Home » Reportage
Salvador Dalí in 1948

Het surrealisme van het surrealisme

In het najaar van 2019 tot februari 2020 wijden de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België een uitzonderlijke tentoonstelling aan Salvador Dalí en René Magritte, twee van de hoofdrolspelers in de kunststroming van het surrealisme. Maar wat houdt deze stroming die zorgde voor een ommekeer in het denken over kunst in, en waar komt hij vandaan?

Bij het surrealisme draait het om de verbeeldingskracht, waarbij verstand en logica compleet worden losgelaten. Het onderbewustzijn wordt zo in staat gesteld om de meest absurde en suggestieve voorstellingen te scheppen. Surrealisten denken minachtend over het rationalisme en literair realisme en worden beïnvloed door de leer van de psychoanalyse. Zij geloven dat de rationele geest de kracht van de verbeelding onderdrukt en verzwaard met taboes.

Little Doors to Nowhere van Pico Miran

Het surrealisme kan nog het beste worden samengevat door deze anekdote: Tijdens de International Surrealist Exposition in 1936 in Londen was gastspreker Salvador Dalí van top tot teen gekleed in een ouderwets duikpak, met twee honden aan de lijn in de ene hand en een biljartkeu in de andere. Midden in de lezing, omdat hij werd beperkt door zijn duikmasker, begon de Spaanse kunstenaar te stikken en zwaaide met zijn armen om hulp. Het publiek nam aan dat zijn gebaren allemaal deel uitmaakten van de voorstelling. Volgens de kunstlegende redde de surrealistische dichter David Gascoyne uiteindelijk Dalí, die opmerkte toen hij bijkwam: "Ik wilde gewoon laten zien dat ik diep in de menselijke geest dook." Dalí beëindigde toen zijn toespraak - en zijn bijbehorende dia's werden, tot niemands verrassing, allemaal ondersteboven gepresenteerd.

Superrealiteit

De voorganger van het surrealisme was het dadaïsme, dit is een revolutionaire stijl die in 1916 ontstond in Europa en Amerika. Het toeval speelt een grote rol bij het ontstaan van kunstwerken binnen deze stroming. Het woord ‘surrealisme’ werd in 1917 bedacht door de dichter Guillaume Apollinaire, omdat de term ‘supranaturalisme’ al veelgebruikt was door filosofen. De Franse dichter en schrijver André Breton schreef in 1924 het ‘Manifeste du Surrealisme’, wat het surrealisme introduceerde als een nieuwe kunstvorm. Volgens Breton is het doel van het surrealisme om “de tegenstrijdige voorwaarden van droom en realiteit op te lossen in een absolute realiteit, een superrealiteit" ofwel een surrealiteit.

André Breton in 1923

De stroming van surrealisme kwam op in de Roaring Twenties, een tijd van economische groei en veranderende sociale standaarden, die werden aangewakkerd door de nieuwe vormen van massamedia. Tegelijkertijd was er onder schrijvers en kunstenaars een groeiende afkeer tegen het conservatisme en kapitalisme. Samen met de littekens van de pas afgelopen Eerste Wereldoorlog, droeg dit bij aan de opkomst van een stroming die geheel gebaseerd is op het onlogische en het vreemde, zowel als sociaal kritiekpunt als een creatieve uiting. 

Het ontstaan van surrealisme

De Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat veel Parijse schrijvers en kunstenaars, waaronder Breton, moesten vluchten. Velen hiervan raakten betrokken bij het dadaïsme in de overtuiging dat buitensporig rationeel denken het conflict van de oorlog veroorzaakte. Nadat zij terugkeerden naar Parijs, bleven zij deze stroming aanhouden. Zo ontstonden er twee rivaliserende surrealistische groepen die beide beweerden de opvolger te zijn van de revolutie die door Apollinaire was begonnen. Een groep geleid door Yvan Goll en een groep geleid door Breton, waar onder andere Salvador Dalí en René Magritte ook deel van uitmaakten. Goll en Breton botsten openlijk, op een gegeven moment letterlijk vechtend, over de rechten op de term 'surrealisme'. Beiden publiceerden in oktober 1924 een ‘Manifeste du Surrealisme’. Uiteindelijk won Breton de vete omdat hij een grotere groep volgers had.

Salvador Dalí in 1939

Automatisch tekenen

De beweging van Breton werd vooral gekenmerkt door ontmoetingen in cafés waar de surrealisten de theorieën van het surrealisme bespraken en verschillende technieken ontwikkelden. Een voorbeeld van deze technieken is automatisch tekenen, waarbij de kunstenaar zijn pen of penseel beweegt zonder er bewust richting aan te geven. Deze techniek was de artistieke tegenhanger van het automatisch schrijven, waarbij de schrijver alleen maar schrijft zonder doel en zonder te stoppen.

Surrealisme en communisme

Een belangrijk onderdeel van de theorieën van surrealisme betreft de vrijheid van de mens. Zo bedacht Breton in omstreeks 1925 dat de ware bevrijding van de mens alleen mogelijk was na de revolutie van de arbeidersklasse. Hij riep alle surrealisten op om lid te worden van de communistische partij, maar lang niet alle leden voldeden hieraan. Dit zorgde voor verschillende conflicten binnen de stroming. Breton was het echter niet eens met de visie van het communisme op het gebied van kunst. Hij was van mening dat kunst vrij moest zijn en niet mocht worden gebruikt voor propaganda-doeleinden. Zijn beweging uitte zich in 1933 kritisch tegenover Stalin, vervolgens werden de surrealisten uit de communistische partij gezet.

BrainChain van Willem den Broeder

De verspreiding van het surrealisme

De jaren ’30 worden ook wel de Gouden Jaren genoemd voor het surrealisme. Vele bekende kunstenaars zoals Dalí zorgden voor een snelle groei van de stroming. Vanwege de Tweede Wereldoorlog vluchtten ook veel surrealisten naar Noord-Amerika, waardoor de kunststroming zich verspreidde naar het hart van de Amerikaanse kunstscène: New York City. De invloeden van het surrealisme verspreidden zich ook naar Engeland en Nederland.

In de tweede helft van de twintigste eeuw kwam het postmodernisme op, een stroming met veel overeenkomsten, maar ook fundamentele verschillen met het surrealisme. Na de dood van André Breton in 1966 bleven surrealistische groepen nog wel bestaan, maar de oorspronkelijke Parijse groep werd ontbonden in 1969. Later werd er wel een nieuwe groep gevormd. Zo heeft het surrealisme nog steeds invloed op de hedendaagse kunst en is de aanwezigheid nog zeker te voelen. De Gouden Jaren die vol zaten met hooggeprezen hofkunsten, communistische conflicten, en strijdende schilders, zijn echter achter ons.

Bronnen:

Afbeeldingen:

  • Salvador Dalí in 1948, door Philippe Halsman [Public domain] via Wikimedia Commons
  • Little Doors to Nowhere van Pico Miran, door Junctiontexas [CC BY-SA 4.0] via Wikimedia Commons
  • André Breton in 1923, door een onbekende fotograaf [Public domain] via Wikimedia Commons
  • Salvador Dalí in 1939, door Carl Van Vechten [Public domain] via Wikimedia Commons
  • BrainChain van Willem den Broeder [CC BY-SA 4.0] via Wikimedia Commons
Meer inspiratie

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.