Kaart van Atlantis

Mythe van Atlantis

Een groep wetenschappers van de Schotse University of St. Andrews zou in 2012 de locatie van het ‘Britse Atlantis’ hebben gevonden. In de Noordzee ontdekten zij het zogeheten ‘Doggerland’, een groot stuk bewoond gebied dat tussen 18.000 en 5.500 voor Christus langzaam onder water verdween. De vondst doet denken aan het verhaal van de ‘verzonken stad’ Atlantis, een mythe die ontstond in de oudheid.

De wereldkaarten van de oudheid stonden over het algemeen vol met allerlei spookeilanden en niet-bestaande continenten. Er was namelijk nog maar weinig informatie over de wereld buiten Europa, en dus lieten cartografen vaak hun fantasie los op deze onbekende streken. Anderen, zoals Hecateus, hielden zich uitsluitend bij het bekende en besloten de rest niet af te beelden, wat resulteerde in een opmerkelijk wereldbeeld.

Plato

De mythe van de verzonken stad van Atlantis vond zijn oorsprong echter niet op een landkaart, maar in een geschrift van de filosoof Plato. In zijn werk Timaeus vertelt het personage Critias namelijk over ‘een machtige staat, groter dan Libië en Azië bij elkaar en gelegen net buiten de Zuilen van Hercules (Straat van Gibraltar)’. Plato schreef verder dat op het hele paradijselijke eiland een overvloed aan dieren leefde, waardoor er nooit sprake was van voedselschaarste. De bevolking van Atlantis was dan ook talrijk en zij leefden allemaal in weelde.

Ondergang van Atlantis

Ongeveer 9.000 jaar voor zijn geboorte brak er een oorlog uit tussen de inwoners van Atlantis en de Europeanen, zo stelt het personage Critias. Ondanks hun gigantische omvang werden de legers van Atlantis uiteindelijk toch verslagen, met name dankzij de inwoners van Athene. Vervolgens werd het eiland van Atlantis getroffen door aardbevingen en stormvloeden. Zo schrijft Plato: “Atlantis werd in een nacht opgeslokt door de zee, waarna de oceaan op dit punt onbegaanbaar werd, zodat de resten nooit meer terug gevonden konden worden.”

Mythe van Atlantis

Verscheidene historici en filosofen uit de oudheid, waaronder Crantor, Strabo en Posidinius, lijken vervolgens echt geloofd te hebben dat Atlantis ooit bestond. Anderen waren er echter van overtuigd dat het mythische rijk simpelweg een verzinsel van Plato was. Zo schreef de historicus Theopompus over het land van ‘Meropis’, met tien miljoen inwoners die allemaal twee keer zo groot waren als normale mensen. Aanvankelijk waren de Meropiden van plan om de oceaan over te steken en de Hyperborea te veroveren, maar zij zagen hier vanaf toen ze ontdekten dat het volk van de Hyperborea het ‘het meeste geluk op aarde’ had. Hiermee stak Theopompus duidelijk de draak met Plato en diens voorliefde voor Athene.

Britse Atlantis

Sinds de oudheid is er vervolgens nog veel gezocht naar- en geschreven over Atlantis. Zo beweerde de Engelse filosoof Francis Bacon dat het mythische eiland voor de kust van Amerika lag, terwijl de Zweedse geleerde Olaus Rudbeck in zijn werk ‘Atland’ juist beweerde dat Zweden ooit Atlantis was. In tegenstelling tot al deze filosofen waren de wetenschappers van de Schotse University of St. Andrews juist niet op zoek naar Atlantis. Toch ontdekten zij Doggersland, een onderwatergebied dat aardig wat weg heeft van het mythische rijk. Evenals Atlantis was Doggerland vroeger namelijk bewoond, tot dat het tussen de 18.000 en 5.500 jaar geleden volledig opgeslokt werd door de zee.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!