Home » Reportage
Wie was Marshall?

De toespraak waarmee het allemaal begon

75 jaar geleden, op 5 juni 1947, stond George Marshall voor een grote groep studenten en professoren in de Memorial Church van het prestigieuze Harvard University in Cambridge, Massachusetts. Hij was daar ter ere van een afstudeerceremonie voor de studenten en zou ook zelf een eredoctoraat krijgen. In zijn kenmerkende praktische en zakelijke toon, gaf hij een korte toespraak die de meeste toehoorders onopmerkelijk vonden. Terugkijkend weten we dat die toespraak de bekendste en misschien wel belangrijkste van zijn lange carrière was: het startsein van het Marshallplan. Wie was George Marshall en wat was het plan dat hij die dag uiteenzette?

Tekst: Jorrit van den Berk 

George Marshall

Vandaag de dag zullen de meeste mensen de naam Marshall kennen van het gelijknamige plan. Maar in 1947, nog voor het plan gepresenteerd werd, was George Marshall al bekend en geliefd onder veel Amerikanen en Europeanen. Hij was, in de woorden van Winston Churchill, de organisator van de geallieerde overwinning tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Marshall werd op 13 December 1880 geboren in Uniontown, Pennsylvania. Hij was de jongste van drie kinderen in een normaal Amerikaans middenklasse gezin. Als tiener zette hij zijn zinnen op een militaire carrière, maar vanwege zijn matige prestaties op school kon hij niet naar de beroemde officiersopleiding aan West-Point. Hij schreef zich daarom in voor een minder hoog aangeschreven opleiding aan het Virginia Military Institute. In 1901 rondde hij zijn training daar af. Zijn prestaties waren nog steeds onbeduidend.

Als infanterieofficier in het Amerikaanse leger begon Marshall pas op te vallen. Hij bleek over uitstekende organisatorische en leiderschapskwaliteiten te beschikken. Tussen 1902 en 1936 klom hij op van tweede luitenant naar brigadier generaal en werd hij stafofficier bij de War Plans Division van het ministerie van Oorlog in Washington, D.C.. In 1938 maakte hij grote indruk op President Franklin Roosevelt, toen hij kritiek had op het plan van de president om militaire vliegtuigen aan Engeland te leveren. De meeste van zijn collega’s dachten dat zijn carrière daarmee voorbij was, maar Roosevelt nomineerde hem daarop juist voor de functie van chef-staf, de hoogste positie in het Amerikaanse leger. In september 1939 werd Marshall in die positie benoemd en bereikte hij de rang van generaal.

Toen de Verenigde Staten na de verrassingsaanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 betrokken raakten bij de Tweede Wereldoorlog, was Marshall dus de hoogste militaire chef van het Amerikaanse leger (onder de civiele leiding van de minister van Oorlog). In die functie speelde hij een cruciale rol in de grootste uitbreiding van het Amerikaanse leger tot dan toe; werkte hij mee aan plannen voor de invasie van Europa; en coördineerde hij de Amerikaanse campagnes in Europa en Azië.

Marshall behaalde tijdens de Tweede Wereldoorlog de rang van vijf-sterren generaal, de hoogst haalbare rang. In november 1945, op 64-jarige leeftijd, legde hij zijn post van chef-staf neer.

Trumandoctrine

Daarmee was Marshalls carrière nog lang niet voorbij. Begin 1947 werd hij door president Harry Truman benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken. Marshall had zich nooit sterk uitgelaten over politiek en was vanwege zijn optreden tijdens de oorlog geliefd in binnen- en buitenland en bij zowel Democraten als Republikeinen. Wat dat betreft de ideale persoon om als hoogste diplomaat van het land te dienen.

De buitenlandse politiek van de Verenigde Staten was volop in beweging toen Marshall minister werd. Op 12 maart kondigde de President de Truman Doctrine aan: communisme moest overal ter wereld ingedamd worden. Hooggeplaatste diplomaten bij het ministerie maakten zich ook al maanden zorgen over de dreiging van het communisme in het door oorlog verscheurde Europa. Het was aan Marshall om alle losse eindjes, verschillende plannen voor humanitaire, economische en politieke hulp aan Europa, aan elkaar te knopen en er een doelgericht beleid van te maken.

