Avercamp

Schaatsfascinatie van ‘De Stomme van Kampen’

Zoals elke winter bindt het gros van de Nederlanders ook deze winter bij luttele centimeters natuurijs weer enthousiast de ijzers onder. De fascinatie van Nederlanders voor ijspret, die nog het meest tot uiting komt in het traditiegetrouw speculeren over de Elfstedentocht, blijkt onvermoeibaar. Deze voorliefde werd gedeeld door de 17e-eeuwse kunstschilder Hendrick Avercamp, die het winterse vertier tot onderwerp van zijn schilderingen maakte.

Hendrick Avercamp werd geboren op 25 januari 1585 in Amsterdam. Hij groeide op in Kampen, waar zijn vader eigenaar was van een apotheek. Vanaf zijn geboorte was Avercamp doofstom, wat hem in zijn woonplaats al snel de bijnaam ‘De Stomme van Kampen’ opleverde. Van zijn moeder leerde hij schrijven, en toen Avercamp twaalf jaar was kreeg hij zijn eerste tekenlessen.

Liefde voor het winterlandschap

De periode rond 1600 vormde een van de hoogtepunten van de zogenaamde Kleine IJstijd, die werd getypeerd door koele zomers en lange, strenge winters met veel sneeuw en ijs. In dit klimaat groeide de jonge Avercamp op. Aan het einde van de 16e eeuw werd schaatsen bovendien in toenemende mate populair onder de Nederlandse bevolking, terwijl dit voorheen vooral een bezigheid voor de elite was. Van jongs af aan maakte ook Avercamp veel schaatstochtjes over dichtgevroren grachten en plassen, waarbij zijn liefde voor het winterlandschap werd geboren. De ‘Stomme van Kampen’ voelde zich thuis op en rondom het ijs, en haalde veel inspiratie uit het fraaie natuurschoon en de vrolijke bedrijvigheid.

Schilderen van winterse taferelen

Na het overlijden van zijn tekenleraar verkaste Avercamp op achttienjarige leeftijd naar Amsterdam, waar hij bij een oom van zijn moeder ging wonen. Daar legde hij zich onder begeleiding van David Vinckboons, Pieter Isaackz en Gilles van Coninxloo toe op de schilderkunst. Het schilderen was voor de doofstomme Avercamp de ideale manier om zijn gevoelens te uiten. Op basis van de schetsen die hij winters in de buitenlucht maakte, specialiseerde hij zich in het schilderen van winterse schaatstaferelen. In zijn vroegste werken verwerkte hij veel anekdotische en grappige elementen, zoals wildplassende figuren. Alledaagse taferelen en ijspret stonden altijd centraal.

Pieter Brueghel de Oude

Veel van Avercamps schilderijen waren rond van vorm en werden gekenmerkt door een hoge horizon, waaronder sfeervolle taferelen waren uitgebeeld. Zij pasten in de Vlaamse schildertraditie en vertoonden de nodige overeenkomsten met het kleurrijke werk van de Brabantse kunstschilder Pieter Brueghel de Oude (1525-1569). Brueghel was de eerste Nederlandse schilder die een schaatstafereel had vertaald naar het schilderdoek, met zijn ‘De Terugkeer der Jagers’ uit 1565. Het genre dat hij hiermee introduceerde werd dankzij Avercamp erg populair tijdens de Gouden Eeuw. Schilders zoals Jan van Goyen, Aart van der Neer en zijn eigen neef Barend Avercamp traden in zijn voetsporen.

Laatste levensjaren

In 1614 keerde Avercamp terug naar Kampen, waar hij de laatste twintig jaar van zijn leven voornamelijk schilderend doorbracht. Hoewel hij tijdens zijn schilderloopbaan ook vee- en zeegezichten toevoegde aan zijn oeuvre, genoten winterlandschappen altijd zijn voorkeur. Hendrick Avercamp overleed op 15 mei 1634. Van zijn werk zijn nog ongeveer honderd schilderijen bewaard gebleven, die onder meer te bewonderen zijn in het Rijksmuseum in Amsterdam, het Mauritshuis in Den Haag en het Boijmans van Beuningen in Rotterdam.

Leestip:

 De Caeskopers – Een Zaanse koopmansfamilie in de Gouden Eeuw
Auteur: Bert Koene
Uitgever: Verloren
ISBN: 9789087042172
Winkelprijs: €29,–

 

Bestel De Caeskopers

 

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!