KNIL-soldaten in het landschap van Nederlands-Indië

Oprichting van het KNIL

Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) bestond officieel van 1814 tot 1950. Het leger viel, in tegenstelling tot de Koninklijke Landmacht, niet onder het Ministerie van Oorlog. Het was een onafhankelijke krijgsmacht waar het Ministerie van Koloniën verantwoordelijk voor was. Hoe verliep de oprichting van KNIL?

Al vanaf de oprichting in 1602 had de VOC een mandaat om niet alleen te handelen, maar ook politiek en militair op te treden. En daar maakte de VOC volop gebruik van, ze verdedigden en veroverde haar handelsbelangen soms met grof geweld. Daar had de VOC veel soldaten voor nodig. Rond 1700 was van de 20.000 mensen die voor de VOC in Azië werkten de helft soldaat.

Aan het einde van de 18e eeuw en begin 19e eeuw ontstond een chaotische situatie in Indië. De VOC werd ontbonden en de bezittingen gingen over naar de Bataafse Republiek. Maar door de trage communicatie met Den Haag had de Bataafse Republiek maar weinig invloed op haar eigen kolonie. Bestuurders konden daardoor lang hun eigen gang gaan. Daar kwam een eind aan in 1811, toen de Engelsen Java veroverden. Die voerden veel veranderingen door, maar met het Verdrag van Londen in 1814, moesten zij de veroverde gebieden weer overdragen aan Nederland.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Oprichting KNIL

Na het verdrag met Engeland werd Nederlands-Indië een kolonie van Nederland. De nog aanwezige soldaten in Indië vormden in eerste instantie Nederlands-Indisch Leger dat moest zorgen dat alle gebieden weer onder Nederlands gezag kwamen. In eerste instantie was de strijdmacht onderdeel van het Nederlandse leger, aangevuld met soldaten die gerekruteerd werden in Nederlands-Indië. Maar in de jaren 1820-1830 ontwikkelde het Nederlands-Indisch Leger zich tot een zelfstandige krijgsmacht. Mede dankzij de lange reeks kleinere expedities en missies waarmee het Nederlands-Indisch Leger ervoor zorgde dat de Indische gebieden een échte kolonie werden. Hoewel het ging om op het oog kleine expedities, was de strijd vrijwel altijd bloedig en waren aan de verliezen aan beide zijden hoog. Het Nederlands-Indisch Leger wist zich nauwelijks raad met de verrassingsaanvallen van bijvoorbeeld de Molukse verzetsleider Pattimura en viel daarom terug op een vorm van economische oorlogsvoering: boomgaarden, akkers en zelfs dorpen in opstandige regio’s werden zonder pardon vernietigd, in een poging de opstandelingen economisch op de knieën te dwingen.

Java-oorlog

Het eerste grote conflict waar het Nederlands-Indisch leger mee te maken kreeg was de Java-oorlog. Op het eiland Java had Nederland al volledig de controle over het gebied rond Batavia, het huidige Jakarta. Maar er waren een aantal vorstendommen op het eiland die nog niet onder Nederlands bestuur vielen. Het gebied van die vorstendommen werd steeds kleiner waardoor zij in opstand kwamen.

In de vijf jaar durende oorlog die volgde, kwamen naar schatting zo’n 200.000 Javanen om. In het koloniale leger kwamen ongeveer 8.000 Nederlandse en Europese huursoldaten om, veelal door ziektes. Daarnaast verloor het Nederlands-Indisch leger nog zo’n 7.000 soldaten die in Nederlands-Indië gerekruteerd waren. Zij kwamen vooral om op het slagveld. Het Nederlands-Indisch leger had moeite om aan geschikt personeel te komen om oorlog te voeren en riep daardoor de hulp in van huursoldaten uit de Indische Archipel maar ook uit andere delen van de wereld. De Java-oorlog eindigde uiteindelijk in een overwinning voor het Nederlands-Indisch Leger.

Van Nederlands-Indisch Leger tot KNIL

Hoewel de oorlog dus een succes was voor de Nederlandse koloniale machthebbers, waren er ook veel problemen aan het licht gekomen. De nieuwe gouverneur-generaal Johannes van den Bosch die in 1830 werd aangesteld, besloot het Nederlands Indisch Leger daarom flink te hervormen. De eerste stap die hij zette was de koloniale krijgsmacht formeel scheiden van het Nederlandse leger. Dat werd het Oost-Indische Leger dat in een officieel besluit in 1830 werd opgericht. In 1836 werd het Oost-Indische leger ‘koninklijk’ verklaard, al werd die koninklijke status pas in 1933 door Minister van Koloniën Colijn helemaal bekrachtigd. Pas toen kreeg het koloniale leger de naam waarmee het nog altijd bekend staat: KNIL.

Rekrutering

Op papier bestond het KNIL in 1830 uit ongeveer 13.500 man en kon met lokale strijdgroepen nog worden uitgebreid tot 22.000 man. Het grootste deel van de 640 officieren in dienst was Europees, terwijl van de onderofficieren en gewone manschappen veruit de meesten juist uit de lokale bevolking werden gerekruteerd.  

Het vinden van geschikt personeel zou voor het KNIL echter een lastige opgave blijven. Zowel in Nederland, als in Indië zelf. In het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk werden soldaten geworven uit onder meer Duitsland, Zwitserland en de Verenigde Staten. Maar ook in Afrika werd gerekruteerd waardoor soldaten uit Ghana en Burkina Faso zich voegden bij het KNIL. En de rekrutering in Nederlands-Indië speelde in grote rol. Hier werden Javanen en Molukkers opgeleid om deel te nemen aan het koloniale leger. Dat zou later nog voor spanningen zorgen aangezien deze soldaten aan Nederlandse kant vochten, soms tegen hun ‘eigen’ bevolking.

Voor welke spanningen zorgde de samenwerking tussen de KNIL-leiding en de gerekruteerde soldaten uit de kolonie? In Geschiedenis Magazine 8 van 2021 kijkt Petra Groen naar de verdeeldheid binnen het KNIL in de 19e eeuw en de relatie tussen de legerleiding en de rekruten van het KNIL.

Bronnen:

Ook interessant: 

Landen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.