Het Deltaplan van de jaren vijftig

Op 16 september 2014 werd het ‘nieuwe’ Deltaplan gepresenteerd. In dit plan zijn alle maatregelen verwerkt om het land te beschermen tegen hoogwater en te zorgen voor voldoende zoetwater. De komende 30 jaar zal er circa 20 miljard euro worden geïnvesteerd in deze nieuwe maatregelen. In 1955 werd het eerste Deltaplan gepresenteerd en in de decennia daarna werden de wereldberoemde Deltawerken gerealiseerd.

Deltacommissie

Met de watersnoodramp van 1953 nog vers in het geheugen, werd op 21 februari 1953 de Deltacommissie in het leven geroepen. Het was net twintig dagen na de ramp toen de Minister van Verkeer en Waterstaat de commissie installeerde, die onder leiding werd gesteld van de toenmalige directeur-generaal van Rijkswaterstaat, A.G. Maris. De opdracht die deze Deltacommissie meekreeg, was een plan opstellen die de verzilting van het land zou tegengaan, maar nog belangrijker: het plan moest de veiligheid en de watervrijheid garanderen in de gebieden die bij hoogwater nogal eens onderliepen.

Geestelijk vader van het Deltaplan

Voordat de Deltacommissie in het leven werd geroepen en zelfs voordat de watersnoodramp had plaatsgevonden, waren er al commissies bezig met een Deltaplan. De belangrijkste persoon in dit verband, was de waterstaatkundig ingenieur Johan van Veen, die ook wel de geestelijk vader van het Deltaplan wordt genoemd. Vanaf 1929 was hij werkzaam bij Rijkswaterstaat en verschijnen er onder zijn naam vele scherpe rapporten en artikelen over dijken en kusten. Onder het pseudoniem dr. Cassandra bracht hij daarnaast verschillende artikelen uit met daarin (vaak politiek gevoelige) kritiek op de te lage dijken in Zuidwest-Nederland. In de jaren veertig werd een Stormvloedcommissie in het leven geroepen, die onderzoek deed naar eventuele damverbindingen tussen een aantal Zuid-Hollandse eilanden, waarbij Van Veen sterk betrokken was. Twee dagen voor de watersnoodramp werd er nog een rapport van deze commissie gepubliceerd, die de afsluiting van bepaalde zeearmen adviseerde. Na de watersnoodramp zijn veel van de adviezen van de Stormvloedcommissie en van Johan van Veen teruggekomen in het Deltaplan. Van Veen was daarnaast secretaris van de Deltacommissie, waardoor hij veel invloed kon uitoefenen.

Hoofdlijnen van het Deltaplan

De commissie gaf verschillende adviezen, die uiteindelijk werden samengevat in de Deltawet, die in 1957 door het parlement werd aangenomen. Er zijn een paar hoofdlijnen in dit Deltaplan te onderscheiden. Het voornaamste voorstel was de volledige afsluiting van alle zeearmen of zeegaten in het deltagebied, behalve de (economisch onmisbare) doorgang van de Westerschelde en de Nieuwe Wetering. Alle zeeweringen moesten op deltahoogte worden gebracht, dit betekent 5 meter boven NAP (bij Hoek van Holland). Bij Westerschelde en Nieuwe Wetering moesten verschillende dijken op deltahoogte worden gebracht.

De bouw

Onder leiding van de in 1956 in het leven geroepen Deltadienst werd dit grootschalige project aangepakt. Jarenlang vonden tienduizenden mensen werk bij het realiseren en meebouwen aan de Deltawerken. Nog nooit had een natie ter wereld zo zulke wijde en diepe zeegaten gedicht. De nieuwste technieken werden in de loop der jaren toegepast en verschillende innovatieve waterkeringen, sluizen en dammen gebouwd. Op chronologische volgorde volgen hier de verschillende projecten die naar aanleiding van het Deltaplan zijn voltooid: 1958 – Stormvloedkering Hollandse IJssel 1959 – Zandkreekdam 1961 – Veerse Gatdam 1965 – Grevelingendam 1970 – Volkerakdam, inclusief de Haringvlietbrug 1971 – Haringvlietdam, doorlaatbare dam i.v.m. afvoer Rijn en Maas 1972 – Brouwersdam 1983 – Markizaatskade 1986 – Stormvloedkering Oosterschelde, doorlaatbare dam 1986 – Oesterdam 1987 – Philipsdam 1987 – Bathse Spuisluis Niet deel uitmakend van het oorspronkelijke Deltaplan, maar wel onderdeel van de uiteindelijke Deltawerken: 1997 – Maeslantkering 1997 – Hartelkering

Problemen rond de Oosterschelde

Het was oorspronkelijk de bedoeling de Oosterschelde geheel af te sluiten. Hier kwam felle kritiek op door vissers en milieugroepen, wat uiteindelijk leidde tot de bouw van een zeer kostbare, doorlaatbare dam, waar allerlei nieuwe technieken op werden toegepast. In 1896 opende de Koningin deze Oosterscheldedam, waarmee officieel een einde kwam aan de uitvoering van het Deltaplan (hoewel een aantal kleinere dammen daarna nog in gereedheid werd gebracht). Beatrix sprak tijdens deze opening de historische woorden: ‘Hierbij verklaar ik Nederland veilig’.

Latere uitbreidingen

Deze woorden van de koningin werden al snel in twijfel getrokken, tonen de bouw van de ingenieuze Maeslantkering en Hartelkering, die in 1997 gereed kwamen en het dichtbevolkte Zuid-Holland Zuid (waar onder andere Rotterdam deel van uitmaakt) moeten beschermen. Tot nu toe zijn deze keringen één keer in stormconditie gesloten, op 8 november 2007. Het nieuwe Deltaplan met zijn uitgebreide, kostbare projecten dat dinsdag 16 september werd gepresenteerd, toont dat er nog veel verbeteringen zijn aan te brengen in de bescherming van Nederland tegen hoogwater. Net als in het eerste Deltaplan zal er gebruik worden gemaakt van de nieuwste technieken en ontwikkelingen, zodat Willem-Alexander wellicht over dertig jaar Nederland opnieuw veilig kan verklaren.    

Bronnen:

www.deltawerken.com, Het Deltaplan
nl.wikipedia.org, Deltawerken
www.telegraaf.nl, Miljarden voor Deltaplan
www.watersnoodmuseum.nl, het Deltaplan
www.watervragen.nl, Deltawerken

resources.huygens.knaw.nl, Veen, Johan van (1893-1959)
nl.wikipedia.org, Maeslantkering

 

Afbeelding:
Oosterscheldekering, foto door Raimond Spekking, via nl.wikipedia.org

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!