Burgeroorlog in Angola

Angola was van 1975 tot 2002 in een burgeroorlog verwikkeld en ouders uit de relatief rijke middenklasse stuurden hun kinderen voor een opleiding naar onder andere Nederland.

De scheuren in de Angolese samenleving vinden hun oorsprong in het koloniale verleden. Aan het einde van de Europese Middeleeuwen waren er in het huidige Angola verschillende koninkrijken, zoals Kongo, Ndonga en Lunda. Het was tevens de tijd van de Europese ontdekkingsreizigers. Zodoende kwam de Portugese ontdekkingsreiziger Diogo Cao in 1483 aan op de kust van Kongo. Vanaf de negentiende eeuw was Angola formeel een Portugese kolonie onder de naam Portugees West-Afrika. In de twintigste eeuw, met name nadat Antonio de Oliveira Salazar in 1928 in Portugal aan de macht was gekomen, emigreerden veel Portugese boeren naar Angola om daar een boerenbedrijf op te zetten. Zij hadden grote delen van het land onder controle. Net als in andere delen van West-Afrika nam eind jaren ’50 de onvrede onder de Afrikaanse bevolking toe over deze overheersing door de Koloniale bezetter.

Gezamenlijke vijand Portugal

De Portugezen creëerden in de hoofdstad een kleine elite van geschoolde zwarten en kleurlingen, waaruit de van oorsprong marxistische guerrillabeweging de Volksbeweging voor de vrijheid van Angola (MPLA) sinds de jaren vijftig haar kader betrok. In 1956 werd deze MPLA opgericht. De organisatie trachtte aanvankelijk via vreedzame weg een onafhankelijke Angolese staat te bewerkstelligen. Maar in de jaren ’60 lieten zij deze benaderingswijze varen en grepen toch naar de wapens. In die tijd ontstonden er meerdere bevrijdingsbewegingen, zoals in 1962 het Nationaal Bevrijdingsfront voor Angola (FNLA), de Nationale Unie voor de Totale Onafhankelijkheid van Angola (UNITA) en het Front voor de Bevrijding van Cabinda (FLEC). Eind jaren ’60 hadden omliggende Afrikaanse landen inmiddels de onafhankelijke status verworven, maar Portugal hield krampachtig vast aan Angola, Guinee-Bissau, Mozambique en Kaapverdië. De onderlinge tegenstellingen tussen de verschillende groeperingen bleven in de eerste jaren van de guerrilla beperkt met het oog op de bestrijding van de gezamenlijke vijand: Portugal.

Onafhankelijkheid

Maar toen bij de Anjerrevolutie in Portugal een nieuwe regering aan de macht kwam, bood dat perspectieven voor een onafhankelijke Angolese staat. In januari 1975 kwamen de Portugese regering, de UNITA, de MPLA en de FNLA bij elkaar in de Portugese stad Alvor. Aan het einde van dat jaar, in november 1975, beloofde Portugal de soevereiniteit over te dragen aan de Angolezen. Maar zo’n vaart liep het aanvankelijk toch nog niet. De onafhankelijkheidsbewegingen raakten met elkaar in de clinch, door het machtsvacuüm dat ontstond en UNITA, de MPLA en de FNLA probeerden allemaal de hoofdstad Luanda te bereiken. Op 11 november 1975 bereikte de MPLA de hoofdstad als eerste en de Portugezen droegen de macht aan hen over. Zij riepen vervolgens de Volksrepubliek Angola uit. De UNITA en de FNLA vormden toen een tegenregering de Democratische Volksrepubliek Angola. De FNLA verdween al snel door het succes van beide andere partijen van het toneel en de UNITA bleef over als dominerende verzetsbeweging tegen de regering.

Koude Oorlog in Angola

De nieuwe staat werd vervolgens een frontlijn van de Koude Oorlog. UNITA werd gesteund door Zuid-Afrika en door de Verenigde Staten die de linkse ideeën van de MPLA niet zagen zitten. De regerende partij, de MPLA, werd gesteund door Cuba en de Sovjet-Unie. Ondanks de steun van Zuid-Afrika, dat bang was voor een nieuwe uitvalsbasis voor het zwarte verzet tegen de apartheid, en de Verenigde Staten wist UNITA geen overwinning te behalen bij de verkiezingen. In 1978 trok het leger van Zuid-Afrika zodoende Angola binnen. Dit zou bekend worden als de Zuid-Afrikaanse grensoorlog. De UNITA deed aanvallen op de hoofdstad en het leek erop dat Luanda zou vallen. De MPLA kreeg echter logistieke steun van Moskou en militaire assistentie van Cuba. Door de hulp die beide partijen verwierven werd het een slepende strijd. Uiteindelijk werd in 1988 onder Amerikaanse bemiddeling vrede gesloten tussen Zuid-Afrika en Angola. Ondanks dat met het wegvallen van de 'socialistische' staten ook het strenge marxisme-leninisme van de MPLA verdween en met het wegvallen van het apartheidsregime de steun van Zuid-Afrika, hield de burgeroorlog tussen UNITA en de MPLA aan.

Staakt-het-vuren

Drie jaar later, in 1991, wisten de VN een vredesakkoord te bereiken. Een jaar later werden er verkiezingen uitgeschreven. De MPLA kwam als duidelijke winnaar uit de bus, maar de UNITA wilde de nederlaag niet accepteren en greep opnieuw naar de wapens. De gevechtsronde die volgde, kostte in enkele maanden tijd aan duizenden mensen het leven. In 1994 werd een tweede poging gedaan om tot een vredesakkoord te komen. Maar het wantrouwen tussen de partijen bleek zo groot dat ook deze poging mislukte. In 2002 werd uiteindelijk een staakt-het-vuren bereikt en sindsdien worden er pogingen gedaan tot wederopbouw van het land, dat door de oorlog verwoest was. 

Angola anno nu

In 2008 vonden de eerste verkiezingen plaats. De MPLA kreeg daarbij meer dan 80 procent van de stemmen. Inmiddels lijkt de weg naar een democratie ingeslagen. Ook de veiligheidssituatie is door de vrede in de meeste delen van het land sterk verbeterd. Angola kampt momenteel nog met de terugkeer van de vluchtelingen en de re-integratie van de UNITA-rebellen. Slechts in de enclave van Cabinda, blijft een separatistische rebellenbeweging actief die naar onafhankelijkheid streeft. Daar blijven de risico's voor agressie en kidnapping ten aanzien van buitenlandse bezoekers hoog. Begin 2010 lieten zij voor het laatst van zich horen toen Angola de Africa Cup of Nations organiseerde en rebellen met mitrailleurs het vuur op de spelersbus van het voetbalteam van Togo openden.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!