Rob

Interview met een Nederlandse Libanonveteraan

DEEL IV

Van 1979 tot 1985 waren er Nederlandse soldaten gestationeerd in Libanon als onderdeel van de VN-vredesoperatie UNIFIL. We spraken Libanonveteraan Rob van der Linden over zijn tijd in Libanon. Dit artikel is onderdeel van een artikelenreeks over de geschiedenis van Libanon. Deze kun je als extra achtergrondinformatie teruglezen, maar dat is niet nodig om dit artikel te begrijpen. (Klik hier voor het vorige deel, of begin bij Deel I)

Aanleiding voor UNIFIL

11 Maart, 1978 pleegden Palestijnse guerilla’s een terroristische aanslag op een bus bij Tel Aviv in Israël, waarbij meerdere mensen om het leven kwamen. De Palestijnse guerillia’s waren na het verliezen van de Zesdaagse Oorlog uitgeweken naar het zuiden van Libanon. In reactie op de aanslag stuurde Israël een leger van 25.000 man Libanon in. Dit leger zou drie maanden lang het zuiden van Libanon bezetten, van de grens met Israël tot aan de Litani rivier. Deze actie werd door de VN veroordeeld en Israël werd opgeroepen om het leger terug te trekken. De United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) werd gestuurd om de vrede te waarborgen. Het Israëlisch leger zou de bezette posten in Zuid-Libanon overdragen aan UNIFIL. In werkelijkheid werden ze door de Israëlieten meestal afgestaan aan het Zuid Libanon Leger (SLA), een christelijke militie onder leiding van majoor Saad Haddad. Dit was een schending van de nog maar net aangenomen VN-veiligheidsresoluties. 

Bufferzone

UNIFIL had de taak een bufferzone bij de grens van Israël te waarborgen en te zorgen dat er geen wapens of strijders de grens over kwamen. Ook Nederland deed mee aan deze missie. Van 1979 tot 1983 werd er door Nederland een bataljon geleverd genaamd Dutchbatt. Na ‘83, tot en met ‘85, werd de Nederlandse aanwezigheid teruggebracht tot een compagnie. Het zogenaamde Dutchcoy.

Machteloosheid

“We voelden ons soms wel machteloos,” vertelt Rob van der Linden, Libanonveteraan van mei 1983 tot oktober ‘83. “Je had die bufferzone’s maar de Israëlieten konden er gewoon doorheen, terwijl ze dat natuurlijk eigenlijk niet mochten. Daar kon je niks tegen beginnen. Ik kan me nog goed herinneren dat er zo’n stoet Israëlische soldaten van zo’n vijftig man met hun wagens met mitrailleurs erop langsreden. Dan kan je daar wel gaan staan met je roadblock en je hand omhoog, maarja dat heeft toch geen zin. Sommige Nederlandse wachtposten zijn ook wel beschoten, maar je mocht niet terugschieten.”


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Nederlandse vrijwilligers

Nederlandse dienstplichtigen konden zich vrijwillig opgeven voor de missie in Libanon. Uiteindelijk hebben er in totaal zo’n 8.500 Nederlandse soldaten deelgenomen van wie er negen omkwamen. “Je kreeg als dienstplichtige geloof ik iets van 3000 gulden per maand. Als 18-jarige vond ik dat, zeker in die tijd, natuurlijk heel veel geld. Ik dacht gelijk: ”Nou dat doen we!” Ik heb toen twee maanden een opleiding in Assen gevolgd en ben daarna naar Libanon vertrokken. Daar ging je dan, als 19-jarig jochie even de veiligheid waarborgen.” 

