Adoptie

De geschiedenis van adoptie: van slavernij tot kinderbeschermingsmaatregel

Voorlopig worden in Nederland adopties uit het buitenland opgeschort. Aanleiding is een vernietigend rapport dat misstanden over het adoptieproces in Nederland aan het licht heeft gebracht. Al sinds de jaren ´60 zou er sprake zijn geweest van onder meer kinderdiefstal, kinderhandel en onethisch handelen van ambtenaren. 65 jaar geleden werd in Nederland adoptie gelegaliseerd. Adoptie is al een eeuwenoud gebruik, ooit begonnen in de vorm van onder andere slavenarbeid. Hoe veranderde dit in een erkende manier van kinderbescherming?

De aanname van niet-biologische kinderen in gezinnen is van alle tijden. Al in een Mesopotamisch wetboek uit 1780 v.Chr., de Codex Hammurabi, wordt het concept van adoptie genoemd. Het vermeldt de juridische mogelijkheid voor kinderloze echtparen om een kind te adopteren. De Babyloniërs hechtten veel belang aan het voortbestaan van de familie, ze gingen hier zelfs zo ver in dat ook slaven geadopteerd konden worden. Ook de Romeinen deden aan adoptie, veelal niet om kinderen een nieuw thuis te bieden, maar om erfopvolging te regelen. Wanneer de stamhouder van de familie op het punt stond om te sterven zonder een mannelijke erfgenaam te hebben kon een erfgenaam van een andere familie worden geadopteerd om de stamhouder op te volgen. Omdat rijkdom en macht via de vaderlijke lijn werden doorgegeven werden dochters zelden geadopteerd. De kinderen werden in die periode op grote schaal afgestaan, in sommige steden ging het om ongeveer de kwart van alle kinderen.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


De eerste kindertehuizen in de middeleeuwen

In de vroege middeleeuwen verdween de wettelijke adoptie in Europa geleidelijk. Hoogstwaarschijnlijk was dit omdat de adoptie de macht van de feodale heersers kon aantasten. In de vroege middeleeuwen was Europa geen eenheid meer en maakten alle heersers hun eigen wetten. In die periode kon door een herdefiniëring de erfenis alleen worden afgestaan aan bloedverwanten. Dit werd gedaan als poging om de macht en de financiële invloed van de heersende koninklijke families zoveel mogelijk te behouden.

Maar mede door de hoge sterfte en de opkomst van het fenomeen offergave, waarbij kinderen voor een kerk of klooster werden achtergelaten en vervolgens werden ´geadopteerd´ door een geestelijke, groeide het aantal weeskinderen in de loop van de 11e en de 12e eeuw explosief. De kerk begon deze praktijk te reguleren en dit leidde tot de eerste weeshuizen van Europa, maar al snel kon de kerk de stroom aan weeskinderen niet meer aan. De kinderen werden ondergebracht in de publieke en private sector, maar ook deze instellingen konden de kinderen niet lang onderhouden. Hierdoor kwam een groot deel van de kinderen in de grote steden terecht en moesten ze onder het concept van ´pleeggezinde dienstbaarheid´ of ´contract gebonden dienstbaarheid´ een ambacht of vaardigheid leren, wat vaker wel dan niet een manier was om goedkope, vaak gedwongen, arbeidskracht te bieden. Zeker vier op de vijf van deze geadopteerde kinderen haalden hun vijfde levensjaar niet door infectieziektes en de erbarmelijke werkomstandigheden.

Adoptie in de 19e eeuw

In de 18e eeuw kwam wettelijke adoptie voor het eerst weer op de politieke agenda, maar het was pas in de loop van de 19e eeuw dat adoptie daadwerkelijk werd gezien als een kinderbeschermingsmaatregel. De eerste moderne adoptiewetgeving was de Adoption of Children Act, die in 1851 werd aangenomen in Massachusetts, de Verenigde Staten. Die wet maakte het voor rechters mogelijk om te bepalen of adoptieouders voldoende bekwaam waren om een kind op te voeden en of het verantwoord was om de adoptie door te laten gaan. Het was op het moment van de invoering van de wet alleen mogelijk om blanke kinderen te adopteren, pas in 1948 werd voor het eerst een Afro-Amerikaans kind geadopteerd door blanke ouders.

Adoptie

Na de VS volgden al snel veel andere westerse landen die adoptiewetten invoerden. In 1873 werden adopties voor het eerst wettelijk toegestaan in Canada en in 1895 werd ook in Nieuw-Zeeland de eerste adoptiewet ingevoerd. Groot-Brittannië en Frankrijk waren wat later. In Frankrijk werd de adoptie van minderjarigen pas in 1923 erkend en in Groot-Brittannië was adoptie in 1926 toegestaan, waarschijnlijk door de al bestaande wettelijke middelen om dakloze kinderen te beschermen en te verzorgen. Nog later was België, waar door de Wet op Aanneming van een Kind op 22 maart 1940 voor het eerst minderjarigen konden worden geadopteerd. In Nazi-Duitsland mochten enkel kinderen die via het Lebensborn waren geboren, dat tot doel had een zuiver Arisch ras te creëren, en aan de rassenvereisten voldeden, geadopteerd worden.