Aanzet tot een plan

Hierbij kwamen zijn organisatorische en leiderschapskwaliteiten uitstekend van pas. Binnen enkele maanden had hij een kleine kring getalenteerde diplomaten, mensen zoals Dean Acheson, George Kennan en William Clayton (die ieder voor zich een grote rol zouden spelen in het Amerikaanse buitenlandbeleid) aangespoord om het kaf van het koren te scheiden in alle plannen die binnen het ministerie circuleerde. “Vermijd onbenulligheden”, instrueerde Marshall zijn adviseurs.

Acheson, Kennan en Clayton kwamen al snel met de belangrijkste ingrediënten van een nieuw beleid: grootscheepse financiële steun voor Europa, de wederopbouw van West-Duitsland en Europese samenwerking en economische integratie. En bovenal: Europeanen moesten binnen die kaders samen een werkbaar plan voor de wederopbouw samenstellen.

De toespraak

Op dit punt, in mei 1947, kwam Harvard’s uitnodiging voor Marshall binnen. De minister had al een aantal van dergelijke verzoeken afgewezen en keek niet uit naar de toespraak die zeker van hem verwacht zou worden. Zijn staf stelde echter voor om de uitnodiging te accepteren en de gelegenheid te gebruiken om de grote lijnen van een nieuw beleid voor Europa uit te zetten. Marshall ging akkoord: de toespraak aan Harvard zou eerst niet opvallen, maar dat was juist goed. De plannen zouden controversieel zijn, vooral bij het congres dat de beurs open moest trekken om alles mogelijk te maken. Beter om de nieuwe ideeën zonder veel bombarie te introduceren en dan een tijdje te laten weken.

Marshall vroeg zijn adviseurs om een korte toespraak, breed maar beknopt en “niet langer dan 10 minuten”. De verschillende versies die hij kreeg, voegde hij samen met zijn eigen ideeën die hij op 5 juni in Massachusetts presenteerde.

Eerst vatte de minister de aard van het probleem samen: zonder hulp zouden Europeanen ten prooi vallen aan “honger, armoede, wanhoop en chaos”. Sommige “overheden [en] politieke partijen” (een verdekte verwijzing naar de Sovjet-Unie en het communisme) konden daar politiek profijt uit te halen. Hierop zette Marshall zijn ‘plan’ uiteen.

Plan of uitnodiging?

Iemand die de toespraak vandaag leest, zal misschien verrast zijn door het gebrek aan details. Zoals Marshall later zelf zei, was het nauwelijks een plan te noemen. ‘Uitnodiging’ is misschien een beter woord. Het was namelijk niet aan de Verenigde Staten om de oplossing van het probleem te bepalen, zei de minister: “[het] initiatief, denk ik, moet van Europa komen”. Daarom vroeg Marshall alle Europese landen om gezamenlijk tot een herstelplan te komen. De Amerikanen konden daarbij helpen, kondigde hij aan, en zouden de uitvoering van het plan ondersteunen “in zoverre als het praktisch is voor ons om dat te doen”.

De toespraak en vooral de suggestie van Amerikaanse hulp maakte onmiddellijk grote indruk in Europa. Ook waren de belangrijkste elementen van Marshalls ideeën hiermee bekendgemaakt. Maar op hetzelfde moment had de minister een aantal belangrijke zaken in het midden gelaten: om hoeveel steun zou het gaan? Wat waren de voorwaarden? Was het steun voor heel Europa, inclusief de Sovjet-Unie? Hoe kon het (heel zuinige) congres ervan overtuigd worden om die steun te financieren? En wat werd er precies van de Europeanen verwacht?

Al deze dingen had Marshall bewust vaag gehouden. Hoewel de toespraak achteraf gezien het begin van het Marshallplan markeert, was er nog helemaal geen plan! De bal lag nu bij anderen, vooral de regeringen van Europa. Hoe zouden zij reageren?

Ook interessant: 

Partners: 

Landen: 

Tijdperken: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Decembertip: Boek (88 pag) over geschiedenis Oudemirdumerklif.
Prijs 12,50 (ex porto 4).  Informatie, bestellen via email

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!