De Zeven Provinciën met een van Berkel W-A-vliegtuig erboven

Muiterij op de Zeven Provinciën

Op 4 februari 1933 gebeurde er iets waarvan veel mensen dachten dat het alleen in romans over piraten gebeurde: er brak muiterij uit op een Nederlands marineschip. De bemanning van de kruiser De Zeven Provinciën nam het schip over. Waarom muitten zij, en hoe liep de muiterij af?

De late jaren 20 waren een roerige tijd in de toenmalige kolonie Nederlands-Indië. In 1928-1929 waren er protesten en opstanden tegen de Nederlandse overheersing geweest, vooral aan de oostkust van Sumatra. Daar kwam bovenop dat de Nederlandse regering de tijdens crisis van de jaren 30 flink bezuinigde. Zo werden militaire lonen tweemaal met zo’n 5 procent verlaagd. Maar daar bleef het niet bij. De grote klap kwam toen in 1933 werd bekendgemaakt dat marinepersoneel een salariskorting van 7 procent stond te wachten.

De Zeven Provinciën

De pantserkruiser De Zeven Provinciën was onderdeel van de Nederlandse vloot bij Indië, toentertijd een Nederlandse kolonie (1816-1949). De Zeven Provinciën is niet te verwarren met het vlaggenschip van Michiel de Ruyter met dezelfde naam. De betreffende pantserkruiser is het zesde schip die de naam De Zeven Provinciën droeg.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Op 2 februari 1933 vertrok het marineschip vanaf Soerabaja om als oefening rond Sumatra te varen. De bemanningsleden bestonden uit zowel Nederlandse als Indische matrozen en officieren. Toen het schip op 3 februari voor anker ging bij Koeta Radja, nu Banda Atjeh, bereikte hen het nieuws dat de salarissen zouden worden gekort en dat er honderden matrozen in Soerabaja uit protest hun werk hadden neergelegd. Tientallen matrozen waren hiervoor gearresteerd, wat voor enorme verontwaardiging en woede zorgde onder de bemanning van De Zeven Provinciën.

Muiterij

Er werd door een groep bemanningsleden besloten om op 4 februari 1933 het schip over te nemen. Op het moment dat de commandant en een aantal officieren aan wal waren, grepen ze hun kans om wapens buit te maken en de aanwezige officieren te gijzelen. De muiters lichtten het anker, voeren de zee op en zonden een telegram uit: ‘De Zeven Provinciën tijdelijk in handen genomen door bemanning, alles gaat gewoon zijn gang, stoomen op naar Soerabaja, geen geweld in den zin, doch protest onrechtvaardige salariskorting en gevangenneming marinemannen Soerabaja, alles wel aan boord. Bemanning.’ Daarna kwam er een toevoeging: ‘Absoluut geen communistische neiging.’ Het is tot op de dag van vandaag niet geheel duidelijk uit wie de groep muiters bestond, wie de leiding had, en of dit Nederlandse of Indische bemanningsleden waren. Maar er deden toentertijd vele theorieën de ronde, die grote gevolgen zouden hebben. 

Reacties in Nederland

De muiterij werd in eerste instantie door linkse politici gesteund. Zo riep de sociaal-democratische Jacques de Kadt matrozen en soldaten op om zich achter de muiterij te scharen. Ook Henk Sneevliet, van de Revolutionaire Socialistische Partij, juichte de muiterij toe. Beiden werden later voor deze uitspraken gearresteerd.

Maar rechtse politici veroordeelden de muiterij ten strengste. Hoewel in de telegrammen duidelijk werd gesteld dat de muiters ‘absoluut geen communistische neiging’ hadden, was men bang dat de muiterij een communistische revolutie zou kunnen ontketenen, al was het maar doordat eventuele revolutionairen geïnspireerd zouden raken. Op 6 februari plaatste de liberale krant Het Vaderland een interview met Hendrik Colijn, de leider van de Anti-Revolutionaire Partij. Daarin zegt hij: "De hoofdzaak is dat er een klaar geval van muiterij is, dat die muiterij moet worden onderdrukt, zoo nodig door het schip met een torpedo naar de bodem van de Oceaan te zenden".

Ook andere politici waren bang voor een revolutie. Op 7 februari zei Laurentius Deckers, minister van Defensie (Rooms-Katholieke Staatspartij), in de Tweede Kamer dat de muiterij een misdrijf was dat niet kon worden getolereerd. Zo wilde hij ‘ingrijpende maatregelen’ nemen ‘tegen verderfelijke invloeden, die de geesten hebben rijp gemaakt tot aanranding van het gezag door landsdienaren, die vrijwillig den plicht op zich hebben genomen, dat gezag te dienen’. 

Gebombardeerd

Het kabinet Ruijs de Beerenbrouck III besloot uiteindelijk tot het beëindigen van de muiterij. Op 10 februari werd er vanaf een Dornier-Wall-vliegboot een bom op het voorschip van de De Zeven Provinciën gegooid. Hierbij vielen er in totaal 24 doden en zo’n 21 gewonden. De marineleiding had echter de opdracht gegeven tot een waarschuwingsschot voor de boeg van het schip. Al zou later ook verteld worden dat de piloot in het geheim de opdracht had gekregen om wél raak te gooien.  Na het bombardement gaven de muiters zich over. De muiters werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van een paar maanden tot 18 jaar.

Nasleep

De sociaaldemocraten kregen de schuld voor de muiterij. Zelf begaven zij zich in een lastige positie, zo stonden zij niet achter het bombardement, maar ook niet achter de muiterij. Toch werd er hard tegen hen opgetreden. Zo mochten militairen niet langer lid zijn van de VARA, de NVV en de SDAP, voorloper van de PvdA, en mochten ze de Arbeiderspers niet meer lezen. Datzelfde jaar werd een ambtenarenverbod ingesteld, waarin overheidspersoneel geen lid mocht zijn van groeperingen die tegen het Nederlandse regeringsstelsel waren. De SDAP probeerde zich op haar beurt zo veel mogelijk van eventuele revolutionaire bewegingen te distantiëren.

Bronnen

Blom, J.C.H., De muiterij op de Zeven Provinciën, reacties en gevolgen in Nederland.

Trouw

Historisch Nieuwsblad

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!