Ontkerkelijking en ontzuiling in Nederland

Verzuiling: zo vervaagden de grenzen

Kardinaal Wim Eijk zei in 2012 ontkerkelijking te accepteren en sprak over “een tijd die we geduldig moeten doormaken.” De ontkerkelijking van Nederland begon in de jaren ’60 en viel samen met de ontzuiling. Hoe vervaagden de grenzen tussen de zuilen?

De verzuiling ontstond aan het eind van de 19e eeuw. Een belangrijke speler bij het ontstaan van deze verzuiling was Abraham Kuyper (1837-1920). Hij was de drijvende kracht achter de organisatie van de protestanten. Kuyper streefde naar ‘soevereiniteit in eigen kring’. Het protestantse volksdeel zou zich terug moeten trekken om zo binnen eigen kring op geheel christelijke wijze te kunnen leven. Kuyper wilde een protestantse politieke partij, een protestantse krant en protestantse scholen. Katholieken volgden dit voorbeeld en ook liberalen en socialisten richtten hun eigen organisaties op. Nederland werd een verzuilde maatschappij, waarin naar de kerk gaan voor het katholieke en protestantse volksdeel vanzelfsprekend was.

Schoolstrijd

In 1857 werd een nieuwe onderwijswet ingevoerd waarin stond dat de overheid alleen religieus neutrale scholen zou financieren. Christelijke scholen waren wel toegestaan, maar zij ontvingen geen subsidie van de overheid. Kuyper verzette zich hiertegen. Samen met katholieken streed hij er vanaf de jaren ‘70 van de 19e eeuw voor dat ook protestantse en katholieke scholen gefinancierd zouden worden door de overheid. Deze strijd staat bekend als ‘de schoolstrijd’. In 1917 kwam er officieel een einde aan de schoolstrijd. Toen werd in de grondwet vastgelegd dat iedereen onder bepaalde voorwaarden een school mocht oprichten op kosten van de staat.


Titel: The Dutch and their gods - Secularization and transformation of religion in the Netherlands since 1950
Auteur: Erik Sengers
ISBN: 9789065508676
Uitgever: Verloren
Prijs: €29,-

   


 

Hokjesgeest

In 1939 hield Koningin Wilhelmina een radiorede waarin zij zich uitsprak tegen de hokjesgeest. Maar de verzuilde organisaties bleken taai en ook na de Tweede Wereldoorlog bleef Nederland verzuild, al werden er wel pogingen gedaan om de zuilen te doorbreken. Zo hief de Sociaal-democratische Arbeiderspartij (SDAP) zich in 1946 op en werd in plaats daarvan de Partij van de Arbeid (PvdA) opgericht, die zich nadrukkelijk openstelde voor alle godsdienstige overtuigingen. Maar uit de eerste naoorlogse verkiezingen bleek dat de meeste kiezers hun zuil trouw bleven. De Katholieke Volkspartij (KVP), voorheen de Rooms-Katholieke Staatspartij, won zelfs meer stemmen dan in 1937. Maar daar kwam halverwege de jaren ’50 verandering in. Hoewel de verzuiling tot in de jaren ‘60 bleef bestaan en de verzuilingsgraad in de jaren ’50 zelfs toenam, begonnen leidinggevenden tussen het niveau van de directeuren en de medewerkers binnen de zuilen steeds meer afstand van de traditionele opvattingen te nemen. Overal ontstonden groepen die niet meer uitgingen van de verzuilde normen. Nozems waren hiervan een voorbeeld.

Culturele revolutie

In de jaren ‘60 vond een culturele revolutie plaats, waardoor de verzuilde normen nog meer vervaagden. De levensstijl van mensen veranderde radicaal. Door een stijging van het reële inkomen ontstond een consumptiemaatschappij, het gemiddelde opleidingsniveau werd hoger en de verzorgingsstaat werd meer uitgebreid. Bovendien veranderden de normen en waarden van mensen. Vooral jongeren wilden zich losmaken van bestaande gedragsvoorschriften op het gebied van seksualiteit, het gezinsleven en gezagsverhoudingen. De tijd van Flower Power betekende voor velen een breuk met de traditionele normen en waarden. 

Ontzuiling

Christelijke normen en waarden kwamen onder andere door de vrijere seksuele moraal in het gedrang. Ook de moderne wetenschappen brachten de christelijke ideologieën in het nauw. De christelijke zuilen, net als de liberale en socialistische, brokkelden steeds meer af. Verschillende instanties verbonden zich niet langer aan religie, zoals de Volkskrant die zich in 1966 losmaakte van de katholieke vakbeweging. Vanaf het eind van de jaren ‘60 vond naast afbrokkeling van de zuilen ook een snelle secularisering plaats. De ontbinding van de zuilen ging hand in hand met de ontkerkelijking. In 1966 werd de politieke partij D'66 opgericht. Een van de reden van de oprichting van de partij was omdat de oude ideologieën niet meer pasten bij de politieke werkelijkheid.

Ook onder aanhangers van religies vond een afbrokkeling van het geloof plaats. In 1966 vond een geruchtmakend onderzoek plaats: God in Nederland, dat werd gehouden onder de Christelijke gezindten in Nederland. Daaruit bleek dat het beeld van God als een persoon vooral onder katholieken steeds verder afbrokkelde. Zij geloofden nog wel in een ‘hogere macht’, maar het beeld van God als een persoon, verdween. Dat het rommelde binnen de katholieke kerk bleek nog veel meer toen in het roerige jaar 1968 ook nog eens veel Nederlandse katholieken openlijk protesteerden tegen de huwelijksmoraal die vanuit Rome in dat jaar werd verkondigd.

Toename ontkerkelijking

Na voltooiing van de ontzuiling in de jaren ’70 bleef de ontkerkelijking toenemen. In 1980 rekende volgens het CBS 26 procent van de volwassenen zich niet tot een kerkelijke gezindte. In 2014 was dat 49 procent. De verwachting van het SCP is dat 72 procent van de Nederlanders in 2020 niet verbonden is met een religie. In 2018 bracht het CBS naar buiten dat in 2017 nog slechts 49,3 procent van de Nederlanders zichzelf tot een kerkelijke gemeenschap rekende. Daarmee was voor het eerst dat een minderheid van de Nederlanders zichzelf religieus vindt. 

Bronnen

Aerts, R., P. de Rooy, e.a., Land van kleine gebaren (Nijmegen 1999)
Vuisje, H., Honderd jaar Nederland 1900-2000 (1999)

d66.nl D66
isgeschiedenis.nl Verzuiling jaren 30
isgeschiedenis.nl Geschiedenis Volkskrant
isgeschiedenis.nl Nozems
isgeschiedenis.nl Wilhelmina
isgeschiedenis.nl Schoolstrijd
isgeschiedenis.nl Oprichting D66

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!