De zeemeermin van Westenschouwen

geschiedenis sprookjes‘’Westen Schouwen, het zal je berouwen, dat je genomen hebt mijn vrouwe. Westen Schouwen zal vergaan, en de plompe toren zal blijven bestaan.’’ Deze vloek werd uitgesproken door een woeste zeemeerman over het Zeeuwse vissersdorpje Westenschouwen. Sindsdien verzandde de haven van Westenschouwen, werd het dorp verlaten en staat de Plompe Toren anno 2016 nog steeds eenzaam op de dijk. Volksverhalen over zeemeermannen die vloeken uitspraken over vissersdorpjes zijn in Nederland alom vertegenwoordigd, waar komen deze verhalen vandaan en wat is er met de verdronken dorpen gebeurd?

De meerminsage van Westenschouwen

Volgens de sage waren de vissers van Westenschouwen rijk en hoogmoedig. Steeds verder gingen zij de zee op om meer en meer vis te vangen. Op een dag vingen zij een zeemeermin.. Ze smeekte om haar vrijlating, omdat ze op het land niet kon leven. Toch haalden de vissers de zeemeermin op het land, eenmaal op het droge stierf de zeemeermin meteen. De Westenschouwse vissers hadden de toorn van haar echtgenoot op zich afgeroepen en hij vervloekte de inhalige vissers met het rijmpje: Schouwen, Schouwen, ‘t sal je rouwen dat je genomen eit m’n vrouwe! ‘t Rieke Schouwen zal vergaen, alleen de toren zal bluven staen! En zo geschiedde, een verwoestende storm trok over het dorp en de haven verzandde waardoor de vissers genoodzaakt waren om het vissersdorpje te verlaten. Alleen de kerktoren bleef over. In werkelijkheid bleef de toren echter niet staan, in 1848 werd de toren van het dorpje afgebroken. De verlaten kerktoren, de Plompe Toren, van het nabijgelegen verdronken Koudekerke werd symbool voor de sage van de zeemeermin.

Optekening van de sage

Half-vis en half-mensfiguren komen al vanaf de 7e eeuw voor in Europese ‘bestiaria’, dierenboeken. Veel zeemannen geloofden meerminnen gezien te hebben op hun reizen, er deden zich dan ook allerlei verhalen de ronde over deze schepsels. Ontmoetingen met zeemeerminnen of -mannen stonden in volksverhalen vaak garant voor rampspoed. Zeemeerminnen riepen vaak onheil uit over een dorp of stad waarna een dorp verdween in de golven of economisch geruïneerd werd. De snelle verzanding van de haven van Westenschouwen in de 15e eeuw moet grote indruk gemaakt hebben op de Zeeuwen, waar zij een verklaring voor zochten in de vorm van een zeemeermannenvloek. De meerminsage die de ondergang van Westenschouwen verklaart toont veel gelijkenissen met sages over andere verdronken dorpen en steden. Veel vloeken uitgesproken door ‘meermensen’ eindigen met de woorden ‘alleen de toren (of het dorp) zal blijven (be)staan’. De sage van Westenschouwen werd voor zover bekend voor het eerst in 1843 opgetekend door F. Nagtglas in het tijdschrift De Navorscher. Hiervoor was het een volksverhaal wat mondeling doorgegeven werd.

Verdronken dorpen en verzande havens

Westenschouwen was een van de honderden Zeeuwse dorpen die in de late middeleeuwen verdwenen in de golven. Stormvloeden waren de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van verdronken nederzettingen. Hiernaast zijn er, vooral in het huidige Zeeuws-Vlaanderen, veel dorpen verdronken als gevolg van militaire inundaties. Hierbij werden gebieden opzettelijk onder water gezet om de, toentertijd Spaanse, vijand tegen te werken. Stormvloeden hebben op indirecte wijze ook invloed gehad op het verzanden van de haven van Westenschouwen. Tijdens een stormvloed werd land weggeslagen aan de zuidkust van het eiland Schouwen. Het losgekomen zand werd door de Oosterschelde meegevoerd naar de monding van de haven van Westenschouwen waardoor deze verzandde. De economische bron van de vissers droogde op en de vissers waren genoodzaakt het dorp te verlaten. De havenbuurt verdween en het dorp werd overgeleverd aan de elementen waardoor het dorp later alsnog in de golven verdween.

Archeologisch bewijs

Het bestaan van de tierende zeemeerman mag dan betwist worden, maar voor het bestaan van het dorpje Westenschouwen bestaat zeker bewijs. Vanaf 1800 kwamen enkele resten van het dorp bloot te liggen aan de kust van Schouwen. De haven was niet groot, er konden slechts vijf tot tien schepen in aanmeren, maar was van grote betekenis in de 14e en 15e eeuw. De Westenschouwse vissers dreven handel met Engeland. Ze transporteerden haring, krab en uien naar Engeland en importeerden wol, laken en steenkolen. Verschillende amateurarcheologen die geboeid waren door de sage van de zeemeermin en het verdwenen dorp hebben gezocht naar sporen van het dorp. Schoolmeester en amateurarcheoloog J.A. Hubregtse beschreef in 1911 al ‘steenfondamenten van woningen, wellen of tonputten en rondom woningen overblijfselen van allerlei aard’ gevonden te hebben. In 1947 kwamen nieuwe resten bloot te liggen en ook in 1967 en 1976 liet de zee steeds meer zien van het verdwenen dorp. Met metaaldetectors werden veel metalen resten van het dorp gevonden. En toen in de jaren 2000 het strand van Schouwen opnieuw opgespoten werd met zand kwamen resten van de oude havenbuurt aan de oppervlakte. Vervolgens werden deze resten, na het vastleggen van het archeologische bewijs, weer onder het zand bedolven in 2003.  

Landen: 

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Deze bijzonder collectie, met bruiklenen van het Rijksmuseum, is verlengd t/m 13 september 2020.

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!