Verwoeste Duitse loopgraaf

Erfenis van de Eerste Wereldoorlog: de Zone Rouge

De littekens van de Eerste Wereldoorlog zijn in Frankrijk nog tot op de dag van vandaag zichtbaar. In het noordoosten van Frankrijk, dicht bij de grens met België, ligt een gebied dat door de Grote Oorlog zo verontreinigd en beschadigd is geraakt dat het tot op heden niet meer mogelijk is om er te wonen. Het gebied werd na de oorlog la Zone Rouge genoemd.

Aan het westfront in het noorden van Frankrijk en het uiterste westen van België, was de Eerste Wereldoorlog een echte loopgravenoorlog. Om de goed verdedigde loopgraven van de vijand te doorbreken, gebruikten beide strijdende partijen ongeëvenaarde hoeveelheden explosieven, vooral artillerie. Voordat er werd aangevallen werden er vaak grote bombardementen uitgevoerd, die soms wel wekenlang duurden. Berucht was het ‘trommelvuur’, waarbij met grote hoeveelheden kanonnen zo veel granaten werden afgevuurd, dat de explosies klonken als tromgeroffel. Tijdens zulke bombardementen werden honderdduizenden of zelfs miljoenen granaten afgevuurd. Bijvoorbeeld bij de slag om Verdun, die duurde van februari tot december 1916, werden naar schatting al 60 miljoen granaten afgevuurd. Tijdens de gehele oorlog zouden er naar schatting zelfs 1,5 miljard granaten afgeschoten zijn. 

Deze explosies van de granaten zorgden er niet alleen voor dat het landschap werd vernietigd, maar ook voor hevige verontreiniging van de grond. De granaten en andere munitie werden gemaakt van allerlei metalen. Door de jarenlange beschietingen zijn grote hoeveelheden kwik, lood, zink, arseen en andere gevaarlijke stoffen in de bodem terechtgekomen. Er kwamen niet alleen zware metalen in de bodem terecht, ook veel onontplofte explosieven. In sommige gebieden ging een kwart van de afgevuurde bommen en granaten namelijk niet af. Die explosieven verdwenen in de steeds maar omgewoelde bodem langs het front. Onder die onontplofte granaten waren ook veel granaten met gifgas.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Het opruimen van het Westfront

Nadat op 11 november 1918 de wapenstilstand werd getekend en de oorlog voorbij was, stond Frankrijk voor een gigantische opgave, namelijk het opruimen van het landschap. Gedurende de gehele oorlog was het Westfront nauwelijks opgeschoven waardoor de verwoesting in het noordoosten enorm was, meer dan drie miljoen hectare grond was verwoest. Dorpen waren compleet van de kaart gevaagd, alle natuur was verdwenen en door de grote hoeveelheid kraters werd het gebied ook wel vergeleken met het maanlandschap. Heel Frankrijk was in diepe rouw vanwege de ondenkbare hoeveelheid slachtoffers, maar toch moest men door met het dagelijks leven en was er een oplossing nodig voor het verwoeste gebied.

Kaart van de drie zones

De Franse overheid besloot daarom In 1919 het gebied ronde de oude frontlinies in te delen in drie zones. Zones Vertes (groene zones) deze gebieden hadden schade opgelopen, maar deze was minimaal, Zones Jaunes (gele zones) zwaar beschadigd, maar nog wel bewoonbaar en tot slot de Zone Rouges (rode zones); deze gebieden werden onbewoonbaar verklaard.

De autoriteiten begonnen met een gigantische operatie om het gebied op te ruimen, allereerst moesten er nog heel veel lichamen geborgen worden, zo werden er in de eerste jaren na de oorlog alleen al bij Verdun nog 130.000 lichamen gevonden van soldaten die daar gesneuveld waren. Daarnaast moest alle onontplofte munitie opgeruimd worden, een taak die zwaar onderschat werd. De overheid was niet opgewassen tegen de hoeveelheid onontplofte bommen en granaten. Naar schatting ontplofte een derde tot een kwart van de afgevuurde granaten niet. Dat betekende dat er langs het gehele Westfront nog rond de 400 miljoen onontplofte granaten lagen.

