mark en Ravensberg mocht besturen. Aangezien de Republiek zich actief inzette om dit verdrag te waarborgen, kan tevens gesproken worden over 400 jaar Nederlands-Pruisische betrekkingen.

Geschreven door Annemieke Romein (Ph.D. student in Early Modern History)

Opvolgingsprivileges en – claims

Nog voor de dood van Hertog Johann Willem (†25 maart 1609) maakten verschillende vorstenhuizen keizer Rudolf II hun interesse in het bestuur van het Nederrijngebied duidelijk. Dat de hertog zou sterven zonder een nageslacht was al enkele jaren duidelijk en zodoende wilde een aangetrouwde oomzegger, de Keurvorst van Brandenburg, het gebied voor zijn zoon (een achterneef van de hertog) claimen. Hij deed dit door aanspraak te maken op het opvolgingsprivilege (Privilegium Successionis). Echter, een andere zus van Johann Willem had wel zoon gekregen – Wolfgang Wilhelm van Palts-Neuburg – en claimde zodoende het recht op de gebieden. De argumentatie was dat het oudste neefje (haar zoon) meer recht had op de erfenis dan het oudste achterneefje (Brandenburg).

Actieve betrokkenheid van de Republiek

Over de grenzen heen werd de situatie nadrukkelijk gevolgd. In de Republiek werd met argusogen gekeken wie er mogelijk aan de macht zou komen. In 1605-6 had generaal Spínola de Republiek opgeschrikt door via de rivieren een aanval uit te voeren en had de Republiek zo op haar zwakste plek kunnen raken. Ook Engeland en Frankrijk hielden de situatie nauwlettend in het oog aangezien zij vreesden dat de Habsburgers nog meer macht naar zich toe zouden weten te trekken door hier een favoriet aan te stellen. Een pro-Spaanse alliantie zou het evenwicht in de regio kunnen ontwrichten en een oorlog veroorzaken, net nu er een wapenstilstand tussen de Republiek en Spanje van kracht was. (Uiteraard was niet bekend dat 4 jaar later de Dertigjarige Oorlog zou beginnen.) Deze buitenlandse mogendheden – de Republiek, Engeland en Frankrijk – stelden zich daarom actief op bij de onderhandelingen die leiden tot het voorlopige verdrag van Xanten. Zij beloofden de vrede te waarborgen.

Religieuze achtergronden

De Republiek en Engeland steunden mede vanuit religieus perspectief de twee jonge Lutherse vorsten; het Rooms-katholieke Frankrijk had vooral politieke motieven in de lijn met ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. Het bleef dan ook tot het laatste moment geheim dat Palts-Neuburg zich tot het Rooms-katholicisme had bekeerd. Zo kon hij trouwen met Maria van Beieren, dochter van één van de belangrijkste hertogen van het Heilig Roomse Rijk, en wist hij zich van de steun van de katholieke vorsten in het Rijk te verzekeren. De Keurvorst, die van het Lutheranisme naar het Calvinisme overstapte, wist zich van de nadrukkelijke steun van de Republiek te verzekeren. Deze steun uitte zich met name in het ontvoeren van katholieke priesters door de in het Nederrijngebied gestationeerde soldaten.


Titel: Het Twaalfjarig Bestand 1609-1621 - De jongelingsjaren van de Republiek der Verenigde Nederlanden
Auteur: S. Groenveld
ISBN: 9789072550057
Uitgever: Verloren
Prijs: €19,-

 

 


 

Ondeelbaar Neder-Rijn gebied

De macht over het Neder-Rijn gebied werd gedeeld. Karel V had in 1546 bepaald dat de gebieden ondeelbaar waren (Privilegium Unionis) tenzij de keizer hier persoonlijk toestemming voor gaf. Omdat Keizer Rudolf II de afspraken die in Xanten gemaakt waren, niet erkende – hij wilde de mogelijkheid open houden een eigen favoriet de macht te geven – konden de gebieden ook niet worden verdeeld. In 1555 (Vrede van Augsburg) was er bepaald dat de vorst de religie van zijn eigen gebied mocht bepalen; indien iemand hierdoor in gewetensnood kwam mocht hij verhuizen naar een gebied met de religie van zijn voorkeur.

Verdeeld, maar niet gescheiden

In het geval van Kleef, Mark, Gulik, Berg en Ravensberg ontstond er een merkwaardige situatie. Het bestuur was weliswaar verdeeld, maar niet officieel gescheiden. Zodoende konden de bewoners niet worden gedwongen om van religie te veranderen: zij hoefden slechts te wijzen naar één van beide vorsten om hun gelijk te behalen. Deze ongemakkelijke situatie zou aanhouden tot de jaren 1670: toen werden er definitieve afspraken gemaakt tussen beide vorstenhuizen en erkende de keizer ook de verdeling van de gebieden. Tot dat moment werden de vorsten als ‘bezitters’ gezien, in plaats van heersers. 1614 was het jaar van de voorlopige vrede; pas in de jaren 1670 kwam er definitief rust in de opvolgingskwestie.

Meer over de Vrede van Xanten in:

A.D. Anderson, <em>On the Verge of War. International Relations and the Julich-Kleve Succession Crises (1609 - 1614)</em> (Boston 1999).

Afbeelding: <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Hertogdom_Gulik#mediaviewer/File:Blaeu_1645... target="_blank">nl.wikipedia.org</a>

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.