Home » Reportage
Droogte in de middeleeuwen

Droogte door de eeuwen heen

Het zal nog lang duren voor de droogte voorbij is. De neerslagtekorten zijn zo groot geworden dat alleen een langere periode met veel regen dat tekort kan compenseren. In juli 2018 zijn we zelfs recordjaar 1976 gepasseerd. Toen bleef de regen ook in augustus uit. Als de droogte ook de komende maand aanhoudt blijven we dichtbij het record van de vorige eeuw. Op de site van het KNMI kun je de actuele stand van zaken volgen op de droogtemonitor. 

Tekst: Harry Geurts 

Hete en droge zomers in een ver verleden

De ernst van droogte is hangt niet alleen samen met neerslag maar ook met verdamping. Bovendien zijn de hoeveelheden neerslag grillig verdeeld en beperkt  droogte zich meestal tot een deel van het land of een deel van het jaar. Daardoor is het moeilijk om droogteperiodes in de historie te vergelijken. De 19e eeuw kende een paar opmerkelijk hete en droge zomers, zoals 1857 en 1868. Koning Willem III sprak in zijn troonrede op 21 september 1857 over een buitengewoon langdurige droogte, voorafgegaan door een koud voorjaar die niet zonder nadelige invloed was voor de gewassen. Ook in 1868, toevallig 150 jaar geleden dus, was er in een deel van het land een groot gebrek aan water. In augustus 1868 waren volgens kranten in die tijd de druiven in ons land in augustus al rijp om geplukt te worden.

Middeleeuws klimaatoptimum

Van de eeuwen daarvoor zijn er nauwelijks neerslaggegevens, maar dankzij dagboeken, kronieken, oogstgegevens en notities verzameld en bewerkt door weerhistoricus Jan Buisman kunnen we tot ver in de geschiedenis nagaan wanneer het droog was. Uit onderzoek blijkt dat lange periodes van droogte grillig worden afgewisseld met natte jaren. Opmerkelijk droge zomers waren er in ons gebied in de laatste vijfentwintig jaar van de dertiende eeuw. De warme zomers in de twaalfde en dertiende eeuw worden aangeduid als het "Klimaat Optimum", een opmerkelijk warme periode die tot in de veertiende eeuw duurde. In 1389 stond de Rijn bij Keulen voor de derde keer in tien jaar zo laag dat de paarden midden in de rivier liepen. Ook in de jaren zeventig van de vijftiende eeuw was het droog. Zo viel er in de zinderende zomer van 1473 van eind april tot half november nauwelijks regen; in Soest op slechts drie dagen. Op veel plaatsen braken bos, heide- en veenbranden uit, soms door blikseminslag.

Het Grote Zonnejaar: de Rijn vrijwel droog

Hitte en droogte heersten ook in de zomerperiode van 1503: zeker vier maanden lang viel nauwelijks regen en er braken niet alleen bos-, koren- en veenbranden uit, maar ook plaatsen als Hindeloopen, Zaltbommel, Gorinchem, Harderwijk gingen deels in vlammen op.. Het meest unieke jaar was 1540, het "Grote Zonnejaar" genoemd. Uit een reconstructie van de weerkaart blijkt dat een blokkerend hogedrukgebied de depressies met regen en wind in elk geval in de drie zomermaanden op grote afstand hield. Legio bronnen spreken van zeven maanden zonovergoten, droog en heet weer. De Rijn kwam vrijwel droog te staan en in Parijs liepen mensen over de bedding van de Seine zonder natte voeten te krijgen. Er was groot gebrek aan water en brood. Zon en warmte brachten onze landgenoten in de verleiding tot wijnaanbouw, maar dat mislukte. Het "Grote Zonnejaar" was de laatste van een aantal hete zomers; daarna begon de Kleine IJstijd met koel en nat weer.

Grote branden

Grote branden hoorden van de vroege middeleeuwen tot in de 17e eeuw dan ook tot de meest gevreesde gebeurtenissen. Ze braken onverwachts uit en waren een gemakkelijke prooi voor de veelal houten huizen in die tijd.

Oorzaak was vaak blikseminslag, brandstichting of onvoorzichtigheid met vuur. Droogte en ongunstige wind konden de brand verergeren. Het vuur werd in de middeleeuwen in de kortste keren onbeheersbaar. In de nauwe straten met hun dichte bebouwing van houten, met riet gedekte huizen was er indertijd geen houden meer aan. Alleen grote, belangrijke gebouwen, zoals kerk, waag en stadhuis, die al van steen waren, overleefden de brand.

Stadsbrand in Utrecht

Berucht was de stadsbrand die Utrecht in 1253 in de as legde. De stad is verscheidende keren getroffen maar deze brand sloeg alles. Vooral in de nacht en ochtend was de brand, die mede door de droogte was ontstaan en velen in hun slaap verraste, verwoestend. Ook in andere landen leidde de enorme droogte van 1252 en 1253, de droogte van de eeuw, tot ernstige problemen. Er zat geen fruit meer aan de bomen en de wijnoogst was na maandenlange droogte bedroevend slecht.

Grote brand in Harderwijk

Op 31 juli 1503 brak in Harderwijk een brand uit die uitliep op de grootste ramp die de stad ooit trof. De wind zorgde in de nauwe straatjes voor enorme vuurstormen waarbij veel doden vielen. Ook plaatsen als Hindeloopen, Zaltbommel, Gorinchem vielen ten prooi aan vlammen die samenhingen met het aanhoudend droge en hete weer.

Niet alleen woningen en gebouwen raakten in brand. In lange hete zomers woedden er ook bos-, heide- en veenbranden en soms korenbranden. Dat leidt tot enorme en verstikkende rookontwikkeling een scherpe brandgeur. Op 12 mei 1687 woedde een enorme brand in de venen van Sappemeer, Wildervank en Pekela. Ook de Friese venen werden getroffen. Door de harde wind breidde het vuur zich sterk uit en werden niet alleen vonken maar ook brandende turven door de lucht gejaagd.

Harry Geurts is oud persvoorlichter van het KNMI en redacteur van Het Weer Magazine

Bron: Duizend jaar Weer, Wind en Water in de Lage Landen van Jan Buisman

 

Meer inspiratie

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!