Verkiezingen 1918

De lange weg naar het kiesrecht

Voor 1917 was het kiesrecht voorbehouden aan mannen die een bepaald bedrag aan belasting per jaar betaalden. In 1917 veranderde dit met de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen. Hoe kwam deze invoering tot stand?

Het huidige Nederlandse staatsmodel bestaat sinds 1794. In dat jaar verdreven de Franse revolutionaire troepen stadhouder Willem V en werd Nederland als de ‘Bataafse Republiek’ ingericht naar Frans model. Het invoeren van Nationale Vergaderingen was in Nederland echter geen succes en vanaf 1801 kwam Nederland onder direct Frans bewind te staan.

Van republiek naar koninkrijk

Na de verdrijving van Napoleon in 1814 werd Nederland een koninkrijk onder leiding van de zoon van stadhouder Willem V: koning Willem I. Willem I kreeg zeer veel macht, ondanks dat hij officieel samen met de Staten-Generaal moest regeren. Na de toevoeging van België aan het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 werd de Staten-Generaal opgedeeld in een Eerste en een Tweede Kamer. De Eerste kamer bestond voornamelijk uit aristocraten die de Tweede Kamer, waar vertegenwoordigers van de provincies en steden en grootgrondbezitters in zaten, moesten controleren. De leden van de beide Kamers werden gekozen door de verschillende provincies, steden en edelen.

De grondwet van 1848

In 1848 braken verschillende revoluties het bestaande politieke bestel in Europa af. In Frankrijk werd de koning verdreven, in Oostenrijk dwongen demonstranten de keizer een deel van zijn macht in te leveren en in de straten van Berlijn werd gevochten. In Nederland bleef het vrij rustig, maar koning Willem II, die in 1840 zijn vader opvolgde, was bang voor onrust en gaf toe aan de eisen van liberale politici die een grondwet wilden. Johan Rudolf Thorbecke kreeg de opdracht om deze grondwet op te stellen, en vanaf 1848 was Nederland een constitutionele monarchie.


Titel: Lijden aan eenheid - Katholieke arbeiders op zoek naar hun politiek recht (1897-1929)
Redactie: Jos van Meeuwen
ISBN: 9065506055
Uitgever: Verloren
Prijs: €39,-

   


Rol Tweede Kamer

Met de grondwet van 1848 werd de macht van de koning ingeperkt en de macht van de Tweede Kamer vergroot. Voor 1848 had de Tweede Kamer vooral een adviserende rol, maar met de nieuwe grondwet kreeg deze volksvertegenwoordiging een grotere invloed op de regering. De leden van de Tweede Kamer werden vanaf dat moment gekozen door de bevolking.

Censuskiesrecht

Onder ‘bevolking werd in die tijd een andere groep bedoeld dan tegenwoordig. Kiesrecht was vrij beperkt en gold alleen maar voor mannen die een bepaald bedrag aan belasting per jaar betaalden: censuskiesrecht. Dit was een minimumbedrag van 20 gulden per jaar, maar in steden als Amsterdam was het in 1867  zelfs 112 gulden per jaar, zodat maar 1,9 procent van de inwoners van de stad mocht stemmen. Door het censuskiesrecht kwam het erop neer dat alleen de gegoede burgerij kiesrecht had en de wensen van de arbeiders van ondergeschoven belang waren.

Algemeen mannenkiesrecht

Deze beperkingen bleven lange tijd van kracht. Het belastingbedrag dat vereist was om te mogen stemmen werd wel verlaagd, maar nog steeds werd de gewone arbeider buiten de stemhokjes gehouden. Dit veranderde in 1917 toen de Russische Revolutie voor een golf van sociale onrusten in Europa zorgde. Ook in Nederland gingen arbeiders de straat op om te protesteren. Onder de liberale premier Pieter Cort van der Linden werd een grondwetswijziging doorgevoerd, die het kiesrecht voor alle meerderjarige mannen garandeerde.

Verlaging stemgerechtigde leeftijd

Bij de verkiezingen van 1917 veranderde er nog weinig, de zittende partijen spraken af om geen tegenkandidaten aan te voeren in elkaars kiesdistricten, waardoor uiteindelijk alleen in Amsterdam een herstemming nodig was.

Algemeen kiesrecht

Het algemeen kiesrecht werd uiteindelijk in 1919 ingevoerd. Dit betekende dat nu ook vrouwen konden stemmen. Met de invoering van het algemeen kiesrecht waren de verkiezingen nog niet zoals zij tegenwoordig zijn: meerderjarigheid begon in 1917 pas op 25-jarige leeftijd. Dit werd in 1946 verlaagd naar 23 jaar, in 1963 naar 21 jaar en in 1972 uiteindelijk naar 18 jaar. Nederland kende tussen 1918 en 1970 een opkomstplicht bij de Tweede Kamer-verkiezingen. Wie niet stemde kon een boete krijgen.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!