Willem ‘vadertje’ Drees: Premier van de wederopbouw

Als Willem Drees op 7 augustus 1948 aantreedt als premier staat Nederland er als gevolg van de Tweede Wereldoorlog economisch slecht voor. Onder zijn leiding begint men echter met de wederopbouw en wordt de basis gelegd voor de moderne Nederlandse sociale-welvaartsstaat. Hij kwam hierdoor ook wel bekend te staan als ‘Vadertje Drees’, de premier van de wederopbouw.

Willem Drees werd geboren op 5 juli 1886 te Amsterdam. Hij was de zoon van Anna van Dobbenburgh en Johannes Drees, een bankbediende bij de Twentsche Bank. Toen Willem vijf jaar oud was overleed zijn vader, waardoor zijn moeder en de rest van het gezin afhankelijk werden van de financiële steun van een rijke oom. Op diens kosten studeerde Drees van 1898 tot 1901 aan de Hoogere Burger School te Amsterdam. Naar eigen zeggen ontstond in deze periode een 'ontwakende drang naar strijd tegen onrecht in het algemeen’.

Sociaal-Democratische Arbeiderspartij

In december 1902 was Drees in Amsterdam getuige van de verkiezingsoverwinning van Pieter Jelles Troelstra (SDAP), de politicus die uit zou groeien tot zijn grote idool. Twee jaar later schreef Drees zich dan ook in als lid van de SDAP. Tevens behaalde hij in 1904 zijn diploma boekhouden en vond hij een baan bij de Twentsche Bank, de voormalig werkgever van zijn vader. In 1906 werd hij vervolgens beroepsstenograaf, achtereenvolgens bij de gemeente Amsterdam en de Staten-Generaal. Vier jaar later trouwde Drees met lerares Catharina Hent, met wie hij vier kinderen kreeg, waaronder de latere politicus Willem Drees jr.

Politieke loopbaan

In 1910 begon Drees aan zijn politieke loopbaan met zijn benoeming als voorzitter van de SDAP in Den Haag. In die hoedanigheid maakte hij tussen 1913 en 1941 deel uit van de gemeenteraad van die stad, onder meer als wethouder van Sociale Zaken (1919-1931) en wethouder van Financiën (1931-1933). Mede dankzij het vermogen om 'de dingen tot hun kern te herleiden’ groeide Drees uit tot een succesvol politicus en werd hij in 1933 opgenomen in de Tweede Kamerfractie van de SDAP.

Als Kamerlid werkte hij onder meer mee aan de opstelling van het Plan van de Arbeid, bedoeld om Nederland uit de crisis van de jaren ’30 te trekken. De uitbraak van de Tweede Wereldoorlog resulteerde echter in een onderbreking van zijn loopbaan, want in 1940 en 1941 werd hij door de Duitsers gevangen gehouden op Kamp Buchenwald.

Partij van de Arbeid

Na zijn vrijlating in 1942 groeide Drees uit tot een van de belangrijkste figuren binnen het Nederlandse politieke verzet. Zo was hij voorzitter van het Politiek Convent, een illegaal overlegorgaan dat de Nederlandse regering in Londen adviseerde. In 1944 werd hij opgenomen in het College van Vertrouwensmannen, dat na de bevrijding tijdelijk op zou treden als vertegenwoordiger van de regering in ballingschap. In juni 1945 kreeg hij van de koningin opdracht een noodregering op te zetten, wat resulteerde in het kabinet Schermerhorn-Drees. Ondertussen was Drees ook betrokken bij de fusiegesprekken die in 1946 resulteerden in de oprichting van de Partij van de Arbeid (PvdA).

Vadertje Drees

Tussen 7 augustus 1948 en 22 december 1958 was Willem Drees verdeeld over vier verschillende kabinetten maar liefst tien jaar lang minister-president van Nederland. In deze periode werd hij onder meer geconfronteerd met de problematische wederopbouw van de economie na de Tweede Wereldoorlog. Onder zijn leiding vroeg Nederland Marshallhulp aan bij de Amerikanen, dat onder meer ingezet werd voor de stimulering van de export en het oplossen van de woningnood. Daarnaast stemde de premier in met toetreding tot de NAVO en kreeg hij in 1956 te maken met de Greet Hofmans affaire.

Drees werd echter veruit het meest bekend als de oprichter van de moderne Nederlandse verzorgingsstaat, een politiek die hem de liefkozende bijnaam ‘Vadertje Drees’ opleverde. Zo zorgde zijn kabinet voor de introductie van de eerste Werkeloosheidswet en stond Drees persoonlijk aan de basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Ondanks zijn grote voorkeur voor het sluiten van compromissen kon Drees soms ook zeer halsstarrig zijn. Zo verzette hij zich fel tegen de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië, een periode die hij later zelf omschreef als ‘vier jaar nachtmerrie’.

Minister van Staat

Na zijn aftreden als premier op 22 december 1958 werd Drees benoemd tot Minister van Staat. Hij bleef nog lange tijd betrokken bij de politieke koers van de PvdA, maar besloot in 1971 zijn lidmaatschap op te zeggen uit onvrede over de te linkse koers van de partij. De oud-premier bleef de rest van zijn leven partijloos. Willem Drees overleed op 14 mei 1988 op 101-jarige leeftijd. In 2004 eindigde hij op de derde plaats bij de verkiezing van ‘De grootste Nederlander’.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!