Geschiedenis van de woningnood

Woningnood, al een eeuw een probleem

Van lange wachtlijsten voor huurwoningen, tot onbetaalbare koopwoningen. Wie een eigen huis wil, staat in Nederland voor een forse uitdaging. Er is woningnood. Maar hoe nieuw is woningnood eigenlijk?

19e eeuw en urbanisatie

Woningnood werd een probleem in de loop van de 19e eeuw. Ondanks dat Nederland niet zo snel industrialiseerde als andere landen in Europa, was er wel sprake van urbanisatie. Veel Nederlanders verlieten het platteland en gingen wonen in de stad, vaak in de hoop op een beter leven. Deze trek naar de stad was van grote omvang, maar de woningbouw bleef achter. De overheid deed niets om dit groeiende probleem op te lossen: ieder moest voor zichzelf maar een oplossing voor vinden. Het probleem werd versterkt doordat in stadscentra veel woningen niet gebouwd werden, maar juist gesloopt, om ruimte te maken voor kantoren. Dit leidde tot torenhoge huren. In combinatie met lage lonen en hoge werkloosheid bleek dit een formule voor erbarmelijke leefomstandigheden.

De Woningwet (1901)

De slechte leefomstandigheden leidden tot groeiend verzet. Woningbouw en woningnood werden steeds meer gezien als collectieve in plaats van individuele aangelegenheden. In 1852 richtten enkele Amsterdammers daarom de eerste woningbouwvereniging van Nederland op: de Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse. Een succesvol initiatief, want een jaar later waren al 18 tweekamerwoningen met moderne voorzieningen klaar voor de verkoop. Door heel Nederland volgden meer woningbouwverenigingen. Ondanks dat een deel van het probleem hierdoor werd opgelost, waren de nieuw gebouwde woningen niet toereikend. Het duurde echter nog tot de 20e eeuw totdat de overheid zich echt door middel van wetten met de volkshuisvesting ging bemoeien. Dit kwam onder andere doordat de Nederlandse overheid een traditie kende van liberale ‘laissez-faire’ politiek. Deze vorm van politiek bedrijven werd tegen het eind van de 19e eeuw minder populair. In 1898 werd nieuwe sociale wetgeving aangekondigd die de grondslag zou leggen voor de Nederlandse verzorgingsstaat. De overheid ging vanaf toen meer taken op zich nemen, waaronder volkshuisvesting. Dit werd gerealiseerd in de Woningwet van 1901. In deze wet stond dat het Rijk de gemeenten krediet toekende om nieuwe huizen te bouwen, krotten op te ruimen en bouwterreinen en woningen aan te kopen. In de praktijk hield dit in dat de door het Rijk goedgekeurde woningbouwverenigingen leningen tot hun beschikking kregen. De wet sloeg na een aantal jaren wel aan, maar woningbouwverenigingen lukte het uiteindelijk niet om woningwetwoningen te bouwen tegen een kostendekkende en betaalbare huurprijs. Tegelijkertijd liep de particuliere woningbouw ook vast, omdat de prijzen van bouwmateriaal door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog enorm stegen.  


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Jaren ’20-‘60

In 1919 kwam kabinet-Ruijs de Beerenbrouck met het ‘Middenstandsbesluit’, met als doel de bevordering van de bouw van middenstandswoningen. Het besluit was een groot succes, waardoor het systeem van rijksbijdragen voor woningbouwverenigingen twee jaar later weer werd afgebouwd en de regering in de veronderstelling was dat de woningnood opgelost was. De woningnood was echter allesbehalve voorgoed verdwenen. In de periode na de Tweede Wereldoorlog kwam het woningtekort weer sterk terug. Tijdens de oorlog waren er namelijk weinig nieuwe woningen gebouwd en was het aantal bewoonbare huizen ook nog eens behoorlijk afgenomen. Geschat wordt dat tijdens de oorlog zo’n 100.000 woningen in Nederland onherstelbaar beschadigd raakten en dat honderdduizenden woningen schade hadden opgelopen. Ondanks de hoopvolle stemming van de wederopbouw kwam de woningbouw toch niet snel genoeg op gang, waardoor het begrip ‘woningnood’ voor het eerst gebruikt werd. Zowel het aanbod als de kwaliteit van woningen liet veel te wensen over. De generatie babyboomers droeg bij aan een langdurige periode van woningnood: het was niet zeldzaam dat hele gezinnen noodgedwongen in moesten wonen bij familie. De woningnood werd zelfs verklaard tot volksvijand nummer 1.

‘Geen woning, geen kroning!’

De woningnood hield altijd aan, maar kende in de jaren ‘80 een nieuw hoogtepunt. Het tekort aan huurwoningen was sterk gegroeid en veel panden stonden lang leeg, omdat ze opgekocht waren door speculanten die eraan hoopten te verdienen. Er kwam een actieve kraakbeweging op gang. Bij de troonopvolging van prinses Beatrix in 1980 ontstond een groot protest door jongeren en krakers onder de leus ‘Geen woning, geen kroning’. Het protest resulteerde voornamelijk in materiële schade en radicalisering van de kraakbeweging. In de jaren ’90 werd gepleit voor verzelfstandiging van woningbouwverenigingen en verkleining van de sociale woningsector. Staatssecretaris Heerma wilde ervoor zorgen dat mensen in een huis gingen wonen dat paste bij hun inkomen. In de periode rond de eeuwwisseling werd een groot aantal nieuwe woningen gebouwd, maar bleef het aanbod van goedkopere huurwoningen laag. Bevolkingsgroei door immigratie, het kleiner worden van huishoudens, het feit dat jongeren eerder zelfstandig gingen wonen en dat ouderen langer zelfstandig bleven wonen, zorgden ervoor dat de woningnood langzaam steeds groter werd.

Anno 2021

Tegenwoordig is de stijging van de prijs van koopwoningen één van de grootste boosdoeners voor de woningnood. De prijs van een gemiddeld huis kan in 2021 wel het dubbele kosten als wat het in 2000 kostte. Naar schatting zijn er zo’n 331.000 woningen te weinig en dat aantal zal in de komende jaren nog verder oplopen. Klagen over de woningnood lijkt dan ook niet onterecht, maar wanneer je de situatie van nu vergelijkt met die van anderhalve eeuw geleden, lijkt het nu toch iets beter geregeld dan toen.

Bronnen:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.