PTSS

Veel Nederlandse soldaten zouden terugkomen met het Post Traumatische Stress Syndroom (PTSS). “Er was geen nazorg. Bij terugkomst in Nederland kreeg je een briefje met een telefoonnummer erop geschreven met de boodschap, als je problemen hebt bel dan dit nummer. Dat was het. Ik had helemaal geen idee wat PTSS inhield. Niemand in mijn omgeving kende dat. Dat kwam echt pas veel later, dat daarover gesproken werd. Ik heb zelf ook wel heftige dingen meegemaakt. We zijn een keer in het donker beschoten door het Israëlische leger. Dat waren waarschuwingsschoten omdat we buiten ons gebied waren gereden. Ook heb ik een keer een pistool tegen mijn hoofd gehad van een Libanese soldaat. Die wilde even indruk maken. Gelukkig heb ik er zelf geen PTSS aan overgehouden in ieder geval niet dat ik weet. Maarja veel jongens hebben dat wel. Er waren er ook wel een paar die echt braken. Die schoten dan bijvoorbeeld hun hele geweer leeg in de barakken, tegen het dak aan; ze werden gewoon gek. Je hoefde vooraf ook geen psychologsiche test te doen, niets.”

Contact met de lokale bevolking

Het is gebruikelijk bij dergelijke vredesmissies dat de VN-soldaten zo goed mogelijk contact proberen te onderhouden met de lokale bevolking. “Dat contact was heel hecht, zeker bij de compagnie waar ik bij zat. Ik zat bij de genie, dus wij repareerden alles enzo. Wij kwamen heel vaak bij de mensen thuis, bij families. Als er iets in de badkamer gemaakt moest worden ofzo, of als de waterput verstopt zat. Het maakte niet uit. Ze schakelde onze hulp in voor van alles en nog wat. Het nadeel was, als je zo’n familie geholpen had dan werd je uitgenodigd om te komen eten. Daar hield je eigenlijk altijd diarree aan over. Ze namen het volgens mij niet zo nauw met de hygiëne. Dan zat je met z’n allen op de grond rond de barbeque en kreeg je ook dingen als koeienogen of slang. Ja, dat kon je ook niet weigeren, dat was natuurlijk onbeleefd. En je at alleen met de mannen, de vrouwen zaten achter. Dat was allemaal nog heel strikt gescheiden. De vaders vroegen wel heel vaak van ‘wat vind je van mijn dochter?’ en dat soort dingen. Die wilde natuurlijk heel graag dat hun dochter met een Nederlandse militair ging, die haar zou meenemen naar het rijke westen. Dat is ook best veel gebeurd uiteindelijk, Nederlandse jongens die naar huis gingen met een Libanese vrouw.”

Terugkomst in Nederland

De oorlog in Libanon maakte destijds weinig indruk terug in Nederland. “Bij terugkomst was men in Nederland opzich wel dankbaar, maar verder hielden mensen zich er eigenlijk helemaal niet mee bezig. Nederland heeft er ook uiteindelijk van ‘79 tot ‘85 gezeten met in totaal ongeveer 8.500 man. Dat is natuurlijk ook wel te verwaarlozen, dat snap ik wel. Maar mijn tijd in Libanon heeft wel heel veel indruk op me gemaakt. Eigenlijk als ik eraan terugdenk kan ik me iedere dag nog herinneren. Ik ben er ook heel snel volwassen geworden. Dat was wel raar bij terugkomst, toen moest ik nog een paar maanden mijn diensttijd afronden. Ik had toen nog een akkefietje met een kolonel. Mijn uniform had helemaal onderin de plunjebaal gezeten en zag er natuurlijk niet uit. De kolonel werd boos en zei "ja dit kan echt niet" en "deze krijgt straf" enzo. Toen heb ik een hele grote mond tegen die vent opgezet, waardoor hij natuurlijk helemaal woest werd. Hij zei "deze jongen komt voor de krijgsraad" en ik ging gewoon door met m’n grote mond. In Libanon had ik gewoon met kolonels en commandanten aan de bar gezeten en nu ging deze man mij ineens vertellen wat ik moest doen en wat er allemaal niet goed was. Toen duidelijk werd dat ik uit Libanon kwam en dat mijn uniform onder in die plunjebaal had gezeten is het uiteindelijk gelukkig met een sisser afgelopen. Maargoed, het was een hele memorabele tijd. Ik heb er ook vier vrienden voor het leven gemaakt. Als we elkaar zien hebben we het altijd nog wel even over onze tijd in Libanon.”

Ideologieën: 

Landen: 

Religie: 

Tijdperken: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeaus!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!