Willem I met de grondwet van 1815

De belastingvrijstelling van het koningshuis sinds de grondwet van 1814

In oktober 2016 beweerde RTL Nieuws dat het Nederlandse koningshuis in de jaren ’70 een geheime belastingdeal had gesloten met de regering. Vandaag, op 1 december 2017, is uit historisch onderzoek gebleken dat zo’n deal nooit heeft bestaan. Toch heeft het incident opnieuw de discussie over de bijzondere fiscale en financiële rechten van het koningshuis op de agenda gezet. Al voordat Nederland in 1815 een koninkrijk werd, was het staatshoofd vrijgesteld van het betalen van belasting. Hoe kwam die regeling tot stand? En hoe ontwikkelde dat zich in de loop der tijd?

Een nieuwe vorst, een nieuwe grondwet

Nadat Napoleon in 1813 was verslagen en de Franse troepen waren vertrokken werd Nederland weer een onafhankelijke staat en kon het politieke bestel worden vormgegeven. In december 1813 werd prins Willem-Frederik van Oranje-Nassau, zoon van Willem V, de laatste erfstadhouder van de Republiek, uitgeroepen tot soeverein vorst. In 1815 benoemde Willem-Frederik zichzelf tot koning Willem I en sindsdien is Nederland een koninkrijk.

Willem-Frederik wilde een grondwet. Daarom werd in 1813 een commissie onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp benoemd die zich over de nieuwe grondwet moest buigen. Van Hogendorp baseerde zich in zijn eerste ontwerp op de grondwet van het Franse Koninkrijk Holland uit 1806. Daarin stond dat de koning gewoon belasting moest betalen en dat vond Van Hogendorp ook wenselijk in de nieuwe grondwet. Aanvankelijk ging Willem-Frederik met zijn voorstel akkoord.

'Belastingsvrijdom’ sinds de grondwet van 1814

Apollonius Jan Cornelis baron LampsinsMaar een ander lid van de commissie, voluit Apollonius Jan Cornelis baron Lampsins, was het daar niet mee eens. Lampsins greep terug op het verleden van de Republiek der Nederlanden. Hij benadrukte dat de erfstadhouders toen ‘belastingvrijdom’ hadden en geen belasting hoefden te betalen. De interventie van Lampsins werd na beraadslaging met de commissie en met Willem-Frederik uiteindelijk toch opgenomen in de grondwet:

“De Soevereine Vorst en de prinsen van den Huize genieten vrijdom van alle personele lasten en beschreven middelen met uitzondering van de verponding.”

De verponding was een soort grondbelasting die tot 1832 in Nederland werd geheven. De soevereine vorst, sinds 1815 dus koning Willem I, was daarmee vrijwel geheel vrijgesteld was van het betalen van belasting. Toch ging hij er op achteruit ten opzichte van de stadhouders van de Republiek, die ook geen verponding betaalden.

Het inkomen van de koning in de grondwet van 1814

Van Hogendorps ontwerp voor de grondwet behandelde ook het inkomen van de koning. In zijn eerste Schets nam hij een bedrag op dat volgens hem ervoor moest zorgen dat de koning zijn beroep eervol en beschaafd kon uitvoeren:

“De Koning trekt jaarlijks uit de gereedste penningen van ‘s Lands kas een miljoen guldens, om den luister van de kroon op te houden […]”

De uiteindelijke grondwet, die op 29 maart 1814 werd goedgekeurd, stelde het inkomen van de koning uit de staatskas vast op 1,5 miljoen gulden, plus ter beschikking gestelde zomer- en winterverblijven, en de genoemde vrijstelling van het betalen van belasting. Dat betekent dat het inkomen en de belastingvrijstelling van het koningshuis in Nederland grondwettelijk zijn bepaald. Aanpassingen daaraan kunnen daarom alleen bij hoge uitzondering met een grondwetswijziging worden gedaan. Dat gebeurde voor het eerst met de grondwetswijziging van 1848, toen werd het inkomen van de koning drastisch verlaagd naar 600.000 gulden. Later is de hoogte van het bedrag ook nog een aantal keer aangepast naar de inflatie.

De koning betaalt belasting sinds 1973

Een belangrijke grondwetswijziging met betrekking tot de fiscale positie van het koningshuis kwam tijdens het kabinet van Piet de Jong in 1973. Vóór die tijd kreeg koningin Juliana een beperkte uitkering van de staat, waardoor haar eigen vermogen langzaam afnam. Dat wilde de regering niet, omdat een verarmd staatshoofd haar onafhankelijkheid zou kunnen verliezen.  Bovendien was vooral uit linkse hoek de vraag ontstaan waarom het staatshoofd geen belasting betaalde, en iedere andere Nederlander wel. Na uitvoerige debatten in de Tweede Kamer en het advies van de speciaal ingestelde commissie-Simons, werd op 1 januari 1973 de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) van kracht.

Het uitgangspunt achter de WFSKH was dat leden van het koninklijk huis wel belasting moesten betalen over hun privévermogen en hun privé-inkomsten, op voorwaarde dat zij niet hoefden op te draaien voor de gemaakte kosten bij het uitvoeren van hun functie. Vanaf 1973 kreeg het koningshuis daarom naast de uitkering die al sinds 1814 bestond een bepaalde hoeveelheid geld voor personeel en materiële kosten. In ruil daarvoor moesten de leden van het koninklijk huis belasting betalen over het rendement op hun vermogen. De WFSKH is tegenwoordig nog steeds geldig.

Piet de Jong Koningin Juliana

Belastingdeal van Prins Bernhard?

De commissie-Van Baalen, die zich in 2017 heeft toegelegd op historisch onderzoek naar de vermeende belastingdeal waar RTL Nieuws op wees, concludeerde dat er geen sprake was van geheime belastingafspraken in de jaren ‘70. RTL Nieuws vond in oktober 2016 in het Nationaal Archief documenten die erop wezen dat Prins Bernhard waarschijnlijk in 1973 erop heeft toegezien dat er een geheime compensatie zou komen voor het betalen van belasting. Historica Carla van Baalen, voorzitter van de commissie, geeft aan van dergelijke afspraken niets te kunnen terugvinden in de archieven.

Desondanks werden destijds wel ‘verhullende afspraken’ gemaakt, onder meer door bepaalde koninklijke kostenposten van een paar ton weg te moffelen in de documenten en de kamer daar summier over in te lichten. Zo zet de traditie van de uitzonderlijke fiscale positie die het koningshuis sinds 1814 heeft, zich ook sinds 1973 voort.

Bronnen:

Afbeeldingen:

  • Koning Willem I, staand met de grondwet van 1815, Mattheus Ignatius van Bree, 1814. [Public Domain via Wikimedia Commons]
  • Mr. Apollonius Jan Cornelis baron Lampsins heer van Swieten met in zijn rechterhand de grondwet, Jan Willem Pieneman, 1814 [Public Domain via Wikimedia Commons]
  • Premier Piet de Jong rechts naast koningin Juliana aan een staatsbanket, 15 april 1971. Fotograaf onbekend/Anefo (public domain) via Nationaal Archief.
Meer weten

Meer lezen over: 

Inhoudelijke tags: 

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!