Venusovergang hielp bij schatten grootte zonnestelsel

Venus staat al voor de zon als die opkomt, dus je moet er vroeg bij zijn

Woensdagochtend is een zogenaamde Venusovergang te zien. De planeet Venus zal dan voor de zon langs bewegen, wat zorgt voor een gedeeltelijke eclips. Dit zeldzame verschijnsel werd tussen de 17e en de 19e eeuw door verschillende wetenschappers gebruikt om te kunnen schatten hoe groot ons zonnestelsel is.

Johannes Kepler was een Duitse astronoom. Hij wilde onderzoeken hoe groot ons zonnestelsel was. Kepler berekende in 1619 dat de planeet Venus 30 procent dichterbij de zon stond dan de aarde. Hij wist echter niet te achterhalen hoe ver de zon van de aarde stond. Wel had Kepler berekend hoe de andere planeten om de zon heen draaiden. Op basis van deze berekeningen voorspelde en aanschouwde Jeremiah Horrocks in 1639 een Venusovergang, en werd daarmee de eerste mens in de geschreven geschiedenis die dat deed. Volgens de berekeningen van Kepler kwam de Venusovergang maar één keer per eeuw voor. De afstand tussen de zon en de aarde en de grootte van ons zonnestelsel was nog niet bekend.

In 1719 stelde Edmund Halley dat de afstand naar de zon berekend kon worden door het gebruik van parallax. Dit is het verschijnsel dat de schijnbare positie van een voorwerp ten opzichte van een ander voorwerp en/of de achtergrond varieert als men het vanuit verschillende posities bekijkt. Halley stelde dat Venus het beste in de berekening kon worden gebruikt, omdat deze planeet relatief dichtbij de aarde staat. De kans om deze berekening uit te voeren kwam in 1769, toen Venus voor de zon langs gleed. Het was van belang dat astronomen de exacte punten waarnamen waarop Venus de randen van de zon ‘aanraakte’. Dit mislukte echter omdat het silhouet op het laatste moment leek samen te smelten met het zwart van de hemel.

In 1874 reisde een expeditie van astronomen af naar Hawaii om de Venusovergang te kunnen aanschouwen. Het eiland was wat dat betreft gunstig gelegen, omdat er vrijwel niets in het zicht van de astronomen kon komen en omdat de equatoriale ligging van het eiland zorgde voor een goed zicht op de baan van Venus. Deze keer slaagde het onderzoek wel. Door middel van de parallax techniek werd berekend dat de afstand tussen de zon en de aarde 149.59 miljoen kilometer bedroeg. Met deze getallen konden de andere afstanden in het zonnestelsel worden berekend. Zo bleek dat de verste planeet, Pluto, 3,7 miljard kilometer van de zon staat.

Woensdag zal de Venusovergang, die hielp bij deze berekeningen, weer te zien zijn. De daaropvolgende keer dat dit zich voordoet, is in 2117.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!