Hubert Humphrey

Waarom beginnen de Amerikaanse voorverkiezingen altijd in Iowa?

In november 2020 staan de Amerikaanse presidentsverkiezingen weer voor de deur. Vooralsnog hebben zich geen Republikeinse kandidaten gemeld, waardoor de focus eerst ligt bij de Democraten. De grote vraag is namelijk wie namens de Democraten de strijd met Trump aan zal gaan. Bij de voorverkiezingen kunnen de Democraten per staat hun voorkeur voor een kandidaat uitspreken. Bij de nationale Democratische conventie in juli 2020 zal de kandidaat daarna definitief worden vastgesteld. De voorverkiezingen zijn zodoende van uitermate groot belang en beginnen traditiegetrouw in de staat Iowa. Maar waarom precies daar?

Iowa als traditioneel startpunt

Al sinds de jaren ’70 vormt deze dunbevolkte staat in het midden van de VS  het begin van dit verkiezingscircus. Niet iedereen is daar even blij mee. Als startpunt van de voorverkiezingen heeft Iowa immers een belangrijke rol in het proces. Win je als presidentskandidaat in Iowa, kan dat zomaar eens vleugels voor het restant van de voorverkiezingen geven. Velen twijfelen daarom aan de eerlijkheid van deze sleutelpositie voor  Iowa. De staat heeft slechts 3 miljoen inwoners en vertegenwoordigt daarmee nog geen eens een procent van de Amerikaanse bevolking. Daarnaast bestaat de overgrote meerderheid van de bevolking uit blanke Amerikanen. Dit bevordert de representativiteit voor de diverse Amerikaanse bevolking uiteraard ook niet. Waarom beginnen de Amerikaanse voorverkiezingen dan toch altijd in Iowa?

De chaos van ‘68

Het antwoord op deze vraag ligt bij de chaotische Democratische conventie van 1968. Deze conventie vond plaats in een zeer turbulent jaar voor de Amerikanen. Martin Luther King Jr. was recentelijk doodgeschoten en het land was nog steeds verwikkeld in de Vietnamoorlog. De weerstand tegen deze oorlog en zittend president Lyndon B. Johnson groeide in die jaren flink. Mede hierdoor was het nog geen uitgemaakte zaak dat hij opnieuw de Democratische presidentskandidaat zou worden dat jaar.

Eugene McCarthy, een onbekende senator uit Minnesota, besloot het bijvoorbeeld tegen hem op te nemen. Dit gold ook voor Robert Kennedy, de broer van voormalig president John F. Kennedy. Toen vooral Kennedy op veel steun bleek te kunnen rekenen, besloot Johnson al gauw de handdoek in de ring te gooien. Zijn vicepresident Hubert Humphrey besloot daarop het stokje over te nemen. Vlak hierna was Kennedy echter hetzelfde lot beschoren als zijn oudere broer, toen ook hij bij een liquidatie om het leven kwam. De spanning liep op en McCarthy leek de beste papieren te hebben om de nieuwe Democratische presidentskandidaat te worden. De voorverkiezingen waren in die tijd echter nog niet zo democratisch als nu. 

De ‘coup’ van Humphrey

In die tijd werd er nog een gemixt systeem gebruikt, waarbij slechts enkele staten voorverkiezingen hielden. De leden van de Democratische partij mochten daar hun voorkeur uitspreken. Het merendeel van de staten maakte echter gebruik van een interne selectie, waarbij alleen de partijtop betrokken was. Mede hierdoor wist Humphrey, zonder ook maar één ‘democratische’ staat te winnen in de voorverkiezingen, de nominatie tijdens de nationale conventie naar zich toe te trekken.

Een groot deel van de Democraten pikte dit niet, zeker ook omdat Humphrey een groot voorstander van Johnson én de Vietnamoorlog was. De conventie liep uit op een enorme chaos. Buiten het gebouw ontstonden flinke rellen, maar zonder succes. Humphrey bleef de kandidaat en verloor de verkiezingen uiteindelijk afgetekend van de Republikein Richard Nixon. Laatstgenoemde zette de Vietnamoorlog daarna overigens gewoon door. Het Amerikaanse dodenaantal in Vietnam liep tegen het einde van dat jaar op tot ruim 16,5 duizend.

Een nieuw systeem en een nieuw startpunt

Naar aanleiding van het verkiezingsdebacle besloten de Democraten een commissie in te stellen. Deze commissie moest vervolgens onderzoeken hoe de voorverkiezingen democratischer gemaakt konden worden. Vanaf dat moment hanteert elke staat nu een democratische voorverkiezing, zodat de partijleden meer inspraak hebben in wie hun partij als presidentskandidaat zal vertegenwoordigen.  Iowa gebruikte in die tijd een moeilijk systeem waarbij niet alleen op statelijk niveau, maar ook op verschillende lokale niveaus gestemd werd. Er werd daarom besloten om Iowa vroeg op de kalender te zetten, zodat het genoeg tijd had om een kandidaat te kiezen voordat de nationale conventie plaatsvond.

Iowa is sindsdien altijd de opening van het voorverkiezingsseizoen gebleven, waarmee het als relatief kleine staat dus een flinke invloed heeft. Hierbij speelt vooral het psychologische effect een rol. Een ruime overwinning bij de eerste voorverkiezing kan immers twijfels bij de zwevende kiezers wegnemen. Daarnaast zal een toenemend zelfvertrouwen bij de betreffende kandidaat diens campagne veel goeds doen. Zo was Jimmy Carter in 1976 in eerste instantie geen grote kandidaat voor het presidentschap. Toen hij het bij de verkiezingen in Iowa echter verrassend goed deed, gaf dit hem het benodigde momentum. Ook de zege van Barack Obama in 2008 begon ooit met een eerste plaats bij de voorverkiezingen van Iowa.

De Iowans blijven echter trots op hun positie. De toenemende kritiek zal deze trots dan ook niet zomaar kunnen verstommen.

 

Bronnen:

Afbeeldingen:

 

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!