Home » Reportage
Stuk van het jaar Waterlands Archief

Waterlands Archief - Brief aan de regenten van Broek

Deze brief is afkomstig uit een tijd waarin de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën ernstig in haar voortbestaan werd bedreigd. Het gaat om een brief uit 1673 van de kolonel van Waterland aan de burgemeesteren en krijgsraad van Broek in Waterland. Deze officier, Simon Tedingh Berckhout, schrijft op 4 februari van dat jaar dat de 'vyant door de sterckte vant ys' eenvoudig een poging kan wagen om 'ons te attacqueren'. Hij gaf de bestuurders van Broek daarom opdracht om met een aantal ingezetenen snel naar de 'zee custen van Waterlant' te gaan om gaten in het ijs te slaan en een vaart te maken. Weigeraars konden rekenen op een boete, die direct moest worden betaald!

Wat was er aan de hand? Het jaar 1672 staat bekend als het rampjaar in de Nederlandse geschiedenis: het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. De Republiek werd toen van alle kanten aangevallen door een bondgenootschap van Frankrijk, Engeland en de bisdommen Munster en Keulen. In hetzelfde jaar vond er in de Republiek een machtswisseling plaats: Willem III werd benoemd tot stadhouder en niet veel later werden Johan en Cornelis de Witt vermoord door een woedende menigte. De buitenlandse troepenmacht veroverde intussen grote stukken Nederlands grondgebied. Terwijl de Staatse troepen zich terugtrokken achter de Hollandse Waterlinie, veroverden de Fransen Utrecht en Gelderland, terwijl de legers van de Duitse bisschoppen Overijssel innamen.

De Duitse troepen slaagden er echter niet in om de stad Groningen en daarna Friesland te veroveren. Op zee hield Michiel de Ruyter in 1672 en 1673 dapper stand tegen de Engels-Franse vloot. Op het land kon de Republiek, versterkt door buitenlandse hulptroepen, steeds meer in de tegenaanval gaan. Uiteindelijk kwam er een einde aan de vijandigheden en sloot de Republiek vrede met zijn tegenstanders: in 1674 met Engeland, Munster en Keulen en vier jaar later tenslotte met Frankrijk. De Guerre de Hollande was toen eindelijk voorbij.

Het gewest Holland waande zich tijdens het krijgsgeweld dus veilig achter de Hollandse Waterlinie. Dit verdedigingssysteem werd gevormd door een aantal forten, sluizen en onder water gezet land langs rivieren tussen de Zuiderzee en de Merwede. De linie had echter één zwak punt: in geval van strenge vorst kon de vijand over het ijs eenvoudig een inval doen. Dit was ook voor de regio Waterland, dat aan de Zuiderzee lag, een acuut gevaar waartegen in de winter van 1672 en 1673 stappen werden ondernomen. Op 4 februari 1673 kwam de kolonel van Waterland dus in actie, maar de burgemeesteren van de Waterlandse dorpen waren zich ook goed bewust van het gevaar dat een bevroren Zuiderzee in oorlogstijd kon opleveren. Tijdens een gezamenlijke bijeenkomst in Ransdorp op 14 december 1672 besloten zij namelijk om juist vanwege die dreiging de hulp van de Staten van Holland in te roepen. Er waren naar eigen zeggen zes 'uijtleggers' (wachtschepen), een aantal kanonnen, munitie en mankracht nodig. Ook werd om hulp gevraagd om het ijs stuk te slaan, mocht het gaan vriezen. Er werd een commissie gevormd, bestaande uit de reeds genoemde Berckhout, die ook baljuw en dijkgraaf van Waterland was, en een aantal regenten van Ransdorp en Zuiderwoude, die de Staten om deze bijstand moest verzoeken. Misschien leidde dit verzoek ertoe dat Berckhout, als kolonel van Waterland, werd belast met de verdediging van de Waterlandse kust? In elk geval schreef hij kort daarna de genoemde brief aan de regenten van Broek. 

Stuk van het jaar Waterlands Archief

Stuk van het jaar Waterlands Archief

Stem op dit stuk

Meer inspiratie

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!