Tolprivilege staat aan begin van Amsterdamse geschiedenis

Burgemeester Eberhard van der Laan onthult op 26 oktober het Tolprivilege, het oudste document van de stad Amsterdam. Van 27 tot en met 30 oktober kan het publiek het document bekijken in de vernieuwde Schatkamer van het Stadsarchief. Het stuk uit 1275 bevat de eerste vermelding van de naam Amsterdam. De hoofdstad viert daarom op 27 oktober zijn 736-jarig bestaan.

Op 27 oktober 1275 stelde graaf Floris V de Amsterdammers officieel vrij van tolrechten. Daarmee kregen de Amsterdammers, die vooral leefden van de visserij, de handel en de scheepvaart, vrije doorvaart door het graafschap Holland. Floris V, de graaf van Holland en Zeeland, wilde hiermee niet alleen de handel in zijn gebied stimuleren, maar ook de bewoners van Amsterdam meer aan zich binden. Aemstelledam, zoals de nederzetting toen heette, lag in het Amstelland, en werd bestuurd door de heren van Amstel, die het gebied namens de bisschop van Utrecht bestuurden. Met het toekennen van het tolprivilege probeerde Floris dus de Hollandse invloed in het Amstelland te vergroten.

Handelsnederzetting

Rond het jaar duizend was het gebied waar nu Amsterdam ligt vooral moeras. Vanuit Utrecht begon men in die tijd met de ontginning van het gebied. Door het graven van afwateringskanalen ontstond landbouwgrond, waar kleine boerengemeenschappen op konden leven. In de 13e eeuw werden dijken aangelegd die het gebied moesten beschermen tegen het water van de Zuiderzee en het IJ.

Rond 1250 werd in de monding van de Amstel een dam gebouwd. Daar komt de naam Amsterdam vandaan. Ook werd een haven aangelegd. Aemstelledam werd zo een handelsnederzetting waar goederen van overzee overgeladen konden worden, om dan via de binnenwateren verder het land in te worden getransporteerd. Hierdoor zou Amsterdam in de 16e en 17e eeuw uitgroeien tot de belangrijkste haven van Europa.

Utrecht blijft voorlopig de baas

De pogingen van Floris V om Amsterdam bij Holland te trekken mislukten. In de jaren '90 van de 13e eeuw kwam hij in conflict met de graaf van Vlaanderen en de koning van Engeland vanwege de wolhandel. Deze rivalen hadden weinig moeite om de vijanden van de Hollandse graaf, waaronder de Heer van Amstel, Gijsbrecht IV (1230-1303), voor zich te winnen.

In 1296 werd Floris ontvoerd en vermoord. Daarmee werd de Hollandse invloed op Amsterdam (tijdelijk) tegengehouden. Enkele jaren later, kort na 1300, verleende de bisschop van Utrecht Amsterdam stadsrechten, waaruit blijkt dat Utrecht het in die periode weer voor het zeggen had in Amstelland. Pas toen in 1317 bisschop Gwijde van Avesnes (1253-1317) overleed, erfde graaf Willem III van Holland het gebied rond Amsterdam. Daarmee werd de stad definitief Hollands.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!