Joseph Goebbels, Minister voor Volksvoorlichting en Propaganda

Joseph Goebbels, de nazi-minister van Propaganda die tijdens de Tweede Wereldoorlog het moraal van de Duitse bevolking hoog moest houden, was zelf voortdurend op zoek naar erkenning en bevestiging. Deze conclusie trekt Peter Longerich, de auteur die voor zijn nieuwe biografie over Goebbels onder andere diens dagboeken uitgebreid heeft bestudeerd.

Paul Joseph Goebbels werd geboren op 29 oktober 1897 in het Duitse dorpje Rheydt. Van huis uit kreeg hij een streng katholieke opvoeding, maar tijdens zijn studentenperiode nam hij steeds meer afstand van zijn geloof. In 1921 promoveerde Goebbels in de literatuur, waarna hij werk vond als journalist en tevens begon aan een loopbaan als toneelschrijver en auteur. Geen enkele uitgeverij bleek echter geïnteresseerd in zijn boeken, wat bij hem tot veel frustraties leidde.

Nazi-partij

Mede als gevolg van deze persoonlijke frustraties begon Goebbels zich gedurende de jaren ’20 steeds meer te verdiepen in de politiek. In 1923 sloot hij zich aan bij de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij, met name vanwege diens socialistische ideologie. Dit resulteerde aanvankelijk in een aantal conflicten met Adolf Hitler, die liever de nadruk legde op het belang van het nationalisme.

Zo schreef Goebbels in 1926, na het verschijnen van Mein Kampf: “Ik geloof niet langer volledig in Hitler. Dat is het ergste, mijn innerlijke steun is weggenomen.” Toch groeide hij al snel uit tot één van de belangrijkste bondgenoten van Hitler en schreef hij later in zijn dagboek “Adolf Hitler, ik houd van je omdat je zowel groots als simpel tegelijkertijd bent.”

Minister van Propaganda

Goebbels onderscheidde zich met name van de andere nazi-kopstukken door zijn intelligentie en zijn achtergrond in de journalistiek. Na de machtsgreep van Hitler in 1933 werd hij dan ook benoemd tot ‘Minister voor Volksvoorlichting en Propaganda’ met als hoofdverantwoordelijkheid het verspreiden van de nazi-ideologie. Al snel bracht hij alle media- en cultuuruitingen onder staatscontrole en organiseerde hij grootschalige boekverbrandingen van ‘gevaarlijke werken’. Tevens begon Goebbels met een haatcampagne tegen de Joden, die in november 1938 uiteindelijk resulteerde in de Kristallnacht.

Tweede Wereldoorlog

Joseph Goebbels tijdens een toespraak, 1934 Joseph Goebbels tijdens een toespraak, 1934

Na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verscheen Hitler steeds minder in het openbaar, waardoor Goebbels uitgroeide tot het gezicht van de partij. Met zijn propaganda en publieke toespraken probeerde hij het moraal onder de Duitse bevolking hoog te houden. Zo riep hij na de nederlaag bij Stalingrad in 1943 op tot de ‘Totaler Krieg’, de volledige mobilisatie van de Duitse economie en samenleving voor de oorlogsbelangen.

Maar ondanks al zijn eigen propaganda realiseerde Goebbels zich in 1944 als een van de eersten dat de oorlog verloren was. Na de zelfmoord van Hitler kwam hij tot de conclusie dat hij zelf ook niet meer verder wilde leven. Op 1 mei 1945 vergiftigde hij eerst samen met zijn vrouw zijn zes kinderen, waarna hij ook zichzelf van het leven beroofde.

Dagboeken

In 2006 werden de dagboeken van Joseph Goebbels, die hij tussen 1923 en 1945 nauwkeurig bijhield, vrijgegeven. Deels op basis van deze unieke informatie heeft auteur Peter Longerich een biografie over het nazi-kopstuk geschreven. Hierin karakteriseert hij Goebbels als “een narcist, die voortdurend op zoek was naar erkenning en bevestiging”. Zo liet hij regelmatig het enthousiasme van zijn publiek, dat volgens Goebbels altijd ‘gewone Duitsers’ waren, volledig in scene zetten. Dit weerhield hem er vervolgens echter niet van om de positieve recensies, geschreven in de door hem gecontroleerde kranten, uitgebreid aan te halen in zijn eigen dagboeken.

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!