Verwoestingen aangericht door de vele bombardementen

De herstelwerkzaamheden begonnen met herstellen van de infrastructuur, wegen en bruggen werden hersteld en herbouwd. Ook werden zwaar getroffen steden en dorpen opnieuw opgebouwd, al zouden sommigen dorpen voor eeuwig verloren blijven. De ruim tweeduizend kilometer aan loopgraven werden dichtgegooid en de vele kraters in het landschap werden gevuld. Dankzij deze werkzaamheden was het vrij snel mogelijk voor de bevolking om terug te keren naar de groene en gele zones. De rode zones bleven echter onbewoonbaar omdat hier de schade het allergrootst was en de meeste onontplofte munitie lag.

In de rode zones was de vervuiling ook het ergst, de vele giftige stoffen uit de munitie en het gebruikte gifgas was in de bodem en het grondwater terecht gekomen. Hierdoor werd landbouw bedrijven niet meer mogelijk in het gebied. De overheid zette deze rode zones compleet af. Het gebied betreden werd voor iedereen verboden. Oorspronkelijk omvatten deze rode zones ongeveer 1800 km², maar door opruimwerkzaamheden en druk vanuit de plaatselijke agrarische sector werden deze ontoegankelijke gebieden al snel kleiner.

Vandaag de dag is de oppervlakte van de Zone Rouge nog ongeveer honderd vierkante kilometer, dit zijn de zwaarst getroffen gebieden met de hardnekkigste vervuiling. Op sommige plekken in deze gebieden is de bodem nog altijd zo vervuild dat er maar weinig vegetatie kan groeien en is landbouw nog altijd niet mogelijk.

De IJzeren Oogst

Toch zijn meer dan honderd jaar na het einde van de oorlog ook de groene en gele zones nog altijd niet helemaal vrij van munitie en verontreiniging. Elk jaar vinden boeren als ze het land omploegen, nog veel onontplofte munitie. Deze zogeheten ‘IJzeren Oogst’ bestaat uit ongeveer 900 ton per jaar. De France Sécurité Civile, de opruimingsdienst verantwoordelijk voor het veilig tot ontploffing brengen van de gevonden munitie, schat dat op dit tempo het nog 700 jaar zal duren voordat al de munitie in het gebied verdwenen is. Niet alleen in Frankrijk wordt deze IJzeren Oogst binnen gehaald, ook in België, waar voornamelijk rondom Ieper heel zwaar gevochten werd, wordt nog veel munitie gevonden. De Belgische explosieve opruimingsdienst is daar ook nog dagelijks bezig met het verzamelen en onschadelijk maken van onontplofte munitie.

Ook de vervuiling van het drinkwater is nog steeds een probleem in de regio, in 2012 werd in 544 gemeentes in het noordoosten van Frankrijk het consumeren van kraanwater verboden vanwege de hoge hoeveelheden giftige stoffen. Experts waarschuwen ook dat vlees van wild en wilde paddenstoelen uit de regio niet geschikt zijn voor consumptie en veel giftige stoffen bevatten.

Hoewel de Eerste Wereldoorlog al ruim honderd jaar voorbij is, zijn de gevolgen dus nog dagelijkst te merken in het leven van de Fransen en Belgen. En draagt het landschap op sommigen plekken nog steeds de littekens van deze verschrikkelijke oorlog.

Ook interessant: 

Tijdperken: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. 

Het ‘sterrenkamp’ in Bergen-Belsen

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.

Geschiedenis magazine 3 van 2024 nu in de winkel

Het derde nummer van 2024 is verschenen. Koop dit nummer bij een kiosk of boekhandel bij jou in de buurt

Covers OA

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!