Parma's brug tijdens het beleg van Antwerpen

De Val van Antwerpen

Op 27 augustus 1585 maakte Spaanse commandant Alexander Farnese, de hertog van Parma, zijn entree in de stad Antwerpen. Na een beleg van bijna veertien maanden had de Antwerpse burgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde zich tien dagen daarvoor overgegeven. De val van Antwerpen wordt meestal gezien als de oorzaak voor de opkomst van Amsterdam als handelsstad.

Het beleg van Antwerpen

In 1576 had Antwerpen de pacificatie van Gent ondertekend. Dit was een overeenkomst tussen gewesten van de Nederlanden om zich aan te sluiten tot een generale unie en de Prins van Oranje aan te nemen als stadhouder. De hertog van Parma had zichzelf het doel gesteld om alle steden die zich hadden aangesloten weer onder het Spaanse gezag te brengen. Om Antwerpen in te nemen liet hij alle rondom de stad liggende plaatsen innemen en om de stad een grote schipbrug aanleggen in de door de Antwerpenaren onder water gezette polders.

Uithongering van de stad

Op geen enkele manier kon de stad nu nog bereikt worden en Parma hoefde enkel te wachten totdat de stad zou zijn uitgehongerd. De Antwerpenaren deden meerdere pogingen om met schepen vol buskruit de schipbrug op te blazen. Dit zonder enig succes. Op steun van andere opstandige legers konden de Antwerpenaren op dat moment ook niet rekenen. Langzaamaan kwamen vooral onder de katholieken die nog in de stad verbleven stemmen op om te onderhandelen met de hertog van Parma.


Titel: Handel in Amsterdam ten tijde van de Opstand- Kooplieden, commerciële expansie en verandering in de ruimtelijke economie van de Nederlanden ca. 1550-ca. 1630
Auteur: C.M. Lesger
ISBN: 9065506861
Uitgever: Verloren
Prijs: €29,-

   


400.000 gulden

Deze onderhandelingen leidden uiteindelijk tot het tekenen van een vredesverdrag. Met de ondertekening daarvan werd overeengekomen dat de stad een bedrag zou betalen ter waarde van 400.000 gulden voor de kosten van het beleg. Niet-katholieken mochten daarbij ook nog vier jaar in de stad blijven wonen en kregen de mogelijkheid zonder moeilijkheden de stad te verlaten. Drie dagen later vond de laatste calvinistische preek in de stad, waar in 1566 de tweede fase van de beeldenstorm was begonnen, plaats.

Uittocht van kooplieden

Nadat de veelal protestante kooplieden na de Val van Antwerpen de stad hadden verlaten, trokken zij volgens de meest bekende verklaring richting Amsterdam. Vanwege afsluiting van de Schelde door de Hollanders konden de achterblijvende katholieke kooplieden ook geen handel meer drijven. De kooplieden zorgden er door hun vertrek naar Amsterdam voor dat niet de Zuid-Nederlandse plaats Antwerpen, maar de Noord-Nederlandse plaats Amsterdam zou uitgroeien tot de belangrijkste handelsstad van zijn tijd.

Voor de val

Volgens de Leidse historicus Oscar Gelderblom is deze verklaring echter niet helemaal juist. Voor 1585 kwamen er volgens hem ook al Antwerpenaren naar Amsterdam. Bovendien waren deze minder rijk dan algemeen werd aangenomen. Deze kooplieden kwamen graag naar Amsterdam, omdat deze stad hen door haar sterke positie op de Oostzee ook voor de Val van Antwerpen al veel te bieden had. Feit blijft dat in Antwerpen na het beleg niet meer dan 40.000 mensen in de stad achterbleven. Aanvankelijk had de stad meer dan 100.000 inwoners.

Meer weten

Meer lezen over: 

Landen: 

Tijdperken: 

Inhoudelijke tags: 

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!