Home » Reportage
Eerste autorace geschiedenis

Parijs-Rouen: de eerste autorace uit de geschiedenis

In de autosport draait alles tegenwoordig om snelheid. Op de racebaan verschijnen elk jaar weer snellere en efficiëntere automodellen, waarvan de maximumsnelheden inmiddels oplopen tot honderden kilometers per uur. Coureurs als Max Verstappen trainen jarenlang om een bepaald parcours tot in de perfectie te beheersen. Iedereen wil immers als eerste over die finishlijn gaan. Je zou hierdoor bijna vergeten dat dit niet altijd zo is geweest. Bij de allereerste autorace ooit lag de gemiddelde snelheid slechts op 16 kilometer per uur!

Tijdens de jaren 1880 deden de eerste auto’s met benzinemotor hun intrede in Europa. In het begin golden deze voertuigen voornamelijk als luxeproducten voor de allerrijksten. Maar weinigen dachten dat de auto op korte termijn de paardenkoets als vervoermiddel zou verdringen. Nog minder leken de mogelijkheid voor autoraces serieus te nemen. Een poging van een Frans tijdschrift om in 1887 de eerste wedstrijd tussen auto’s te organiseren viel in het water, doordat er maar één deelnemer kwam opdagen. Toch zou er snel verandering in deze situatie komen.

Race voor “koetsen zonder paard”

De eerste autorace ooit was een initiatief van de Fransman Pierre Giffard, hoofdredacteur van Le Petit Journal (een van de populairste kranten in Frankrijk). Giffard had via deze krant al verscheidene succesvolle fietswedstrijden georganiseerd, die de oplage van zijn blad telkens een flinke boost hadden gegeven. In 1893 besloot hij dit concept ook op auto’s toe te passen. In december dat jaar kondigde Giffard zijn competitie voor “koetsen zonder paarden” aan. Het traject van deze wedstrijd liep van Parijs naar Rouen, ongeveer 126 kilometer. Om zoveel mogelijk deelnemers te lokken, stelde Giffard de winnaar 5.000 franc aan prijzengeld in het vooruitzicht.

Wedstrijd moest de auto op de kaart zetten

Dit evenement vertoont veel overeenkomsten met de hedendaagse autoraces, maar toch was er minstens een cruciaal verschil: namelijk dat snelheid niet de allesbepalende factor was bij Parijs-Rouen. Naast het opkrikken van de oplage van Le Petit Journal, had Giffard namelijk nog een ander doel met deze wedstrijd. Hij wilde namelijk ook de auto onder de aandacht van het grote publiek brengen om de Franse auto-industrie te stimuleren. Via deze wedstrijd, zouden de Fransen kunnen zien dat auto’s wel degelijk goede vervoermiddelen waren. Bovendien konden ze alle verschillende modellen zo ook in actie zien. In deze tijd ging online auto’s vergelijken immers nog niet. Daarom keek de jury bij Parijs-Rouen niet alleen naar wie als eerste over de finish kwam, maar ook naar de betrouwbaarheid, rijcomfort en het gebruiksgemak van de deelnemende auto’s. Ook de prijs van de modellen werd meegenomen, een goed vervoermiddel moest immers niet te duur zijn.

Meeste afvallers in testronde

In totaal gaven 102 deelnemers zich op voor de wedstrijd, die voor 22 juli 1894 gepland stond. In de drie dagen voorafgaand aan de race, werden hun auto’s aan verschillende tests onderworpen. Dit gebeurde in de open lucht, om de toeschouwers zo veel mogelijk kans te geven om de verschillende modellen te bewonderen. Deze tests bleken een gelukkige inval, want van de 102 deelnemers werden er slechts 21 geschikt bevonden voor de wedstrijd.

Race trekt veel bekijks

In de ochtend van 22 juli vertrokken de overgebleven deelnemers vanuit Parijs. Dankzij de voorafgaande publiciteitscampagne, kon deze race op een enorme belangstelling rekenen. Duizenden toeschouwers stonden langs de wegen om dit spektakel te zien. Op het Franse platteland hadden de meeste mensen immers nog nooit een auto gezien, waardoor hele dorpen uitliepen om deze vreemde nieuwe machines te bewonderen. Door de vele toeschouwers en de onverharde wegen, kwamen de deelnemers maar langzaam vooruit, met een gemiddelde snelheid van rond de 16 kilometer per uur. Helemaal zonder risico waren deze menigtes niet, tijdens de race werden er 7 honden en een fietser aangereden.

Geschiedenis autosport

Van de 21 deelnemers, vielen er 4 uit door mechanische ongevallen. De overige 17 auto’s wisten allemaal Rouen te bereiken. Verrassend genoeg finishte Albert de Dion als eerste, met een tijd van 6 uur en 48 minuten. Deze prestatie was opmerkelijk, gezien het feit dat hij onderweg was verdwaald en een aardappelveld was opgereden.

Als eerste gefinisht, maar op de tweede plaats geëindigd

De volgende dag maakte de jury de winnaars van de race bekend. Hoewel De Dion als eerste was aangekomen, eindigde hij toch op de tweede plaats. Hij reed namelijk in een auto op stoomkracht, waarbij er altijd een stoker moet meerijden om de motor draaiende te houden. Dit kostte hem punten in de categorie gebruiksgemak. De eerste plaats werd uiteindelijk gedeeld door Albert Lemaître en Auguste Doriot, respectievelijk van het team van Peugeot en de zelfstandige autobouwers Paul Panhard en Ėmile Levassor. Beide deelnemers ontvingen de helft van het prijzengeld, 2.500 frank de man.

Na het grote succes van de race Parijs-Rouen was het hek van de dam. In 1895 zag Frankrijk alweer de volgende grote autorace, deze keer van Bordeaux naar Parijs. De jaren daarop organiseerden men in Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten vergelijkbare wedstrijden. Deze evenementen zetten de auto op de kaart en vestigden zijn reputatie als een praktisch vervoermiddel. Hoewel de eerste autorace naar de huidige maatstaven bijna een gezellige optocht lijkt, heeft hij toch een belangrijke bijdrage geleverd aan de opkomst van de auto.

Bronnen:

Afbeeldingen:

Meer inspiratie

Meer lezen over: 

Landen: 

Tijdperken: 

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!