Home » Reportage
telefoniste schakelbord

Verdwenen beroep: de telefonist(e)

“Ik verbind u door”. Met deze woorden werd het eerste Nederlandse telefoongesprek door middel van een telefonist(e) tot stand gebracht. Meer dan vijftig jaar geleden verdween met de komst van de automatische telefooncentrale het beroep van de telefonist(e) echter. Hoe zag dit beroep eruit?

Eerste telefooncentrale

In 1876 vroeg Alexander Graham Bell een octrooi aan voor de telefoon. De telefoon werd langzamerhand steeds populairder, ook in Nederland schaften steeds meer mensen het apparaat aan. Dit leidde ertoe dat in 1881 in Amsterdam de eerste telefooncentrale opende. Deze Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij (NBTM) had in die tijd vierentwintig abonnees. De telefoniste in dienst van de maatschappij moest de verschillende abonnees met elkaar verbinden.

Met de hand

Wat deed de telefonist(e) precies? In de negentiende eeuw kon er nog niet direct van één toestel naar het andere worden gebeld. Als men de hoorn opnam kreeg men een telefonist(e) aan de lijn. Aan deze telefonist(e) kon men dan vertellen wie men wenste te spreken. De telefonist(e) verbond dan op een groot schakelbord de twee abonnees met elkaar, en het telefoongesprek kon beginnen. De eerste telefoniste had met negenveertig abonnees nog een redelijk overzicht. De groei van abonnees ging echter gepaard met de komst van nieuwe telefooncentrales in verschillende steden en de totstandkoming van een nieuw beroep: de telefonist(e)

Amerikaans schakelbord telefonistes De telefoniste

Een beschrijving van dit beroep roept al gauw een beeld op van een rij van vrouwen achter enorme panelen die continu kabels aan het in- en uitpluggen zijn. Werd dit beroep dan enkel door vrouwen uitgeoefend? Niet helemaal. De telefooncentrale van de Bell Telephone Company (later de American Telephone and Telegraph Company) in de Verenigde Staten had in eerste instantie jonge jongens in dienst. Deze jonge telefonisten bleken echter te onbeleefd en/of nors voor het werk. Hierop werden er jonge vrouwen aangenomen, met de gedachte dat zij van nature beleefder waren. Dit leidde ertoe dat werken in de telefooncentrale werd gezien als een vrouwelijk beroep. Hoewel de telefonist dus wel degelijk heeft bestaan, had men in de 19de en 20ste eeuw toch veel meer kans om een vrouw aan de lijn te krijgen.

Laatste handmatige telefoongesprek

Hoe meer abonnees erbij kwamen, hoe drukker het werd in de telefooncentrales. In 1960 waren er bijvoorbeeld meer dan een miljoen mensen aangesloten op het Nederlandse telefoonnetwerk. In deze tijd werd er steeds meer overgegaan naar de automatische telefooncentrale. Mensen konden nu direct naar een ander bellen, zonder tussenkomst van de telefonist(e). Door de opkomst van deze nieuwe telefooncentrales werd het beroep van de telefonist(e) steeds zeldzamer. Het laatste handmatige telefoongesprek van Nederland werd gevoerd in 1962 toen Warffum als laatste Nederlandse gemeente werd aangesloten op het automatische telefoonnetwerk. Henk Korthals, minister van Verkeer en Waterstaat, voerde dit laatste telefoongesprek via een handmatig bediende telefooncentrale. Hij gaf in het gesprek opdracht om de automatische centrale in werking te stellen. Dit was het einde van het beroep van de telefonist(e) in de telefooncentrale.

Natuurlijk is het beroep van telefonist(e) niet compleet verdwenen. Bedrijven hebben vaak telefonistes/telefonisten in dienst, om bellers door te verbinden met de juiste persoon binnen het bedrijf. Dit gebeurt echter niet meer door middel van het handmatig in- en uitpluggen van kabeltjes, die tijd is toch echt voorbij.

Bronnen:

Afbeeldingen:

Meer inspiratie

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!