Kleine IJstijd

Kleine IJstijd: klimaatverandering van 1300 tot 1850

Het debat over het klimaat en de opwarming van de aarde woedt al lange tijd. Het is een debat dat op wereldniveau gevoerd word, zoals te zien aan de conventie van Parijs in 2016. Veranderingen van het klimaat zijn niet alleen een verschijning van vandaag de dag: ook vroeger vonden er grote veranderingen plaats in de temperatuur. Van de 14e tot de 19e eeuw was er sprake van een Kleine IJstijd: wat voor effecten had deze IJstijd op het leven in die tijd?

Van middeleeuws klimaatoptimum naar Kleine IJstijd

Het middeleeuws klimaatoptimum vond plaats tussen 950 en 1250 n.Chr. In deze periode waren de temperaturen op het noordelijke halfrond behoorlijk mild: lange zomers en milde winters zorgden voor goede oogsten. De welvaart nam hierdoor toe. Aan deze periode kwam echter een eind. Het klimaatoptimum werd in de 14e eeuw opgevolgd door een lange, koude periode met strenge winters en kortere zomers: de Kleine IJstijd.

Honger en de Zwarte Dood

De gevolgen van de klimaatverandering waren vooral te merken in Europa. Koude winters en zware regenval hadden grote invloed op oogsten en veestapels. In 1315 leidde dit tot de Grote Hongersnood. Deze hield aan tot 1317 en verspreidde zich over Europa. Deze hongersnood kostte miljoenen mensen het leven. Hoewel de oogsten na 1322 weer beter werden, kwam de voedselproductie nooit meer op het oude peil terecht. Minder voedsel zorgde voor een minder goed immuunsysteem voor de bevolking. Dit was een van de redenen dat de Zwarte Dood in 1348 zo om zich heen kon grijpen.

Politieke gevolgen van de Kleine IJstijd

De voedseltekorten en klimaatverandering hadden ook politieke gevolgen. In China werd de Ming-keizer in 1644 afgezet, wat het einde betekende van de Ming-dynastie. De oorzaak was dat het volk na jaren van voedseltekorten en overstromingen de belastingen die hen opgelegd werden niet meer kon betalen. In Europa woedde van 1618 tot 1648 de Dertigjarige Oorlog, die werd deels veroorzaakt door slechte oogsten, voedseltekorten en de hierop volgende sociale onrust.

Oorlogsvoering tijdens de Kleine IJstijd

De Kleine IJstijd had ook directe invloed op het verloop van oorlogen. Een interessant voorbeeld hiervan is een oorlog tussen Zweden en Denemarken. Meren en rivieren raakten bedekt met een stevige laag ijs, waardoor ze begaanbaar werden voor legers. In 1658 leidde de Zweedse koning Karel X Gustaaf zijn legers over de Grote Belt. De Grote Belt is een zeestraat tussen Zweden en Denemarken. Via deze weg kon hij Kopenhagen binnenvallen. Ook in Nederland gebeurde dit. Tijdens de oorlogen van de Franse Revolutie konden de Franse invasielegers tijdens de strenge winter van 1794-1795 over de Maas. Tegelijkertijd lag de Nederlandse vloot vastgevroren in Den Helder.

Schilderkunst en positieve gevolgen

De Kleine IJstijd had niet uitsluitend negatieve gevolgen. Een positief gevolg was het effect van deze periode op de schilderkunst. Er zijn veel winterlandschappen overgebleven van bekende schilders. Daarnaast werd de aardappel in de 18e eeuw een belangrijk onderdeel van het Europese dieet: de aardappel was beter bestand tegen de strenge winters. Mogelijk hebben we ook de uitvinding van de fiets te danken aan de Kleine IJstijd. Een gebrek aan paarden zou geleid hebben tot een zoektocht naar andere vervoersmiddelen. Met het oog op de huidige debatten rondom klimaatverandering is het extra belangrijk om deze perioden in de geschiedenis in het achterhoofd te houden. Verandering van het klimaat, of dat nu opwarming (middeleeuws klimaatoptimum) of afkoeling (Kleine IJstijd) is, heeft in het verleden zowel positieve als negatieve gevolgen gehad.

Leestip:

 

Bondgenootschap onder spanning

Titel: Klimaat en atmosfeer in beweging - Jaarboek voor Ecologische Geschiedenis 2008
Redactie: Adriaan M.J. de Kraker en Henny J. van der Windt
ISBN: 9789038215037
Uitgever: Verloren
Prijs: € 14,90

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!