Erkenning in Nederland

In Nederland ontstond de erkenning van adoptie pas echt na de Tweede Wereldoorlog. Adoptie in Nederland is sinds 1956, als een van de laatste landen in Europa, wettelijk geregeld via de Adoptiewet. Voor de komst van deze wet werden kinderen al wel geadopteerd, maar hadden zij niet dezelfde juridische status als de andere biologische kinderen van het pleeggezin waar ze deel van uitmaakten. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de regering te maken met een groot aantal oorlogspleegkinderen, waarvan bij een groot deel überhaupt niet bekend was of hun ouders nog leefden.

Hierdoor moesten er noodgedwongen maatregelen komen. De eerste stappen werden hiervoor al tijdens de oorlog gezet door Gezina van der Molen. Zij zorgde er tijdens de oorlog voor dat veel Joodse kinderen konden onderduiken bij protestantse families. Zij vond dat dit niet enkel meer de taak moest zijn van de Joodse gemeenschap, maar een landelijke verantwoordelijkheid was. Na de oorlog werd ze benoemd als de voorzitter van de Rijkscommissie Oorlogspleegkinderen. Maar door aanhoudende conflicten tussen haar en de Joodse gemeenschap, ze zou antisemitische uitspraken hebben gedaan en onder andere hebben gezegd dat er onvoldoende Joodse ouders waren die goed voor hun eigen kinderen konden zorgen, keerden er uiteindelijk zo´n 800 Joodse kinderen weer terug naar hun eigen families. Meer dan 700 Joodse kinderen kwamen in andere huishoudens terecht, met name bij gereformeerde families.

Adoptie van buitenlandse kinderen

De eerste groep buitenlandse kinderen werd in de loop van de jaren ´60 geadopteerd door Nederlandse gezinnen. Het ging in de eerste fase enkel om kinderen uit Europese landen, zoals Italië, Griekenland en Duitsland. Het was pas in de vroege jaren ´70 dat ook kinderen buiten Europa werden geadopteerd. Schrijver Jan de Hartog en zijn vrouw Marjory, toen wonend in de Verenigde Staten, waren hier grotendeels verantwoordelijk voor. In 1967 vertelde hij in het programma Mies en scène van Mies Bouwman over zijn twee geadopteerde Koreaanse kinderen. Zijn mediaoptreden bracht veel Nederlandse stellen op het idee om een kind te adopteren uit zwaar door oorlog getroffen Aziatische landen, zoals Zuid-Korea en Vietnam.

Adoptie

Het probleem was alleen dat de Nederlandse wet het adopteren van kinderen uit niet-Europese landen verbood. De geadopteerde kinderen kwamen Nederland binnen zonder adoptieprocedure, die bestond immers nog niet voor hen, en dus ook zonder verblijfsvergunning. Uiteindelijk werd de Adoptiewet door de druk van de publieke opinie en de media herzien en werd het mogelijk om ook kinderen uit niet-Europese landen te adopteren. Dit zorgde voor een opkomst van adopties uit ontwikkelingslanden.

Nieuw onderzoek

Maar de adoptie van kinderen uit het buitenland ging niet altijd zoals het hoort, dat blijkt wel uit een vernietigend rapport dat op 8 februari 2021 werd gepresenteerd door de Commissie Onderzoek Interlandelijke Adoptie onder leiding van bestuurder en voormalig topadvocaat Tjibbe Joustra. De commissie deed onderzoek naar misstanden bij adoptie uit Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka tussen 1967 en 1998 en vond bewijs voor ernstige misstanden zoals kinderhandel, vervalsing van documenten en het onder valse voorwendselen overbrengen van kinderen naar Nederland. Dit onderzoek bevestigt de verhalen van adoptieouders, biologische ouders en adoptiekinderen over misstanden rond adoptie die al jarenlang de rondte doen.

Bronnen:

Afbeeldingen:

  • Een offergave aan de kloosterdeur. Am Klostertor (1846), geschilderd door Ferdinand Georg Waldmüller. (Public Domain) via Wikimedia Commons
  • Drie meisjes in het Amsterdamse Burgerweeshuis (1885), geschilderd door Thérèse Schwartze. (Public Domain) via Wikimedia Commons
  • Adopties in Nederland tussen 1996 en 2014. Door Michielvd - Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=38629397

Bronnen:

 

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Tijdperken: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!